Denen zeggen "nee' tegen Brussel en eigen politici

KOPENHAGEN, 3 JUNI. De Deense kiezer heeft nee gezegd tegen een dreigende aantasting van de soevereiniteit, tegen Frans-Duitse militaire samenwerking en tegen bureaucratie in Brussel, maar ook bracht hij een proteststem uit tegen zijn eigen politici.

Wat er gisteren precies met het electoraat is gebeurd zal wetenschappers nog lang bezig houden. De afgelopen week wezen de opiniepeilingen in de richting van een duidelijk ja, maar het werd een nipt nee. Misschien heeft een aantal twijfelaars met de peilingen in het achterhoofd op het laatste moment besloten toch maar tegen het verdrag te stemmen. Dan zou de meerderheid waarmee het land tot ratificatie besluit in elk geval beperkt zijn, zodat de twijfel toch tot uiting zou zijn gebracht. Misschien zaten de peilers er ook gewoon naast, net als in april bij de verkiezingen in Groot-Brittannië.

Vaststaat dat de angst-campagne die onder aanvoering van de regering is gevoerd, niet heeft gewerkt. De laatste dagen voor de stemming van gisteren stelde het ja-kamp niet de verdiensten van Maastricht centraal, maar de gevaren die dreigden bij afwijzing: Denemarken zou uit de EG worden gezet en duizenden arbeidsplaatsen zouden verloren gaan.

De bezwaren die de gelegenheidscoalitie van nationalisten, vrouwen, milieubeschermers en anderen tegen het verdrag naar voren brachten, werden daar niet mee weerlegd. Prominent onder die bezwaren was de angst voor de anonieme bureaucraten van de Commissie - alleen de naam al - die zich met de details van het Deense leven zouden bemoeien.

Ook veel gehoord werd het argument dat Denemarken in de nieuwe Unie als klein land weinig invloed heeft. Dat is een argument dat voor de huidige Gemeenschap dan ook zou opgaan, maar de EG is er alleen voor de economie, zeggen de Denen, en een Unie is toch iets anders. Maar op al zulke zorgen werd voornamelijk gereageerd met dat ene centrale argument: teken, anders loopt het slecht met ons af.

En als politici zeggen dat Denen iets moeten doen, zo wordt hier wel beweerd, is dat voor hen reden om extra sceptisch te zijn. Dat zou te maken hebben met het volkskarakter. Een aardser verklaring voor het wantrouwen tegen de politiek vormen de politieke schandalen waarin de grote partijen zijn verwikkeld. De Conservatieven van premier Schlüter zouden tegenwoordig vaker in de rechtbank te vinden zijn dan in het parlement. De sociaal-democraten voerden tot voor enkele weken geleden een interne strijd over het leiderschap. Europees Commissaris Henning Christophersen, die hier tien dagen op toernee is geweest, beweerde maandag dat “elke Deen die verantwoordelijkheid draagt" voor Maastricht is. Wel, dat heeft dan averechts gewerkt.

Het boezemde ook weinig vertrouwen in: een premier die de monetaire unie verdedigde maar zich tegelijkertijd fel afwijzend uitliet over verder Europese integratie. Als de Denen hem moesten geloven, betekent het Verdrag voor een Europese Unie niet meer dan een vervolmaking van de interne markt plus een Europees paspoort voor Zweden en Finland.

Minister van buitenlandse zaken Ellemann-Jensen zei vanmorgen: “Als een verdrag de steun van tachtig procent van de parlementariërs heeft en vervolgens stemt de helft van de bevolking tegen, dan hoef je geen geleerde te zijn om te zien dat er iets mis is. Ja, we hebben te maken met een vertrouwenscrisis tussen de Deense politici en het Deense volk en die is gisteren tot uiting gekomen. Het is het tweede probleem dat we nu moeten oplossen.”

Maar, zoals Ellemann-Jensen vanmorgen tegen een verontwaardigde Deense journaliste zei: “Wij hebben het recht om nee te zeggen, de anderen hebben het recht om zonder ons door te gaan. Het is mijn doel op zoveel mogelijk terreinen van samenwerking binnen de EG te blijven meedoen. In hoeverre dat mogelijk is, hangt af van van de goede wil van de Europese partners.”

Ellemann-Jensen verklaarde dat hij zijn EG-collega's bij spoedoverleg in Oslo zal vragen om nieuwe onderhandelingen. Hij gaf zichzelf vanmorgen echter weinig kans dat zijn verzoek wordt ingewilligd.