WRR: minder dwang nodig in milieubeleid

DEN HAAG, 2 JUNI. De overheid legt in haar milieu-beleid tot nog toe de nadruk op directe regulering. Dit leidt tot toenemende handhavingsproblemen. Milieuproblemen moeten daarom meer te lijf worden gegaan met onder meer financiële prikkels, door bij voorbeeld heffingen en door milieuschade te verwerken in marktprijzen.

Dat stelt de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) in het rapport “Milieubeleid; strategie, instrumenten en handhaafbaarheid”. Het rapport vormt het eind 1990 door de regering aangevraagde advies over de relatie tussen milieu, economie en bestuur.

De WRR ziet het milieuvraagstuk vooral als een "gedragsprobleem'. De WRR erkent dat het milieuprobleem voorschriften en een zekere mate van dwang van de overheid vergt. Maar de raad pleit vooral voor sociale regulering, voor een oplossing die tot stand komt in het samenspel tussen burgers onderling.

De WRR oppert de mogelijkheid om de huidige belasting op het energieverbruik (Wet Algemene Bepalingen Milieuhygiëne) om te vormen tot een regulerende heffing op "overmatig energieverbruik'. De introductie van een dergelijke heffing moet volgens de WRR gepaard gaan met een diplomatiek offensief om ook andere landen zover te krijgen. De regulerende energieheffing is “effectief, efficiënt en overeenkomstig de eis dat de vervuiler betaalt”.

Enkele weken geleden bekritiseerde WRR-lid D.J. Wolfson de Europese Commissie die alleen bereid bleek een regulerende energieheffing in de EG in te voeren als ook de Verenigde Staten en Japan dat doen. Wolfson liet toen al doorschemeren dat de WRR de regering adviseert desnoods zelf een regulerende energieheffing in te voeren.

De WRR wijst op de voordelen die Europa kan hebben als het eerder dan Amerika en Japan een heffing invoert. “Voor motorbrandstoffen kan Europa zo nodig zijn eigen gang gaan. Hier nemen wij dan een technologische voorsprong, omdat de Europese industrie als gevolg van de heffing eerder vraag krijgt naar energiezuinige motoren, terwijl Amerika pas later met trendmatig stijgende benzineprijzen wordt geconfronteerd.”

De WRR pleit voor extra maatregelen om de groei van het autoverkeer terug te dringen, omdat anders de regeringsdoelstellingen niet kunnen worden gehaald. De WRR denkt daarbij aan verhoging van de brandstofkosten in combinatie met onder meer afschaffing van het reiskostenforfait en verhoging van de parkeertarieven in stedelijke gebieden.