Over de rand (slot)

Zondagmorgen in Slenaken. De zon schijnt uitbundig over het dal van de Gulp.

Een bescheiden weggetje voert stroomopwaarts naar België. Bij het verstilde gehucht Nurop leidt een bruggetje naar de overkant. Diverse paden leiden omhoog door het hellingbos, naar Nederland, naar het Bovenste Bos. Onderaan ogen hellingbossen donkerder dan boven. Omdat het kalksteen hier vlak onder het oppervlak ligt groeien er, naast de eik, haagbeuken en tal van andere bomen en planten (es, esdoorn, tamme kastanjes, kers, linde, vlier, meidoorn, orchideeën, daslook, witte bosanemoon, aronskelk). Hogerop groeien naast de eiken vooral berken, terwijl de kamperfoelie als "bomenwurger' de ranke lijsterbes dwingt tot de bekende kurketrekkergroei.

Achter het bos ligt, half verscholen in een golvend groen heuvelland, het kasteel Beusdael, met zijn merkwaardige uivormige torenspitsen. Lopend langs de rand van het Benedenste Bos heb je een magnifiek uitzicht op het dal van de Geul. Noordelijk ligt Epen, met de bekende Volmolen. Deze waterradmolen werd na 1800 gebruikt voor het in elkaar stampen ("vollen') van wollen stoffen tot een soort vilt voor de produktie van laken. Sinds de restauratie in 1973 maalt hij graan voor de Echte (milieubewuste) Bakkers van Limburg.

Een pad dwars door de weiden leidt stroomopwaarts langs de Geul. Zondagmorgen: het aantal wandelaars neemt toe. Dank zij de zinkhoudende bodem groeit hier volgens kenners een unieke flora, zoals het gele, overjarige zinkviooltje.

Voorbij Sippenaeken en Terbruggen zie je nauwelijks nog wandelaars; toch is dit deel van het Geuldal ten minste zo mooi als dat in Nederland. Bij het erf van een boerderij word ik verwelkomd door een stel kakelende kippen. De haan ziet het wantrouwig aan en onderneemt dan een niets ontziende aanval op mijn kuiten. Doorlopen is het enige devies.

Verder is het hier stil, doodstil. Links sluit een smal hellingbos het dal van de buitenwereld af. Aan de overzijde ligt slechts hier en daar, hellingopwaarts, een huis of hoeve. In de buurt van Plombières waar de Geul in een rotswand verdwijnt, verlaat ik het dal, een grommende en blaffende boerenhond trotserend. Plombières - "Bleiberg' - werd bekend door de lood- en zinkmijnen die hier waren gesitueerd. Een enorme kerk, arbeidershuizen, de restanten van mijnen en van spoorweglijntjes herinneren aan die tijd.

Via een half verhard pad, opnieuw langs "La Gueule' loop ik verder naar Moresnet. Al van ver zie ik, achter en boven het dorp, het gigantische spoorwegviaduct (40 meter hoog, 1.000 meter lang) dat het rivierdal overspant, de lijn Aken-Visé. Moresnet is een geval apart. Het ontstond als neutraal mini-staatje na de val van Napoleon, in 1815. Omdat bij Moresnet en Kelmis (La Calamine) de rijkste zinkmijnen van Europa lagen, betwistten Nederland en Pruisen elkaar de zeggenschap, waarna het onder gemeenschappelijk beheer van beide "grootmachten' kwam te staan. Na 1839 nam België de rol van ons land over. In 1908 werd het ministaatje, onder leiding van plaatsvervangend burgemeester dr. W. Moll, zelfs uitgeroepen tot "Esperanto-staat'. Na de Eerste Wereldoorlog - de zinkmijnen waren inmiddels uitgeput - ging alle zeggenschap echter over naar Brussel.

Ik zet in noordelijke richting koers naar het eindpunt van mijn tocht, het Drielandenpunt dat tot 1919, met Moresnet erbij, nog een Vierlandenpunt was. Het dorp Chapelle wordt deze zondagmiddag door luxueuze BMW's met zwart-witte-nummerborden overspoeld. Ook de protserige villa's lijken Duits - heeft Kohl dit stukje België al geannexeerd?

Snel duik ik het Bois de Preuss (!) in. Kronkelende bospaden leiden naar het noorden, en na verloop van tijd ontwaar ik in de verte de uitkijktoren op het Drielandenpunt. Met een verrassende gedrevenheid baan ik me een weg naar boven. Daar is het, met voetbal op de tv, opmerkelijk rustig. Via een rustiek asfaltweggetje rondom de Vaalserberg, over Duits grondgebied, bereik ik Vaals. De lucht is grijs geworden, het begint te regenen. Moe maar voldaan stap ik in de bus.

Lit.: Elmar Wandelgids Zuid-Limburg (veel wandelingen, goede tekst, matige kaartjes); Voetwijzer voor Nederland 1 en 4 (twee wandelingen, goede tekst, uitstekende kaartjes); Pirola Trektochtgids Benelux (één lange wandeling, goede tekst, slecht kaartje). Kaarten: Top. kaart 1:25.000 69A en 69B; incl. stukje België: 1:50.000 62 West. Overnachtingen: zie folder ANWB Mergellandroute of VVV-Voerstreek.