Twijfel bij LDP-politici begint te knagen

Nu de verkiezingen voor het Hogerhuis steeds dichterbij komen, het stortregent van de slechte bedrijfsresultaten en het aantal moorden in Tokio in mei explosief steeg tot tien, een aantal dat door de media direct in verband wordt gebracht met de economische malaise, neemt de nervositeit in Japan toe over de economie.

Het ergste is voorbij, sust het Economisch Planbureau. Het is onwaarschijnlijk dat het economische herstel nog dit jaar begint, meent het ministerie van internationale handel en industrie. Wie heeft er gelijk?

Feit is dat de industriële produktie in het eerste kwartaal opnieuw is gedaald (met 3,1 procent) ten opzichte van de voorafgaande drie maanden. En twee achtereenvolgende kwartalen negatieve groei betekent een echte recessie, recessie in Japans industrie. Ten opzichte van een jaar geleden daalde de produktie zelfs met 4,7 procent. Maar feit is ook dat in april de industriële produktie met 0,7 procent steeg ten opzichte van de voorgaande maand.

Dit laatste cijfer is nog geen teken van herstel, meent het Miti, want in dezelfde maand is bij de voorraden de vermindering gestopt. De voorraden duurzame consumptiegoederen zijn zelfs verder toegenomen.

Voor mei voorspelt het Miti een stijging van de industriële produktie van 0,7 procent en voor juni van 2,4 procent. Maar ook dat betekent nog geen herstel, want dat begint volgens het Miti (ministerie voor Internationale handel en industrie) pas als de voorraden slinken.

Het is voorbarig om te zeggen dat het herstel is begonnen, constateert ook het Planbureau, want de consumptie, die tot nu toe aanzienlijk was, begint ook af te zwakken. De huizenbouw en de orders voor machines nemen weliswaar iets toe, maar de investeringen zijn feitelijk nog steeds laag.

Doordat de winsten snel tuimelen, de banken steeds terughoudender worden en op de beurs malaise heerst, geloven de pessimisten dat de investeringen nog verder dalen. In het afgelopen boekjaar slonken de winsten in de sector precisiemachines met 46 procent, in de elektronica met 40 procent, in de auto-industrie met 33 procent, en samen zijn deze sectoren goed voor 40 procent van Japans totale industriële produktie. De winsten zouden nog veel lager zijn uitgevallen als het ministerie van financiën niet oogluikend had toegestaan dat bedrijven de verliezen op hun effecten als bijzondere verliezen boekten.

Ondernemingen zijn extra kwetsbaar doordat de investeringsboom van de afgelopen jaren hen heeft opgezadeld met fenomenale afschrijvingskosten. Daarbij komen de toenemende zorgen om de aflossingen. Dit jaar en volgend jaar moet respectievelijk 8,9 en 12,2 biljoen yen worden afgelost op converteerbare obligaties, terwijl het door de koersval onmogelijk is om aan geld te komen op de Japanse aandelenmarkt. Kleine beleggers laten zich op de beurs niet meer zien, nadat ze 61 biljoen yen op hun effecten verloren door de ineenstorting van de bubble-economie. Op de Euromarkt is de situatie al niet anders, omdat de kopers altijd Japanse institutionele beleggers waren die het nu massaal laten afweten. De banken hebben zo veel slechte leningen in portefeuille dat ze nauwelijks nog krediet verstrekken. De geldgroei is nog nooit zo laag geweest.

De pessimisten - die natuurlijk het tij meehebben - wijzen vooral op de kwetsbaarheid van de banken. Zeker voor 20 biljoen yen hebben de banken aan slechte leningen uitstaan, als het bedrag niet veel hoger is. De banken hullen zich in diep stilzwijgen, wat de bange vermoedens alleen maar aanwakkert. De deposito's zijn weliswaar door de autoriteiten verzekerd, maar daarvoor is slechts 600 miljard yen in een fonds beschikbaar (terwijl nog eens 500 miljard yen bij de centrale bank kan worden opgenomen). Dat is 20 tegenover 1,1.

Niks aan de hand zeggen de optimisten, Japan ligt met zijn investeringen en onderzoek & ontwikkeling zo ver voor op de rest van de industriële wereld, dat al die cijfers er niet toe doen. Na twee zware jaren hebben de multinationale giganten de malaise van zich af geschud. De buitenlandse concurrentie die denkt dat er aan de Japanse uitdaging een eind is gekomen, zal nog verbaasd opkijken. Ze halen er graag een ander cijfer bij: Japan is de grootste spaarpot te wereld, aan persoonlijks besparingen bezitten de Japanners 1000 biljoen yen (14,2 biljoen gulden). De economie kan wel tegen een stootje.

Maar onder vooraanstaande politici, onder wie LDP's kingmaker Shin Kanemaru, begint langzamerhand toch de twijfel te knagen. Ze dringen openlijk aan op nieuwe stimuleringsmaatregelen. Duit in het zakje deed ook het ministerie van post en telecommunicatie, dat met zijn postbank over de grootste spaarpot van Japan beschikt. Het opperde om dit geld van de kleine spaarders te gebruiken om de beurskoersen op te krikken. Het idee werd onmiddellijk neergesabeld door het ministerie van financiën. Samen met de Bank van Japan en het Planbureau vormt Financiën nog een stevig bastion tegen de voorstanders van overheidsinterventie. De vraag is hoe lang nog. Want zolang de tekenen van herstel uiterst zwak zijn, wordt hun vestingwerk er niet steviger op.