SPD en Lafontaine in verlegenheid door wachtgeldregeling

BONN, 2 JUNI. Eigenlijk had het SPD-bestuur stevig willen uitpakken tegen de regeringspartijen. Na het mislukte topgesprek van vorige week woensdag met kanselier Helmut Kohls coalitie zat SPD-voorzitter Björn Engholm daarvoor gisteren in Bonn klaar in het pand van de vertegenwoordiging van Saarland, het armlastige Duitse deelstaatje waar zijn vice-voorzitter Oskar Lafontaine sinds 1986 minister-president is.

Deze plaats van samenkomst was interessant, want Lafontaine is een verklaard voorstander van een hardere, offensieve oppositiekoers jegens het kabinet-Kohl. Hij was daarom eigenlijk steeds tegen dat riskante bipartisan topgesprek van vorige week geweest. Engholm zou dus gisteren voor de uitgenodigde media als het ware alsnog óók het "gelijk' van zijn tweede man gaan uitspreken.

Maar het liep anders. Gastheer Lafontaine bleef niet alleen weg, hij speelde elders een defensieve hoofdrol, waarvoor de media méér belangstelling hadden. Een artikel in het weekblad Der Spiegel had hem plotseling zo in de problemen gebracht dat hij zich gedwongen zag in allerijl in "zijn' hoofdstad Saarbrücken zelf een persconferentie te geven. Terwijl Engholm in het Saarland-huis in Bonn geen vragen over Kohl maar over zijn vice-voorzitter moest beantwoorden: “Ja, als er iets verkeerd is gegaan, moet dat worden uitgezocht, maar als u nu ethische vragen stelt over Lafontaine moet u dat ook in andere gevallen doen.”

Der Spiegel had bericht dat Lafontaine ten minste materieel een loopje genomen had met een ingewikkelde wettelijke wachtgeldregeling. Want hoewel de regeling in feite bedoeld is voor ambtenaren en politici die geen baan meer hebben, heeft hij sinds 1986 naast zijn inkomen als premier van Saarland (25.000 mark per maand) een wachtgeld ontvangen als oud-burgemeester van Saarbrücken.

Het resultaat van deze, mede door vertraagde wetgeving ontstane, “technische fout” is volgens Lafontaine inmiddels opgelopen tot omstreeks 100.000 mark. Het verwijt van Der Spiegel dat de regeling in '86 in Saarland “juridisch dubieus” geformuleerd was deed hij af als “een slechte grap”. Hij noemde zijn gewraakte wachtgeld “rechtmatig”, maar beloofde nochtans om, alsnog, een ton van zijn inkomsten over de afgelopen jaren een “sociale bestemming” te zullen geven.

Dat is “een schuldbekentenis”, juichte de FDP-oppositie in de Saarlandse landdag, “Lafontaine moet aftreden”. Volgens haar Saarlandse fractieleider Jacoby heeft hij trouwens niet 100.000 maar 300.000 mark (bruto) teveel aan inkomsten gehad. Johannes Gerster, ondervoorzitter van de CDU-fractie in de Bondsdag: “Oskar Lafontaine is de grootste prediker van sociale jaloezie in dit land. Als deze heer nog een restant aan politiek schaamtegevoel kan opbrengen, trekt hij zich terug uit de politiek”.