Op zoek naar vrede

HET LOT VAN DE mensen in Bosnië-Herzegovina is triest en terecht wordt daar veel aandacht aan besteed.

De Verenigde Naties zijn zelfs overgegaan tot een totale boycot van Servië-Montenegro om aan de dagelijkse aanvallen op de burgerij van Bosnië een einde te maken. Maar hoe bedroevend de toestand ook is, er is een lichtpunt: de gevreesde Balkanoorlog is tot dusver uitgebleven. Vorig jaar nog werd de bemoeienis van de Europese Gemeenschap met de conflicten in het voormalige Joegoslavië onder meer verantwoord met een verwijzing naar het gevaar dat als vanouds de strijd zich als een olievlek over de hele Balkan zou uitbreiden. Daarvan is, gelukkig, geen sprake.

De tijd dat landen interne conflicten bij hun buren aangrepen om er gewapenderhand invloedssferen te scheppen is voorbij. Buurlanden zijn er veeleer op uit de strijd te dempen of ten minste te isoleren. De beschuldiging van de zijde van het regime in Belgrado dat Servië het slachtoffer is van een Duits-islamitische samenzwering, gestut door Amerikaans imperialisme, raakt dan ook kant noch wal. De Joegoslavische burgeroorlog is in aanleg een produkt van de emancipatiebeweging die zich in het gehele voormalige Sovjet-imperium in Europa voordoet. Burgers zoeken een weg naar vrijheid en welvaart en hebben, al doende, de oude regimes of de remplaçanten daarvan verdreven uit de zetels van de macht. Die beweging voltrekt zich in het oude Joegoslavië langs etnische breuklijnen, maar de stuwende kracht is dezelfde als elders.

VOOR BEMIDDELAARS en verzoeners als de Verenigde Naties maakt dit het werk in zekere zin eenvoudiger. Met complicerende externe factoren hoeft slechts rekening te worden gehouden voor zover hun bestaan om opportunistische redenen wordt verondersteld. Ook buiten Europa zijn daarvan voorbeelden te vinden. Zo verschanst de Rode Khmer in Cambodja zich achter de drogreden dat de VN eerst de grens met Vietnam onder hun controle moeten brengen alvorens blauwhelmen in het gebied van de Rode Khmer zelf kunnen worden toegelaten. Er dreigt geen Vietnamees gevaar meer voor Cambodja en dus evenmin voor de Rode Khmer, zeker nu de Volkerenorganisatie het land overneemt, maar het tijd rekken en dwarsliggen van de rode extremisten moeten ermee worden gerechtvaardigd. Zoals het regime in Belgrado een Duits gevaar oproept om de aandacht van de Servische gewelddaden af te leiden.

Het uitblijven van de grensoverschrijdende complicaties waarmee aanvankelijk rekening werd gehouden, maakt de vredehandhavende taak van de VN-troepen overigens nog niet echt gemakkelijk. Gewapende twisten dreigen resistent te worden voor een behandeling met het serum van de internationale bemiddeling. Het antwoord op interventie van buiten is meer en meer het zoekmaken van de macht. In Libanon bood de versplintering der milities daarvan al een angstaanjagend voorbeeld, maar de leiding in Belgrado past het scenario met zo mogelijk nog groter cynisme toe. Zonder geloofwaardige gesprekspartners komt de bemiddelaar in een diplomatiek vacuüm terecht en dat is precies wat er in het oude Joegoslavië gebeurt. Het Servische regime heeft bovengronds zogenaamd geen zeggenschap meer over de strijdgroepen elders terwijl ondergronds de lijnen intact blijven. In Cambodja lijkt de Rode Khmer een overeenkomstige tactiek te volgen.

HET CONCEPT VAN de vredeshandhaving gaat ervan uit dat er een toestand van vrede is die kan worden gehandhaafd: hoofdrolspelers in een bepaald conflict willen vrede, de VN helpen hen die te handhaven, zonodig tegen contesterende lagere goden in. Maar meer en meer wordt dit concept misbruikt om internationale bemoeienis op afstand te houden door bemiddeling toe te laten en haar tegelijkertijd plaatselijk zoveel mogelijk tegen te werken. Het concept van vredehandhavende interventie lijkt dan ook te zijn uitgeput op het toppunt van zijn populariteit. Voor het bewaren van de vrede ontbreekt een bruikbare blauwdruk.