Vrouwenpartijen op Roland Garros hinderlijke intermezzo's

PARIJS, 2 JUNI. Er wordt gegaapt op de tribune. Ongegeneerd en veel. Op het court central van Roland Garros staan twee vrouwen tegenover elkaar. In dit stadium van de open Franse titelstrijd is er altijd een uitblinkster en een schlemiel. Een hinderlijk intermezzo tussen twee robuuste mannenpartijen met slechts één voordeel: het is zo voorbij. Zo wordt althans het vrouwentennis beschouwd. Tot ergernis van de belangengroepering WTA, de emancipatiebeweging van het tennis.

De Amerikaanse Sandy Collins (35) heeft al een lange staat van dienst als profspeelster. Ze draait voor het dertiende jaar mee in het circuit. Ooit de top twintig gehaald, in Parijs alleen nog maar voor het dubbelspel ingeschreven. Sinds een jaar is ze bestuurslid van de Womens Tennis Association, waarvan Pam Shriver voorzitter is en verder onder anderen Martina Navratilova, Chris Evert en Zina Garrison in het bestuur zitten. “Ik denk dat wij een betere kwaliteit tennis spelen dan de mannen”, beweert ze. “Ik merk aan de reacties van de mensen dat ze het mannentennis vervelend beginnen te vinden. Serveren en afmaken. Dat zou wel eens in ons voordeel kunnen zijn.”

De dames zitten gedurig rondom de onderhandelingstafel, lijkt het wel. Praten over geld, want gelijkberechtiging betekent ook gelijke inkomsten. Ieder jaar opnieuw wordt de discussie gevoerd: een zelfde beloning voor vrouwen op de Grand-Slamtoernooien. Tot nu toe gebeurt het alleen bij de US Open. Roland Garros en Wimbledon blijven onvermurwbaar. “Misschien komt het door de status die de vrouw heeft in Europa. Toen ik 19 jaar was kwam ik voor het eerst in Italië en heb ik gemerkt wat het betekent om vrouw, jong en blond te zijn. Laatst was ik er weer en er is nog niets veranderd.”

In hun noeste vakbondsstreven naar salarisverhoging staan niet alle speelsters schouder aan schouder. Steffi Graf stak de WTA niet echt de helpende hand toe door te vertellen dat ze de eisen wat overdreven vindt. Tegenover het Zwitserse blad Sport verklaarde ze vorig jaar oktober komischerweise niet onvoorwaardelijk achter dat streven te staan. “Wij vrouwen werken heel veel. Maar van de mannen wordt er, als ze het hele toernooi partijen spelen waarbij het gaat op de beste van vijf sets, toch wel wat meer verwacht. Zeker als je ziet dat de krachtsverschillen bij vrouwen in het begin van het toernooi nogal groot zijn.”

Op Roland Garros is dat onderscheid cijfermatig eenvoudig aan te tonen. Van de eerste vijf geplaatsten bij de mannen waren er na drie ronden al drie uitgeschakeld, Stefan Edberg, Michael Stich en Michael Chang. De vijf hoogstgeplaatste vrouwen bleven in het toernooi. En veel gemakkelijker dan de mannen. Samen speelden ze 252 games, een gemiddelde van zestien per partij. De mannen kwamen op een totaal van 565, bijna 38 per match. Individueel is het gemak waarmee sommige vrouwen hun partijen winnen nog duidelijker aan te geven. Gabriela Sabatini kreeg in de eerste drie ronden het lachwekkende aantal van vijf games tegen, Monica Seles zes. Jim Courier, die de ballen over het net knuppelt en zijn tegenstanders van de baan veegt, moest nog 27 games tegen incasseren.

“Toch is het niet zo dat Monica haar partijen allemaal moeiteloos wint, hoor”, probeerde Collins het spel bij de vrouwen nog spannender te maken. De vierde ronde van Roland Garros ondersteunde haar op dat ogenblik nog twijfelachtige bewering. Tegen de Japanse Kijimuta leverde Seles de tweede set in en kwam zelfs nog 4-1 achter in de beslissende set, voordat ze toch datgene deed wat er van hen verwacht mocht worden. Maar in Parijs, bij de mannen verrassend als een tombola, is het een uitzondering. Dat vrouwen minder krachttennis spelen, waardoor het minder indrukwekkend oogt dan de klappen die mannen eruit rammen, zou op zich geen bezwaar hoeven te zijn als de onderlinge verschillen tussen de beste vier van de wereld en de rest niet zo enorm was.

