Opbrengst Canary Wharf mogelijk 600 mln pond

Canary Wharf is bij een gedwongen verkoop niet meer waard dan 600 miljoen pond (2 miljard gulden). Dit blijkt uit twee onafhankelijke onderzoeken die naar de waarde van het kantorenproject in de Londense Docklands zijn gedaan.

De taxaties werden verricht in opdracht van het Brits-Amerikaanse conglomoraat Hanson en het Britse transport- en vastgoedconcern P & O. Beide ondernemingen zeiden gisteren dat een eventueel bod op Canary Wharf nog lager zou uitvallen. Het getaxeerde bedrag bedraagt slechts de helft van het bedrag van in totaal 1,2 miljoen pond dat alleen alaan bankschulden rust op het projekt.

Hanson en P & O schaarden zich gisteren onder de gegadigden voor de koop van het projekt, waarvan de eigenaar Olympia & York eind mei in surséance van betaling ging. De Hongkongse miljardair Li Ka Shing en de staatsinvesteringsmaatschappij van Singapore gaven vrijdag al te kennen genteresseerd te zijn in de overname van het vastgoedprojekt. Nieuwste belangstellende is sjeik Maktoum al-Maktoum, lid van de heersende familie van het oliestaatje Dubai. Als voorwaarde voor de overname van Canary Wharf heeft Hanson gesteld dat de banken het overgrote deel van hun vorderingen op het projekt afschrijven. Van alle gegadigden is inmiddels bekend dat zij in ruil voor een eventuele reddingsoperatie eisen dat de Britse regering aktief meewerkt aan een oplossing van de crisis rond de Docklands.

Onderdelen van een dergelijk plan zijn de verhuizing van 4000 ambtenaren van het regeringscentrum Westminster naar de Docklands en het voortzetten van de aanleg van de Jubilee Line, de metroverbinding tussen de Docklands en het stadscentrum van Londen. Het Britse kabinet heeft hierover nog geen concrete toezeggingen gedaan. Het overweegt alleen maatregelen te nemen voor zover de verhuizing van de ambtenaren “commercieel aantrekkelijk” is. De Labour-oppositie in het Britse Lagerhuis gaf gisteren te kennen protest aan te tekenen tegen elke vorm van overheidsbemoeienis met Canary Wharf.