Becijfering ministerie arbeidsongeschikten betwist door GMD

DEN HAAG, 3 JUNI. Hoeveel WAO'ers en AAW'ers blijven er straks over en vooral: hoeveel van hen houden het stempel dat ze volledig arbeidsongeschikt zijn? De nieuwe regels leiden ertoe dat 190.000 mensen weer (gedeeltelijk) arbeidsgeschikt zullen worden verklaard, meent het kabinet. Zij moeten of aan het werk, of ze krijgen een lagere uitkering. Nee, zegt de Gemeenschappelijke Medische Dienst (GMD): dat zullen maar 24.000 WAO'ers zijn.

Een voorlopig advies van de Sociale Verzekeringsraad (SVR) bracht gisteren dit verschil van opvatting aan het licht tussen het ministerie van sociale zaken en de GMD, de dienst die moet beoordelen in hoeverre iemand arbeidsongeschikt is. In geld uitgedrukt staat dat verschil voor ruim twee tot ruim drie miljard gulden die aan uitkeringen moeten worden betaald en dito hogere of lagere premies. Van de voorgenomen bezuinigingen op de WAO-uitgaven gaat bijna de helft af als de GMD gelijk zou hebben.

Daar gaat het ministerie van sociale zaken niet vanuit. Dat houdt voorlopig vast aan zijn becijferingen. En zo is een bizar conflict ontstaan. Want het kabinet baseert zich bij zijn berekeningen op “intern GMD-onderzoek”, zoals letterlijk in het wetsvoorstel staat. Het kan bovendien verwijzen naar het advies van de SER van vorig jaar dat dezelfde prognoses bevat. En dat was weer gebaseerd op becijferingen van de SVR, het Centraal Planbureau en de GMD.

In een brief aan de SVR heeft de GMD in april laten weten dat zo'n “interne GMD-notitie” niet bestaat, maar dat er wel mondeling gegevens waren doorgespeeld naar de SER. “Deze gegevens zijn waarschijnlijk verkeerd geïnterpreteerd”, aldus GMD-directeur Josten. De dienst had het Centraal Planbureau vervolgens voor deze fout gewaarschuwd. Eind mei heeft de GMD toegegeven dat er wel interne GMD-correspondentie bestaat die desgevraagd ook is overhandigd, maar dat uit de cijfers daarin geen algemene conclusies konden worden getrokken. “Hier hebben wij bij de overhandiging en later nogmaals telefonisch op gewezen”, stelt Josten. Het Centraal Planbureau houdt niettemin vast aan zijn becijferingen, zo liet het gisteren weten. In het circuit van de sociale zekerheid en overlegeconomie is met andere woorden een opmerkelijk zwarte-pietenspel op gang gebracht.

BIj dit alles gaat het om de vraag wat de ruimere opvatting van "passende arbeid' voor een WAO'er (het kabinet spreekt nu van 'gangbare arbeid') voor gevolg heeft. De WAO'er van nu moet arbeid aanvaarden “die voor de krachten en bekwaamheden van de werknemer is berekend en die hem met het oog op zijn opleiding en vroeger beroep in billijkheid kan worden opgedragen”. Zo staat het in de huidige wet. Het nieuwe wetsvoorstel zegt dat de WAO'er arbeidsgeschikt wordt beschouwd voor “alle algemeen geaccepteerde arbeid waartoe de verzekerde met zijn krachten en bekwaamheden in staat is”.

Met andere woorden: bij "gangbare arbeid' doen opleiding en vroeger beroep er straks veel minder toe. Maar dat gold al voor de meeste WAO'ers, stelt de GMD. De WAO'ers zijn in zeven klassen ingedeeld. Hoe hoger de klas, hoe hoger het opleidingsniveau. In de klassen 1 tot en met 4 is LBO en MAVO het hoogste opleidingsniveau. Daarbij passen al zoveel beroepen dat het nieuwe criterium "gangbare arbeid' geen invloed heeft, zegt de GMD.

Resteren in de klassen 5 tot en met 7 de hoger-opgeleiden die nu als volledig arbeidsongeschikt worden beschouwd. Zij vormen zo'n 15 procent van alle WAO'ers. Maar juist bij hoger-opgeleiden zijn zes van de tien WAO'ers volledig arbeidsongeschikt op puur medische gronden. Dus, redeneert de GMD, zijn dat mensen die tot geen enkele arbeid meer in staat zijn. Op die manier afstrepend komt de GMD tot zijn veel lagere prognoses.