BVD peilt corruptie bij overheidsdiensten

APELDOORN, 3 JUNI. De Binnenlandse Veiligheids Dienst (BVD) verricht een oriënterend onderzoek om een beeld te krijgen van overheidssectoren die het meest gevoelig zijn voor infiltratie door de georganiseerde misdaad.

Minister Dales van binnenlandse zaken heeft dat vanmorgen bekendgemaakt in een toespraak op een congres van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten in Apeldoorn. Dales zei dat ze “geen afwachtende houding” zal innemen tegenover verschijnselen als fraude en corruptie. Het onderzoek door de BVD naar infiltratie van Surinaamse drughandelaren in Nederlandse politiediensten is een voorbeeld van de verscherpte aandacht voor het probleem.

Systematische corrumpering van politici en functionarissen bij overheid en semi-overheid behoeft volgens de minister de komende tijd steeds meer aandacht. “Mafia-achtige praktijken zoals die zich in een aantal landen hebben kunnen ontwikkelen, nopen ons tot waakzaamheid”, aldus Dales. “Het zou naïef zijn ervan uit te gaan dat Nederland geheel zou ontkomen aan de import van negatieve randverschijnselen, die een veiligheidsrisico voor de democratische rechtsorde inhouden.”

Volgens Dales zijn er in Nederland nog maar “spaarzame aanwijzingen” voor beïnvloeding door de georganiseerde misdaad door omkoping en het plaatsen of recruteren van handlangers in sleutelfuncties bij overheid en bedrijfsleven. Maar “het gevaar dient zich in een verenigend Europa wel met meer nadruk aan”, aldus de minister.

De bestrijding daarvan vraagt om meer dan een incidentenpolitiek en permanente waakzaamheid, aldus de minister. Dales hekelde ook zeer fel het naar buiten brengen van vertrouwelijke overheidsinformatie naar de media. “Het lekken van vertrouwelijke informatie is fnuikend voor de kwaliteit van het bestuur en voor de democratische spelregels. Degene die lekt, dient daarmee eigen belangen, wil zich graag belangrijk voordoen of denkt anderen een dienst te bewijzen: het gaat hem daarbij niet om het dienen van het algemeen belang.”

Volgens Dales zijn ook de reacties van bestuurders op geruchten over ongerechtigheden in het bestuur schadelijk voor het aanzien van dat bestuur. “Ik word niet vrolijk van de reactie van politiek verantwoordelijke bestuurders op die verhalen”, aldus de minister, die vindt dat dergelijke geruchten te vaak blijven “hangen in de publieke opinie”.