Navo nog lang niet uit de zorgen; Parijs wil Navo zelf zoveel mogelijk uit het zonnetje houden; Praktische invulling van besluit om vredesrol buiten verdragsgebied te spelen is onderwerp van veel debat

BRUSSEL, 3 JUNI. Morgen wordt een heuglijke dag voor minister Van den Broek. In Oslo zullen hij en 15 collega-bewindslieden officieel instemmen met het Nederlandse plan de NAVO te laten optreden als handhaver van vrede in spanningsgebieden in Europa. Die rol zal de NAVO in voorkomende gevallen gaan spelen op verzoek van de CVSE.

Daarmee krijgt het bondgenootschap voor het eerst een vredesrol toebedeeld buiten zijn traditionele grondgebied. Dat is een historische stap. Maar de vreugde daarover wordt getemperd door een conflict dat de afgelopen dagen naar buiten is gekomen over de concrete uitwerking van de nieuwe NAVO-taak.

Vorige week, toen de NAVO-ministers van defensie bijeen waren in Brussel, werd nog zonder voorbehoud steun gegeven aan het voorstel om NAVO-troepen en materieel beschikbaar te stellen aan de CVSE voor het handhaven van vrede. Maar aan dat beraad namen slechts 15 lidstaten deel. Frankrijk neemt niet deel aan de militaire samenwerking binnen de NAVO en was dus niet vertegenwoordigd. In Oslo zit Frankrijk wel aan de tafel. En Frankrijk is nu juist de bondgenoot die grote moeite heeft met de nieuwe rol die de NAVO zich wil toeëigenen. Uit diplomatiek overleg achter de schermen is gebleken dat Frankrijk akkoord gaat met het afstaan van NAVO-middelen aan de CVSE. Maar Parijs wil dat verzoeken om hulp worden gericht aan de afzonderlijke lidstaten en niet aan het bondgenootschap als zodanig.

Dat lijkt slechts een futiliteit en dat is het ook, zegt een Nederlandse diplomaat op het hoofdkwartier van de NAVO in Brussel. “Belangrijk is dat we nu een akkoord hebben over de inzet van de NAVO-middelen om te gebruiken voor vredestaken onder de paraplu van de CVSE. Hoe dat precies zal worden uitgewerkt, is een juridische kwestie. Praktisch gezien maakt het niets uit”.

Toch gaat het om meer dan alleen een woordenstrijd. Volgens waarnemers in Brussel wordt in Oslo een tekst geformuleerd die vaag genoeg is om iedereen tevreden te stellen. Maar daarmee wordt het diepgaand verschil van mening over de betekenis van de NAVO in Europa niet weggepoetst. Dat heeft natuurlijk altijd bestaan - niet voor niets koos Parijs in 1966 voor de opbouw van een eigen defensie - maar het ligt voor de hand dat de tegenstellingen zich verscherpen nu de dreiging van de Koude Oorlog verdwenen is. Nu de NAVO zijn rol moet herdefineren, is er alle ruimte voor debat.

In essentie gaat het om de rol die de VS in het toekomstige Europese veiligheidsbeleid zal spelen. In Brussel twijfelt niemand er aan dat de Europese inbreng in het Europese veiligheidsbeleid de komende jaren sterk zal toenemen. Maar met name Groot-Brittannië en Nederland vinden dat die ontwikkeling niet mag leiden tot een verzwakking van de transatlantische band met de VS.

Groot-Brittannië en Nederland waren twee weken geleden ook het duidelijkst in hun afwijzing van de uitnodiging om deel te nemen aan het Frans-Duitse Eurokorps. Dat Eurokorps zal morgen in Oslo ook te sprake komen en dan zullen de NAVO-partners van Duitsland en Frankrijk opnieuw naar de bedoelingen ervan informeren. Groot-Brittannië en Nederland willen worden gerustgesteld, net als de Amerikanen.

Frankrijk, dat zich morgen in Oslo in ieder geval gesteund weet door België en Spanje, vindt dat het de hoogste tijd wordt dat Europa zijn eigen zaakje regelt. Het liefst zou Parijs zien dat het Eurokorps een spilfunctie krijgt in het Europese veiligheidsbeleid en dat de rol van de NAVO - met daarin de VS als dominante partner - navenant wordt teruggedrongen.

