Deens defect

DE DEMOCRATIE zoals die in Denemarken wordt betracht, heeft gesproken.

Nog geen vijftigduizend Denen hebben het Verenigde Europa in een crisis gestort die de "eurosclerosis' van de jaren tachtig tot een licht zomergriepje maakt. De vooral door Nederland gewenste grote sprong voorwaarts naar een federaal Europa was al maanden voor "Maastricht' mislukt, maar de top van december in de Limburgse hoofdstad had toch het perspectief behouden op een Europese monetaire entiteit, verdergaande integratie op tal van gebieden en toepassing van dit op volwaardige Europese eenwording gerichte scenario op nagenoeg geheel Europa. De negatieve uitslag van het Deense referendum betekent dat de juristen noodhulp moeten bieden, want de politici hadden er voor hun gemak geen rekening mee gehouden.

Het Deense Neen werd uitgesproken tegen een bijzondere achtergrond. Als ergens het verwijt niet opgaat dat het Verenigde Europa tot stand is gekomen in het isolement van een relatief kleine, maar vastbesloten elite, dan is dat in Denemarken. Twee keer eerder hebben de Denen zich per referendum uitgesproken vóór Europa: bij de toetreding van Denemarken en bij het totstandkomen van de Europese Akte. Beide keren hebben de Denen met zichzelf het debat gevoerd en zich inzicht kunnen verwerven over het antwoord op de vraag waarvoor Europa staat. Beide keren ook hebben zij zich moeten realiseren dat het Europa van Brussel meer wil zijn dan de vrijhandelszone met de rest van Scandinavië die zij ten behoeve van hun lidmaatschap van de Gemeenschap hadden opgegeven. Het Verdrag van Rome en, ten overvloede, de Europese Akte lieten daarover geen misverstand bestaan. De Denen zijn nu als het ware achterover in de stroom gevallen die zij al waren overgetrokken.

DE DEENSE reactie mag gedeeltelijk worden verklaard uit de brede a-politieke beweging die zich in de wereld van de oude democratieën manifesteert. Die beweging heeft te maken met het einde van de ideologische tegenstelling tussen links en rechts, de crisis waarin met de verloedering van de sociale zekerheid de verzorgingsstaat is komen te verkeren, de behoefte aan meer overzichtelijke maatschappelijke structuren, de argwaan ten opzichte van de voorsprong aan kennis en inzicht die de bestuurlijke elite zich ten opzichte van haar achterban noodgedwongen en noodzakelijkerwijs heeft verworven. Het besluit van de Deense regering om de tekst van het verdrag van Maastricht een breed lezerspubliek te gunnen, was formeel juist, maar kon als gevolg van de onoverbrugbare kenniskloof niet het verwachte resultaat leveren. Het "Nee' tegen "Maastricht' is zo beschouwd ook een proteststem.

De diepte van de nu ontstane Europese crisis wordt minder bepaald door het besluit der Denen als door de eventuele gevolgen die dat besluit heeft voor de stemming in andere Europese staten. Er zijn al wat horden genomen: het Britse Lagerhuis en de Franse Nationale Vergadering hebben met het Verdrag van Maastricht ingestemd en met de gevolgen daarvan voor de eigen soevereiniteit. Daarmee is de ratificatieprocedure in die landen overigens nog niet beëindigd. Maar een zware gang zal het verdrag waarschijnlijk nog in de Duitse Bondsdag moeten maken, gezien de weerstand die in de Bondsrepubliek is ontstaan tegen wat daar wordt gezien als een aantasting van de mark in het nieuwe stelsel van de Economische en Monetaire Unie. De Duitsers koesteren hun eigen spaarzaamheid en monetaire ingetogenheid die hen moeten vrijwaren van het spook van de inflatie. De Duitse eenheid doet al een aanslag op de bestaande Duitse zekerheden, de Europese eenheid met haar financiële verplichtingen aan de achteropkomende lidstaten is in veel Duitse ogen een last te veel geworden.

EEN OPLOSSING voor de crisis is ondanks de tegenslag in Denemarken en de risico's elders nog steeds denkbaar. De stuwende kracht in de Europese eenwording is niet in de eerste plaats de Brusselse regelgeving, maar de "natuurlijke' economische en monetaire integratie die tot Europese regelgeving inspireert en haar uiteindelijk afdwingt. Dat is de onomkeerbare en dynamische factor in de integratie. Nog voor er een ecu-zone is, was er de markzone, een Europese monetaire ruimte waarvan de effecten voelbaar zijn zelfs buiten het gebied van de Gemeenschap: dat Frankrijk sinds midden jaren tachtig een Nieuwe Economische Politiek voert, dat Groot-Brittannië nog onder Thatcher zich bekende tot het door de mark geleide Europese valutastelsel zijn tekenen die naar de Europese toekomst wijzen. Soevereine referenda van kleine landen zijn tegen die dynamiek niet opgewassen, ook dat is een deel van de moderne Europese werkelijkheid.

Het Deense defect dat de Brusselse regelgeving gisteren heeft opgelopen, moet worden hersteld. De resterende Elf zullen uitvoering moeten geven aan wat in Maastricht is besloten. De Denen hadden al het voorbehoud mogen maken dat zij hun deelneming aan de derde fase van de Europese en Monetaire Unie opnieuw aan een referendum kunnen onderwerpen. Dat biedt hun de gelegenheid een en ander nog eens te overdenken en volgens de regels van het spel een eindweegs of helemaal op hun schreden in de richting van de Europese uitgang terug te keren.