Voor een economische benadering van het milieu

De argumenten van mensen die kritiek leveren op een economische benadering van de milieuproblematiek, worden al te lichtgelovig geaccepteerd. Natuurlijk heeft het concept van duurzame groei de aandacht gevestigd op milieuproblemen die te lang zijn genegeerd. Maar er bestaat geen intellectuele rechtvaardiging om geaccepteerde technieken zoals de kosten-baten-analyse los te laten bij de beoordeling van milieu-investeringen en in plaats daarvan abnormale economische criteria toe te passen of - nog erger - een beroep te doen op bijzondere criteria voor de voortgang van de groei.

Het argument dat een morele verplichting tegenover toekomstige generaties moet leiden tot een speciale behandeling van milieu-investeringen, is onzinnig. We kunnen onze nazaten even goed helpen door verbetering van de infrastructuur als door het behoud van de regenwouden, evenzeer door beter onderwijs voor kinderen als door het in de grond laten zitten van olie, evengoed door uitbreiding van onze wetenschappelijke kennis als door vermindering van het koolzuurgas in de atmosfeer. Hoe zwaar of hoe licht onze generatie ook tilt aan de belangen van toekomstige generaties, het is altijd het beste om investeringen te doen die het hoogste rendement hebben.

Dit betekent dat elke investering, of die nu met het milieu te maken heeft of niet, naar economische maatstaven moet worden beoordeeld. Elk project moet meer opleveren (in geld en anderszins) dan een alternatieve besteding van het geld. Openbare, niet aan het milieu gebonden investeringen zoals onderwijsprogramma's of transportprojecten van de Wereldbank, hebben een rendement van meer dan tien procent. De meeste particuliere investeerders hanteren nog hogere drempels voor hun investeringen, omdat er alternatieven zijn die een hoger rendement garanderen.

Als de kosten en baten behoorlijk zijn geanalyseerd, kan het niet in het belang van het nageslacht zijn investeringen te doen die minder opleveren dan het maximum. Daar gaat het om in het lange-termijndebat van de milieuspecialisten. Een dollar die wordt geïnvesteerd en tien procent oplevert is over een eeuw zes keer meer waard dan een dollar die maar acht procent rente oplevert.

De veronderstelling dat onze eerste prioriteit is gelegen in de belangen van het nageslacht, is hoe dan ook discutabel. Het is natuurlijk ethisch van belang dat onze kleinkinderen het waarschijnlijk beter zullen hebben dan wij. Niemand kan de groeicijfers op lange termijn voorspellen, maar het is goed in herinnering te brengen dat de Amerikaanse levensstandaard nu drie keer zo hoog is als zestig jaar geleden, de Duitse zeven keer zo hoog en de Japanse tien keer. Hadden mijn Amerikaanse grootouders hun levensstandaard moeten beperken door - in een tijd waarin het leven aanzienlijk harder en korter was - voor mijn welzijn olie in de grond te laten zitten?

Wie zo denkt, hangt een vreemde moraal aan. Wat is de beste koers voor rijke landen: veel opzij leggen voor nakomelingen die veel rijker zullen zijn dan wij, of meer doen om de armen van nu te helpen? Wat mij betreft: ik voel me meer aangesproken door het lot van de één miljard mensen die anno 1992 moeten rondkomen van een dollar per dag, dan door toekomstige generaties.

Sommige milieudeskundigen praten over onze rentmeesterschap. We hebben, zeggen ze, de verplichting onze kinderen door te geven wat wij hebben aangetroffen. Natuurlijk willen we allemaal dat onze kinderen het beter hebben dan wij. Maar elke investering die verschil uitmaakt voor stijging of daling van de levensstandaard, zou het in een kosten-baten-analyse winnen van de geldende rentetarieven.

