Aantal Europese landen wil in Rio verder gaan dan verdrag; Toch harde afspraken klimaat

RIO DE JANEIRO, 3 JUNI. Een aantal Europese landen, waaronder Nederland, wil tijdens de VN-conferentie over milieu en ontwikkeling (UNCED), die vandaag is begonnen in Rio de Janeiro, een alternatief klimaatverdrag sluiten. De betrokken landen, waartoe vooralsnog ook Duitsland, Italië, Zwitserland, Oostenrijk en Denemarken zouden behoren, willen zo hun wrevel kenbaar maken over het huidige ontwerp-klimaatverdrag, dat zij, naar verwachting, deze week in Rio tevens zullen ondertekenen.

In de alternatieve "Verklaring over het klimaat' verplichten deze landen zich alsnog hun uitstoot van kooldioxyde in het jaar 2000 te hebben teruggebracht tot het niveau van 1990, zoals de Europese Gemeenschap tijdens de recente onderhandelingen over het officiële klimaatverdrag vruchteloos had bepleit. Omdat de VS weigerden zich op een dergelijke reductie vast te leggen, bond de EG vervolgens in.

In het huidige ontwerp-verdrag is nu alleen sprake van een vrijwillig terugdringen van de uitstoot van kooldioxyde, die niet aan een datum is gebonden.

Behalve het klimaatverdrag moeten in Rio verdragen getekend worden over de bescherming van biologische soorten ("biodiversiteit') en over bescherming van de bossen. Over beide verdragen, die met elkaar verband houden, wordt getwist tussen de Verenigde Staten en Maleisië. Het ontwerp-biodiversiteitsverdrag bepaalt onder meer dat rijke landen royalties afdragen aan en wetenschappelijke kennis delen met de landen waarin zij "biologische hulpbronnen' exploiteren, zoals planten of dieren uit het regenwoud voor agrarische of farmaceutische doeleinden. Het bossenverdrag moet vooral een einde maken aan het massaal rooien van tropische bomen, een belangrijke bron van inkomsten voor arme landen. Een hoge Nederlandse ambtenaar in Rio de Janeiro zei gisteren dat beide verdragen nu “een wankele basis” hebben.