EG zit met ernstig probleem door "Nee' van Denemarken

BRUSSEL, 3 JUNI. Als het Deense "nee' een "nee' blijft, zit de Europese Gemeenschap met een serieus probleem. Als Denemarken het Verdrag van Maastricht niet ratificeert, is er geen sprake meer van een Verdrag van Maastricht.

Dat is de meest gehoorde opvatting onder diplomaten en andere EG-waarnemers die vanochtend viel te beluisteren als reactie op de uitkomst van het Deense referendum.

Twee weken geleden, tijdens hun ontmoeting in La Rochelle, zeiden de Franse president Mitterrand en de Duitse kanselier Kohl, dat hoe dan ook zal worden doorgegaan op de weg naar de Europese Unie, desnoods met elf of slechts met tien lidstaten. Ook de Belgische reactie gaat in die richting. “Er is geen weg terug. De afgesproken integratie moet doorgaan”, vindt minister Claes van buitenlandse zaken.

Maar, stellen EG-waarnemers daar tegenover, het Verdrag van Maastricht is een verdrag van twaalf lidstaten. Als er een handtekening ontbreekt, kunnen de overige lidstaten doorgaan, maar dan slechts op basis van intergouvernementele samenwerking. De afspraken die regeringen onderling maken, zijn, ook al komen ze precies overeen met het Verdrag van Maastricht, niet afdwingbaar krachtens EG-recht. Met andere woorden: als een lidstaat later problemen krijgt met een deel van de gemaakte afspraken, kan dat land daar in juridische zin zonder veel moeite van af. Niemand kan naar het Europese Hof van justitie lopen.

In Brussel, waar de Europese Commissie zich vanochtend beraadde over de gevolgen van de Deense uitkomst, overheerst de mening dat op dit moment de Denen aan zet zijn. Daarbij wordt gespeculeerd op de mogelijkheid dat de Denen een tweede referendum zullen organiseren, of anderszins een pro-Europese oplossing zullen vinden.

“De soepelste oplossing zou zijn, als ze een tweede stemming zouden houden, desnoods op 30 december, met een positieve uitkomst”, aldus een diplomaat. Maar tegelijkertijd houden hij en anderen er rekening mee dat die soepele oplossing er niet komt.

Pag 5: Vrees voor toekomst 'Maastricht'

“In België zei de Raad van State dat voor ratificatie een wijziging van de grondwet nodig is. Daarvoor is dan een meerderheid van tweederden nodig, en die heeft de huidige regering niet. Dus heeft premier Dehaene simpelweg gezegd dat er geen grondwetswijziging nodig is. De Denen kennende, denk ik niet dat zij er zo soepel over zullen denken”, zegt een consultant.

Het Verdrag van Maastricht, dat in december vorig jaar werd gesloten, geeft een nieuwe dimensie aan de EG. Het voorziet in de totstandkoming van een nauwere politieke, economische en monetaire unie. Krachtens de politieke unie zal worden toegewerkt naar een gezamenlijk buitenlands en veiligheidsbeleid. Ook is voorzien in samenwerking op gebied van justitie en rechtspraak. En in de nieuwe opzet worden meer bevoegdheden toegekend aan het Europese Parlement.

Als de verdragsbasis voor dat nieuwe beleid komt te vervallen, is het maar zeer de vraag wat ervan overblijft, is de algemene vrees. Over twee weken kunnen de Ieren zich uitspreken over Maastricht. Dan zal blijken of het Deense voorbeeld navolging krijgt. Vervolgens is de kans aanwezig dat er een kettingreactie ontstaat, waarbij tijdens de parlementaire behandeling in elke lidstaat nieuwe obstakels worden opgeworpen.

Op die manier loopt men het risico dat we in een proces van heronderhandelen terechtkomen, en dan blijft er weinig meer over, vreest een diplomaat. “Wat in Maastricht is afgesproken, impliceert een nieuwe benadering van de Europese samenwerking. Je kunt links en rechts krenten uit de pap gaan halen, maar dan hou je de structuur voor het nieuwe Europa niet in stand.”

Concreet kan het Deense "nee' vertraging opleveren voor onder andere de oprichting van het zogenoemde cohesiefonds (bedoeld voor financiële steun aan Portugal, Spanje, Griekenland en Ierland), de latere fase van de totstandkoming van de EMU (onder andere één munt) en de nieuwe procedures voor samenwerking met het Europese Parlement.

Ook zal het niet in werking treden van het Verdrag van Maastricht de onderhandelingen over toetreding van nieuwe leden tot de Gemeenschap kunnen compliceren. Kandidaat-leden als Oostenrijk, Zweden en Finland richten zich op de politieke uitgangspunten die in de Europese Unie worden verwoord. Maar als er geen verdrag is, is dat oriëntatiepunt opeens ook verdwenen. Voor Zweden en Finland moet het in ieder geval een vreemde gewaarwording zijn dat hun buurland Denemarken afstand neemt tot de EG terwijl zij daarbij juist aankloppen.

Pikant is dat Denemarken op 1 januari volgend jaar het EG-voorzitterschap zal overnemen van de Britten. Maar omdat op basis van het huidige EG-verdrag ook al veel lopende zaken kunnen worden voortgezet of zelfs worden uitgebreid, verwacht niemand dat tijdens dat voorzitterschap de EG tot stilstand zal komen. Bovendien, merkt een waarnemer op, heeft Denemarken zich in het verleden ook nooit als een spectaculaire voorzitter laten kennen. Wat dat betreft verandert er niet veel.