"Vandaag vernietigt men Servië, morgen Rusland'; Voor veel Serviërs is boycot resultaat van samenzwering

BELGRADO, 2 JUNI. “Voor vijf miljard dollar heeft Rusland Servië verraden”, roept de professor uit, en de ongeveer vijfhonderd demonstranten die zich voor de Russische ambassade in de Servische hoofdstad Belgrado hebben verzameld, juichen hem luid toe. Zo zit dat, voor zilverlingen heeft Rusland het orthodoxe Servische broedervolk verraden en in de Veiligheidsraad voor de sancties tegen Servië en Montenegro gestemd. Maar ze laten het er niet bij zitten: “Wij geloven in God, niet in een nieuwe wereldorde”, laat een spandoek weten.

Demonstranten hebben dinarbiljetten op de scherpe punten van het ambassadehek geprikt en gooien muntjes in de richting van de door politie beschermde ambassade om te laten zien dat ook zij Rusland financieel kunnen ondersteunen. Maar de ontsteltenis over het verraad van Rusland aan de Servische zaak overheerst. “Vandaag vernietigt het Vaticaan het Servische volk, morgen het Russische”, aldus een der sprekers. Vooral in het gemeenschappelijke orthodoxe geloof zien velen de verbondenheid tussen Serviërs en Russen, maar ook zijn echo's van de negentiende-eeuwse panslavische gedachte hoorbaar.

Het Westen is in oorlog met de orthodoxie, het Vaticaan en het nieuwe nazi-Duitsland voorop, weten verschillende sprekers. Even verstoort een criticus van de nationalistische president Slobodan Milosevic de eensgezindheid - politieagenten brengen hem voor de opkomende woede van de demonstranten haastig in veiligheid. Dan is het de beurt aan de volgende spreker om te betogen dat de internationale samenzwering tegen het Servische volk een voorbode is van de ophanden zijnde poging ook het Russische volk door “genocide” uit te roeien.

De hier geventileerde inzichten mogen misschien slechts onder een minderheid van gedreven nationalistische Serviërs gemeengoed zijn, de demonstranten hebben met bijna alle Serviërs gemeen dat zij de sancties als een gemene streek tegen het Servische volk zien. Dat is tenminste de indruk van de jongeman die op het Terazije-plein in het centrum reacties van voorbijgangers op de band vastlegt. “Misschien dat vijf procent van de mensen nu denkt: waar heeft die Milosevic ons eigenlijk toe gebracht. De rest begrijpt er eigenlijk niets van, of ziet geen alternatief voor Milosevic. En inderdaad: wie zou hem eigenlijk moeten vervangen?”

“De mensen zijn angstig”, aldus de radioreporter. “Velen beginnen over het bombardement op Belgrado, denkt u dat het daar van komt?” Verder valt hem op dat de meeste mensen nauwelijks weten wat de "blokkade' - zoals de VN-sancties hier meestal heten - eigenlijk inhouden. “Dat is de schuld van de televisie”, meent hij, “die de mensen schandelijk in het ongewisse laat”.

In deze lacune lijkt de Servische staatstelevisie gisteren te hebben voorzien met een uiteenzetting in de voornaamste journaaluitzending, door een professor die eerlijk toegaf dat het gaat om een “bijna volledig isolement van Joegoslavië” (Servië en Montenegro). Waar na twee dagen aarzeling van de staatstelevisie de feitelijke uiteenzetting van de sancties bijna perfect is, blijft de presentatie ervan echter ingebed in een propagandistisch kader. Tot de maatregelen, aldus de professor, is besloten na een zorgvuldig georkestreerde propagandacampagne in de internationale media, die de constructieve rol van Servië bij het streven naar vrede consequent verzwijgt of in een verkeerd daglicht plaatst.

De these van het grote misverstand lijkt ook de grondhouding van de leiders in Servië tegenover de sancties. De vice-president van Joegoslavië, Branko Kostic, riep gisteren de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Boutros Ghali, op waarnemers naar Belgrado te sturen die zich van Serviës constructieve rol zouden kunnen overtuigen. De Servische president Milosevic verklaarde dat het feit dat meer dan zestig procent van de Servische kiezers zondag opkwam bij de verkiezingen een waardig antwoord vormde op pogingen tot “buitenlandse interventie”. Steeds nadrukkelijker wekken de Servische leiders de indruk dat de sancties slechts bedoeld zijn om Milosevic ten val te brengen en te vervangen door een “marionettenregime”, waarbij aan de binnenlandse oppositiepartijen met zoveel woorden de rol van een vijfde kolonne wordt toebedeeld.

Dat alles is niet de zorg van de demonstranten voor de Russische ambassade in Belgrado, die geheel opgaan in hun droom van slavisch-orthodoxe eenheid tussen het Servische en het Russische volk. Gejuich gaat op als de voorzitter van de Servisch-Russische vriendschapsvereniging het ambassadegebouw wordt binnengelaten. Drie boodschappen gaat hij brengen: aan de patriarch van Moskou, aan president Jeltsin en aan de beweging der kozakken, die zich in Moldavië vechtenderwijs aan de kant van de Russische separatisten hebben geschaard. Zij worden uitgenodigd in Joegoslavië broederhulp te verlenen.