AbvaKabo vaart als grootste bond eigen koers in de FNV

DEN HAAG, 3 JUNI. Een vakbond binnen de vakbond, zo wordt de positie van de AbvaKabo in de vakcentrale FNV getypeerd. H. Pont, begin jaren tachtig vice-voorzitter van de AbvaKabo, geeft een voorbeeld. Verkorting van de arbeidstijd was een belangrijk wapen in de strijd tegen de werkloosheid. De ambtenarencentrales hebben zich daar nooit echt sterk voor gemaakt: eerst een salaris dat zich kan spiegelen aan de marktsector, was de redenering. “ATV is daardoor nooit een echt issue geworden. De opvatting van andere bonden ten spijt”, meent Pont.

De AbvaKabo is een grote bond die in een “zeer specifieke sector werkt en dus ook hele eigen kenmerken heeft”, zegt FNV-voorzitter J. Stekelenburg. “Het kenmerk van grote bonden is dat ze zich als vakcentrales gaan gedragen”.

Binnen de federatieraad (het hoogste bestuursorgaan binnen de FNV) schertste AbvaKabo-voorzitter Vrins kort geleden over de macht van zijn organisatie. De Algemene Vakcentrale (AVC) werd onlangs nog het lidmaatschap van de Sociaal-Economische Raad (SER) ontzegd, omdat minister De Vries (sociale zaken) de vakbond niet representatief achtte voor werkend Nederland. “Maar als wij los van het FNV lid van de SER zouden willen worden, kan De Vries ons dat niet weigeren”, meent Vrins. “De AbvaKabo vertegenwoordigt werkenden en uitkeringsgerechtigden. En we hebben 290.000 leden, bijna 170.000 meer dan de AVC.”

Door de fusie tussen het Nederlands Verbond voor Vakverenigingen (NVV) en het Nederlands Katholiek Vakverbond (NKV) ontstond in 1976 de Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV). De volledige fusie werd op 1 januari 1982 bezegeld en in oktober van dat jaar fuseerden ook de Algemene Bond van Ambtenaren (Abva) en de Katholieke Bond van Overheidspersoneel (Kabo) tot de AbvaKabo.

Het Kamerlid Paulis (CDA en oud-Kabo-bestuurder: “Een fusie zou ik persoonlijk niet hebben overleefd, want ik vond de Abva tè socialistisch”) vindt dat de nieuwe organisatie “zeer goed heeft ingespeeld op de veranderde maatschappelijke ontwikkeling. De socialistische drammers zijn zeer pragmatische onderhandelaars geworden.”

De AbvaKabo behartigt onder meer de belangen van ambtenaren en onderwijspersoneel, werknemers in de gesubsidieerde instellingen voor gezondheids-, welzijns- en bejaardenzorg en de PTT. Met de FNV-organisaties van onderwijs, politie, spoorwegpersoneel, de Kunstenbond FNV en de Algemene Federatie van Militair Personeel vormt de AbvaKabo de Algemene Centrale voor Overheidspersoneel. De ACOP telt in totaal 380.000 leden, bijna 40 procent van de bij de FNV aangesloten bonden.

De ACOP is samen met de CCOOP en de CFO de gesprekspartner van minister Dales bij de onderhandelingen over de arbeidsvoorwaarden. Vrins speelt de eerste viool, L. Poell van de christelijke CCOOP (180.000 leden) de tweede. “De C drukt een stempel op onze organisatie”, zegt Poell. “Verder zijn de verschillen tussen ACOP en CCOOP, en tussen AbvaKabo en CFO niet zo groot.”

Topambtenaar Pont, die op persoonlijke titel de partijen in het CAO-conflict in de zorgsector moet verzoenen, signaleert meer verschillen. “De AbvaKabo is militanter, minder gezagsgetrouw.” Saillant is dat de AbvaKabo op dit moment absoluut wil doorgaan met de acties in de zorgsector. Vrins: “Anders krijg je de actiemachine niet meer aan de gang.” CFO spreekt over het opschorten van de acties en NU'91 wil de lier al aan de wilgen hangen.

Pont vindt dat de AbvaKabo zich met name kenmerkt door “de pragmatische opstelling”. Vrins meent zelfs dat zijn organisatie “zeer pragmatisch is. Als je het overdrijft kun je zeggen: bijna gespeend van elke vorm van ideologie. Door individuele dienstverlening is de bond groot geworden. Wij krijgen wel eens het verwijt dat we nooit dossiers aanleggen. Dat doen we wel, maximaal twee velletjes A-4”, gniffelt Vrins.

De enige bond waar Pont tijdens zijn "vredesmissie' in de afgelopen dagen in opdracht van het kabinet mee sprak was de AbvaKabo. Bij CFO en NU'91 heeft dat kwaad bloed gezet. “Wij zijn de grootste”, laat Vrins niet na te herhalen. “En als je de grootste bent dan ontleen je daar rechten aan.”