Oekraïne en Rusland kunnen militaire problemen oplossen

Eén van de weinige juiste voorspellingen in de internationale politiek van de afgelopen tijd was de uitspraak van minister van buitenlandse zaken Baker van de VS in december 1991 dat het Gemenebest van Onafhankelijke Staten (GOS) geen lang leven beschoren zal zijn.

“Het GOS is een multilateraal echtscheidingsconvenant dat het mogelijk maakt de boedelscheiding van het voormalige Sovjet-imperium te kunnen regelen”, zo valt bij herhaling in de hoofdstad van de Oekraïne, Kiev, te beluisteren. En daarbij is dit land niet van plan om uitsluitend zijn aandeel van 16,37 procent in de internationale schuld van de voormalige Sovjet-Unie voor zijn rekening te nemen. “Onze bijdrage aan het BNP van de Sovjet-Unie was 25 procent. We hebben dus recht op 25 procent van de baten van het voormalige Sovjet-imperium, zoals bijvoorbeeld de ambassades.” "Soevereiniteit', "onafhankelijkheid', "niet gebondenheid' en "kernwapenvrij' zijn de trefwoorden van Oekraïense gesperkspartners.

Het is tevens de verklaring waarom de Oekraïne weigerde zich bij het vorige maand gesloten collectieve defensieverdrag van de Russische Federatie, Kazachstan, Oezbekistan, Turkmenistan, Tadzjikistan en Armenië aan te sluiten. “Wij zijn tegen een nieuw bipolair systeem, maar zien onze toekomst in een collectief veiligheidssysteem binnen de CVSE”, is de mening van een hooggeplaatst politicus.

Na bijna acht eeuwen van onderwerping aan Polen, Mongolen en Russen heeft dit land de kans op onafhankelijkheid gegrepen. Een onafhankelijkheid die in de perceptie van vele Oekraïners echter bedreigd wordt door Rusland. De Russische uitspraak vlak na de onafhankelijkheidsverklaring van de Oekraïne dat de grenzen met nabuurlanden weer ter discussie zouden staan en de opmerking van Jeltsin dat de Zwarte-Zeevloot “Russisch was, is en altijd zal zijn”, droegen niet bij tot een goede verstandhouding. Om nog maar niet te spreken over de status van de Krim. Het standpunt van de Oekraïne hierover biedt weinig ruimte voor concessies. “De overdracht van de Krim aan de Oekraïne in 1954 ging met wederzijdse toestemming en kan dus nooit unilateraal opgezegd worden.” Ook hier een beschuldigende vinger naar de Russen, die de afscheidingsbewegingen hier zouden steunen.

Los van de problemen met zijn machtige nabuur, zijn de perspectieven van de onafhankelijke Oekraïne echter relatief gunstig. De jarenlange samenwerking tussen Kravtsjoek en de nationalistische, democratische Roech-beweging en het minderhedenbeleid hebben voor een vrij stabiel politiek klimaat gezorgd. Niet voor niets stemde tachtig procent van het overwegend uit Russen bestaande leger voor de onafhankelijkheid van de Oekraïne.

Bovendien blijkt uit een rapport van de Duitse Bank dat de vooruitzichten in de voormalige Sovjet-republieken voor een marktgerichte economische ontwikkeling in de Oekraïne het gunstigst zijn. Met zijn omvangrijke landbouw, industrie en grondstoffen heeft het 52 miljoen inwoners tellende land belangrijke troeven in handen. Ter ondersteuning en als symbool van de "soevereiniteit' en "onafhankelijkheid' is een belangrijke rol weggelegd voor de strijdkrachten van de Oekraïne.

Nadat het land zich op 24 augustus vorig jaar onafhankelijk verklaarde en het parlement de soevereiniteit opeiste van alle op het grondgebied van de Oekraïne gestationeerde militaire eenheden, is direct begonnen met de "transformatie' van de voormalige Sovjet-eenheden tot een eigen nationale krijgsmacht. Eind volgend jaar zal deze uit drie elementen (reguliere militaire eenheden, nationale garde en grenstroepen) bestaande krijgsmacht 450.000 man moeten omvatten.

Los van personeelstechnische problemen, zal de Oekraïne over een omvangrijk militair apparaat beschikken. