D66: uitkeringen loskoppelen van de welvaartsgroei

DEN HAAG, 3 JUNI. D66 wil het minimumloon en de sociale uitkeringen loskoppelen van de welvaartsgroei, maar ze moeten wel welvaartsvast blijven. Dit blijkt uit een nota die een projectgroep met als voorzitter M. Engwirda (lid van de Rekenkamer) vanmorgen heeft gepubliceerd.

De projectgroep opereerde onder de vlag van het wetenschappelijk bureau van d66. De nota dient de komende maanden als basis voor een discussie die D66 gaat voeren over werk en sociale zekerheid.

Na de PvdA (het rapport-Wolfson) en het CDA (het rapport-Kolnaar) ziet ook de D66-groep-Engwirda geen heil in een ministelsel voor sociale zekerheid. De overheid heeft ook voor de bovenminimale uitkeringen een belangrijke verantwoordelijkheid. “Medeverantwoordelijkheid voor sociale partners en eigen keuzevrijheid zijn goede zaken, maar een alleenvertoningsrecht is in meer dan een opzicht te riskant”, zo heet het in de nota. Men vreest dat als de sociale partners de bovenminimale uitkeringen geheel in eigen hand houden, die uitkeringen zullen stijgen. Ook bestaat dan het gevaar dat bij de CAO geregelde rechten alleen aan leden van een vakbonden worden voorbehouden.

Commissievoorzitter Engwirda zei vanmorgen dat in de D66-opzet “de kassa achterin de winkel staat”. Uitvoeringsorganen in de sociale zekerheid en de arbeidsbemiddeling moeten samenwerken en uiteindelijk integreren. Waar het CDA-rapport-Kolnaar daarbij een centrale rol toekent aan de sociale partners, ruimt het D66-rapport-Engwirda, nog meer dan het PvdA-rapport-Wolfson, een centrale plaats in voor de overheid.

Volgens de 16 pagina's tellende D66-nota moet een nieuw op te richten Raad van de Arbeidsmarkt, waarin de sociale partners wel zitting hebben maar waarin de overheid domineert, erop toezien dat de uitvoeringsorganen van de sociale zekerheid niet langer fungeren als een uitkeringsfabriek.

In de commissie-Engwirda hadden de Tweede Kamerleden Groenman en Schimmel als “waarnemer” zitting.

Naast de arbeidsparticipatie staat in de D66-nota de individualisering centraal. In principe moet iedereen die daartoe in staat is werken. De individualisering moet beginnen bij de belastingen. Afschaffing van de overheveling van de belastingvrije voet in de loon- en inkomstenbelasting moet binnen vier of vijf jaar vier miljard gulden opbrengen.

Om de koopkrachtdaling voor gezinnen met jonge kinderen te compenseren moet de kinderbijslag worden verhoogd. Ook moet de opbrengst worden gebruikt om het arbeidskostenforfait verder te verhogen; daardoor wordt het netto-verschil tussen loon en uitkering groter en wordt werken aantrekkelijker. Bovendien moet een deel van de opbrengst worden gebruikt om de werkloosheidsuitkering niet één jaar maar drie jaar op peil te houden. Op termijn zou die vervolguitkering zelfs tot het 65ste levensjaar onaangetast moeten blijven. De groep-Engwirda meent op die manier te bereiken dat de bijstand niet langer als een verkapte werkloosheidsuitkering fungeert. Door verlenging van de werkloosheidsuitkering wil men een (kostbare) individualisering van de bijstand (ook huisvrouwen in de bijstand) voorkomen.

Kostwinnersvoordelen, of het nu gaat om de overheveling van de belastingvrije voet of om de goedkope dan wel gratis ziekenfondsverzekering voor huisvrouwen of AOW'ers, moeten volgens de D66-groep worden afgeschaft.