Uit de gewetensvraag of ze liever een vrouwen- dan een mannenpartij becommentarieert redt Marcella Mesker zich met de opmerking dat ze elke partij die spannend is leuk vindt om te verslaan. Mesker, van 1983 tot en met 1988 bestuurslid van de WTA, werkt al geruime tijd als verslaggeefster voor de NOS-televisie. De diplomatie die ze hanteert bij het altijd heikele onderwerp heeft zeker te maken met haar vaststelling: “Als je een keer toegeeft, ben je verloren.”

Wel vindt Mesker dat het vrouwentennis best een professionelere uitstraling zou kunnen hebben. “Er is nog te veel invloed van ouders op meisjes. Jongens worden meestal alleen met een trainer op pad gestuurd. Met meisjes gaan te vaak de ouders mee. Dat de moeder van Sanchez er altijd bij is getuigt toch van een onvolwassen houding.” Ze spelen een rol bij de gevoelsmatig lagere inschaling van het vrouwentennis.

Maar ook de harde cijfers kunnen Sandy Collins niet van de wijs brengen. Zowel mannen als vrouwen spelen tennis, doen dus hetzelfde werk en verdienen daardoor ook hetzelfde salaris te krijgen. Waarom ze niet eisen dat ze net als de mannen om best of five spelen? “Ik denk dat de organisatoren ons eerder hetzelfde prijzengeld geven dan meer sets. Ze kunnen de toernooien, zeker wanneer het net als in Parijs deze week vaak regent, nu organisatorisch al nauwelijks rond krijgen.” Dat zou alleen lukken als er niet met 128 vrouwen werd begonnen, maar dat is wel het laatste wat de vakbond wil.

Het nimmer aflatende gekerm over gelijkschakeling van het prijzengeld bij Grand-Slamtoernooien zou de indruk kunnen achterlaten dat tijdens het vrouwentoernooi zwaar onbetaalde verschoppelingetjes van het professionele tennis staan te spelen. Ten onrechte. Er mag dan in de optiek van de WTA een flinke discrepantie in beloning bestaan, geld is er volop te verdienen. De winnares van Roland Garros incasseert 820.000 gulden, bij de mannen gaat de winnaar met 890.000 gulden naar huis. Manon Bollegraf, dit jaar de beste Nederlandse, wist na het bereiken van de kwartfinale dat er 100.000 gulden op haar rekening zou worden bijgeschreven.

Ook buiten de Grand Slams is er veel te verdienen. De organisatie van tennissters, in de jaren zeventig opgericht door Billy Jean King, heeft in Virginia Slims en Kraft General Foods geldschieters die samen borg staan voor een bedrag van zo'n 300 miljoen dollar waarmee een omvangrijk toernooiencircuit is gegarandeerd.

Behalve onderhandelen over geld en organiseren van wedstrijden streeft de WTA andere doelen na. Om het vrouwentennis onder de aandacht van het publiek te brengen worden er afspraken gemaakt met toernooidirecties over de vrouwenpartijen op het centre court, waar nu eenmaal de televisiecamera's staan opgesteld. Verder zijn er ideëlere zaken: variërend van interviewcursussen tot dopingcontroles. Maar opnieuw Steffi Graf bracht haar club daarmee in verlegenheid. Vorige week liet de Duitse weten dat de WTA weliswaar zegt twintig procent van de speelsters per toernooi te laten controleren, maar zij was voor dit toernooi in Parijs (waar op last van het ministerie van jeugd en sport dopingtests worden gehouden) nog nooit gecontroleerd. Terwijl ze wel eens tegen een speelster had gestaan van wie ze in een oogopslag kon zien dat ze doping gebruikt had.

Niet bekend

Op de perstribune van het centre court is een verslaggever in slaap gevallen. Hij ziet niet dat onder een kort plooirokje van een van de speelsters een tennisballetje tevoorschijn wordt gehaald voor de laatste service van de partij. Het wordt een sierlijke misser, de katterige afsluiting met een dubbele fout. Jeu, manche et match meldt de umpire. De reporter schrikt wakker en kijkt met slaperige ogen naar de baan. “Is het nu al afgelopen? Ik sliep net.”

Foto: Manon Bollegraf, één van de verrassingen in het vrouwentennis op Roland Garros: “Ik sta te dansen op de baan.” (Foto AP)