De reden dat sommige door milieu-deskundigen gewenste investeringen het in zo'n analyse niet redden, is dat hun vermoedelijke effect op de levensstandaard niet zo groot is. Neem het ernstigste wereldmilieuprobleem - de klimaatveranderingen als gevolg van het broeikaseffect. In het meest pessimistische scenario (namelijk dat van van William Cline van het Instituut voor Internationale Economie) zal de temperatuurstijging in de wereld de komende twee eeuwen de groei met minder dan 0,1 procent per jaar beperken. Maar dat is niet genoeg: de aanpak van de temperatuurstijging brengt de economische groei ook niet tot staan. Wie beweert dat onze kleinkinderen verpauperen als we wereldwijde milieuproblemen niet aanpakken, maakt zich schuldig aan demagogie.

Volgens sommigen is het, ongeacht wat er gebeurt met het produktiepotentieel van een economie, altijd verkeerd enig deel van de natuurlijke rijkdom op onomkeerbare wijze te schade toe te brengen. Maar wat is precies onomkeerbare schade? Het omkappen van enkele bomen en schaarse verbranding van aardgas zijn in orde, omdat er genoeg alternatieven voor handen zijn. Aan de andere kant kan niemand met gezond verstand voorstander zijn van het bouwen van een dam waardoor honderden dier- of plantsoorten zouden uitsterven, althans niet als er andere strategieën voor armoedebestrijding beschikbaar zijn. Het gaat altijd om de afweging van kosten en baten. Het opdreunen van het refrein van de duurzame groei is niet voldoende.

Bij de toepassing van het standaardparadigma van de kosten-baten-analyse op het milieu dienen zich twee problemen aan.

Sommigen zijn voorstander van een "andere' behandeling van milieu-investeringen omdat het zou gaan om alternatieven voor consumptie, niet voor andere investeringen. Dat hangt ten dele af van de vraag hoe aanvullende milieu-uitgaven worden gefinancierd. Dat is evenwel in wezen een politieke beoordeling. Eerlijke deskundigen zouden geen steun moeten uitspreken aan projecten als er voorstellen met een hogere opbrengst voorhanden zijn. En gegeven de zeer hoge rentetarieven die de meeste consumenten in de wereld bereid zijn bij leningen te accepteren, zou de consumptie in elk geval niet lichtzinnig moeten worden opgeofferd.

Het tweede argument is dat milieuschade slecht voorspelbaar en mogelijk onomkeerbaar is. De beste manier om rekening te houden met ongebruikelijke risico's bij milieu-beslissingen, is om de voordelen van milieu-investeringen ruim in te schatten. Hoe plausibel het ook lijkt om de rendementseis te verlagen om voor het incalculeren van toekomstige risico's, dit weerspiegelt een elementaire denkfout. De toepassing van een bijzonder laag rendement vergroot het gewicht van risico's in de verre toekomst in vergelijking met risico's in de naaste toekomst. Dat is een zinloze benadering.

Milieu-deskundigen die wijzen op de met economische standaard-criteria berekende schade aangericht door stuwdammen, krachtcentrales en wegen, hebben geen ongelijk. Het antwoord ligt niet in algemene criteria voor duurzaamheid of in bijzondere economische criteria, maar in het behoorlijk incalculeren van milieukosten bij de beoordeling van projecten. Het is een pijnlijk feit dat voor veel projecten die door de milieu-deskundigen worden bekritiseerd, nooit een zorgvuldige analyse is gemaakt. Het probleem ligt niet in een teveel aan kosten-baten-analyses, maar in een tekort aan zorgvuldige analyses. Veel milieu-verbeteringen kunnen de toets van een rigoureuze kosten-baten-analyse doorstaan. Het is niet nodig met de boeken te knoeien.

Foto: "Ik voel me meer aangesproken door het lot van de één miljard mensen die anno 1992 moeten rondkomen van een dollar per dag, dan door toekomstige generaties.' Sloppenwijk in Bombay. (Foto NRC Handelsblad/ Vincent Mentzel)