Te veel voorproefjes op opening Holland Festival

Het Holland Festival '92 is gisteravond, in aanwezigheid van koningin Beatrix en prins Claus, geopend met een spectacle coupé in de Grote Zaal van het Amsterdamse Concertgebouw. Behalve muziek van onder anderen Stockhausen, Satie en Nono, was er ballet van Hans van Manen en een zwijgende film.

Op papier leek het een aardig idee, zo'n ratjetoe van elementen die later deze maand in het festival terug zullen keren. Stockhausens heftige fanfare-achtige Groet van Michael verwees naar zijn opera Dienstag (25/6), twee pas de deux van Hans van Manen blikten vooruit op het dansprogramma dat dit jaar vrijwel geheel aan zijn werk is gewijd, de luchtige muziek van Darius Milhaud waarmee het Schönberg Ensemble Cavalcanti's merkwaardige filmpje La P'tite Lilie uit 1927 begeleidde, gaven een voorproefje van zowel de filmavonden (vandaag en morgen) in Tuschinski, als een concert met muziek van de Franse componist (8/6), ter gelegenheid van zijn honderdste geboortedag.

Helaas miste deze opening het feestelijke karakter. Dat lag ondermeer aan de presentator. Joop van Tijn wist niet dat Luigi Nono in 1990 overleed ("Nono werkt in Freiburg en zal een concert met eigen muziek dirigeren.') en hij maakte de verkeerde grappen. Verwijzingen naar de Notenkrakers raakten jaren geleden al uit de mode en in Van Tijns ongetwijfeld provocerend bedoelde opmerkingen over de aanwezige sponsors en buffetten, was ik niet geïnteresseerd.

De oude-heren-onderelkaar interviews met De Waart, De Leeuw en Van Manen waren te duidelijk bedoeld als afleiding tijdens de vele podiumwisselingen. Het was echter niet alleen de schuld van Van Tijn dat de avond moeizaam verliep, de formule bleek niet te werken. Het was allemaal te statisch en vooral te veel.

Een van de slachtoffers was Nieuw Sinfonietta Amsterdam, dat vlak voor de pauze Strawinsky's Concerto in D speelde. De aandacht van het publiek was inmiddels danig verslapt en als de uitvoering, zoals in dit geval, dan de scherpte mist, sleept de muziek zich voort in afwachting van het laatste akkoord.

Muzikale hoogtepunten waren er gelukkig ook. Na de schetterende opening van Stockhausen (Edo de Waart: “Het stuk wordt beter als je eraan werkt.”) toverden de slagwerkers van het Circle Ensemble onder leiding van Michael de Roo de mysterieuze klankwereld van Luigi Nono tevoorschijn - een groter contrast is nauwelijks denkbaar. Aan het eind van de avond wist Reinbert de Leeuw zijn Schönberg Ensemble te motiveren tot een fraai gepolijste uitvoering van de Kammersymphonie van Franz Schreker.

Stockhausen, Nono, Milhaud, Oestvolskaja en Schreker. De afwezigheid van Nederlandse componisten is volgens festival-directeur Jan van Vlijmen (in een ingezonden brief in het CS van vorige week) het gevolg van het streven naar programmatische samenhang, maar die is in het bovenstaande rijtje componisten moeilijk te ontdekken. Van Vlijmen heeft zijn muzikale visitekaartje afgegeven: de vernieuwers van de twintigste eeuw zijn volgens hem kennelijk de vernieuwers uit het verleden.

Nederlandse componisten of niet, de avond maakte weer eens duidelijk hoe hoog het niveau is van de Nederlandse uitvoerders. Hopelijk beseft minister d'Ancona, een van de vele politici die deze openingsavond bijwoonden, wat ze aanricht als ze over twee weken haar kunstplannen in de huidige vorm door de Tweede Kamer loodst.

Dansen op het podium van het Concertgebouw is geen alledaagse zaak, en zeker niet het soort dans dat er nu op plaatsvond in het kader van het spectacle coupé dat het Holland Festival opende: twee duetten van Nederlands unieke choreograaf Hans van Manen. Zij hoorden er zeker in thuis, want de hors d'oeuvre varié wilde een voorproefje geven van wat het festival dit jaar te bieden heeft en een van de belangrijke onderdelen daarin wordt gevormd door de programma's waarin vijftien balletten van deze grootmeester getoond worden.

De theatrale omstandigheden waarin Trois Gnossiennes (Pianovariaties III) en Theme uit True Color werden uitgevoerd, zijn verre van ideaal te noemen: een klein podium met een rommelige, met het voor de orkeststukken benodigde instrumentarium gevulde achtergrond, en beperkte belichtingsmogelijkheden. Bovendien blijft voor het publiek dat in de zaal zit de vloer praktisch onzichtbaar. Dat is vooral voor Theme, dat zich afspeelt op een smalle lichtbaan, een groot gemis.

Dat beide werken toch indruk maakten, is vooral te danken aan de choreografische kwaliteiten ervan en de voortreffelijke uitvoering. Trois Gnossiennes, in 1982 voor Het Nationale Ballet gemaakt als sluitstuk van Five Short Stories, is sindsdien als zelfstandig ballet uitgevoerd en past in de reeks van vijf werken die Van Manen tussen 1980 en 1984 maakte op pianomuziek van verschillende componisten.

Het is een juweel van verstilde, uiterst gestileerde bewegingen vol verrassende details, perfect aansluitend in sfeer en intentie bij Satie's muziek. In de theaterversie verplaatsen vleugel en pianist zich op een rollend podium langzaam over het toneel. Dat brengt een extra samenhang aan tussen muziek en dansers. Maar nu was dat helaas niet mogelijk. Caroline Sayo Iura en Robert Bell dansten het werk loepzuiver en wisten een prachtige sfeer op te bouwen en vast te houden.

Het tweede duet, Theme, werd in 1991 oorspronkelijk gemaakt als onderdeel van het programma True Color, een initiatief van de jonge moderne danseres Karin Post, waarin de rode draad tussen de verschillende choreografieën gevormd werd door het toneelbeeld van beeldend kunstenaar Peter Struycken, bestaande uit een op het achterdoek geprojecteerde film met steeds veranderende patronen van gekleurde blokjes. Die achtergrond was er nu niet. Wel was er de smalle horizontale lichtbaan waarin de twee dansers zich bewegen. Soms verplaatsen zij zich er iets buiten, en bleven alleen onderdelen van hun lichaam zichtbaar. Dat brengt een dramatische spanning teweeg, een spanning die ook in het sobere, uitgebalanceerde bewegingsmateriaal zit. Ook hier was de uitvoering, van Karin Post en Michael Beards, voortreffelijk. Zij had op geen enkele manier te lijden onder de omstandigheden.

Beide duetten kregen dan ook een opmerkelijk enthousiast onthaal evenals, zeer terecht, Hans van Manen dat kreeg toen hij voor een kort gesprek met presentator Joop van Tijn het podium beklom. Ook als persoon bleek Van Manen "waardevast' te zijn, want Van Tijns bijdrage was onder de maat en de manier waarop hij Van Manen het eerste exemplaar van het aan hem gewijde boek Hans van Manen - Foto's, feiten, meningen aanbood, was ronduit klungelig.