Daarom stond Frankrijk al niet te juichen toen vorig jaar op de NAVO-top in Rome werd besloten tot de oprichting van de Noordatlantische Samenwerkingsraad, het samenwerkingsverband tussen de NAVO en de landen van het voormalige Warschaupact. Frankrijk is voorstander van een versterking van de CVSE. Die politieke organisatie zou moeten worden omgevormd tot een echte verdragsorganisatie met een juridisch kader.

In Rome lanceerde premier Lubbers het voorstel om de NAVO een vredestaak te geven in het kader van de CVSE. Daarvoor liepen de Fransen evenmin warm, want ook aldus wordt het bondgenootschap nieuw leven ingeblazen. Vandaar dat Parijs nu akkoord gaat met het beschikbaar stellen van ervaring en materieel van de NAVO, op voorwaarde dat niet teveel glans afstraalt op de NAVO zelf.

Hoe die procedure in de praktijk zal verlopen, is nog een open vraag. Net zoals er nog veel andere vragen moeten worden beantwoord, nadat de ministers morgen hun principiële beslissing hebben genomen. Hoe, bijvoorbeeld, zal het gaan met de voorbereidingen van de NAVO op haar nieuwe taak? Vorige week verklaarden de ministers van defensie dat die beginnen op het moment dat de ministers van buitenlandse zaken de knoop hebben doorgehakt. Zullen de Fransen daarbij worden betrokken? Zo ja, dan “raken ze vanzelf een beetje geïntegreerd” in de militaire structuur van de NAVO, zegt een niet-Franse diplomaat hoopvol.

Diplomaten en functionarissen in Brussel sluiten niet uit dat de CVSE al snel een formeel beroep zal doen op de NAVO om op te treden in de enclave Nagorny-Karabach in Azerbajdzjan. Mogelijk komt zo'n verzoek op de komende conferentie van de CVSE in Helsinki, begin juli. Informeel is de NAVO al gevraagd of er mogelijkheden zijn voor een vredesrol.

Dezelfde diplomaten en functionarissen achten het niet waarschijnlijk dat de NAVO op afzienbare termijn in actie zal komen in Bosnië. De situatie in Joegoslavië zal in Oslo worden gesproken, maar meer dan een algemene verklaring is niet te verwachten. Ook van Amerikaanse zijde wordt niet aangedrongen op militair ingrijpen. “Het initiatief ligt nu bij de Veiligheidsraad en bij de EG. Eerst moeten we de effecten van de boycot maar eens afwachten”, aldus een Amerikaanse diplomaat.

Waarnemers in Brussel wijzen er op dat de NAVO alleen een vredebewarende taak krijgt. Die kan bestaan uit het zenden van enkele waarnemers tot het innemen van posities door NATO-troepen tussen strijdende partijen. Over de preciese definitie van de vredestaak is een levendige discussie gaande (“mag je terugschieten als er op je wordt geschoten zoals in Joegoslavië of moet je je terugtrekken?”) maar algemeen worden militaire interventies om vrede dwingend op te leggen uitgesloten. Dat impliceert dat de strijdende partijen welhaast moeten instemmen met de komst van NAVO-militairen als hoeders van de vrede.

Daarom wordt terughoudend gedacht over optreden in Bosnië. Maar wat niet is, kan veranderen. Eerder deze week zei NAVO-opperbevelhebber generaal John Galvin dat de situatie in Joegoslavië de vraag oproept of wel in alle gevallen moet worden volstaan met het sturen van VN-blauwhelmen of dat het niet beter is om te denken aan grootschaliger militair optreden.

Galvin zei tevens het niet erg waarschijnlijk te vinden dat vredestroepen van de NAVO in voorkomende gevallen op eigen houtje zullen opereren. Ook de Oosteuropese landen zullen ongetwijfeld worden betrokken bij het handhaven van de vrede. Dat betekent concreet dat er samenwerking moet worden gevonden tussen militairen van de NAVO en militairen van het voormalige Warschau-pact. Ook over dit aspect is het laatste woord nog niet gesproken nadat de NAVO-ministers van buitenlandse zaken morgen hun besluit hebben genomen.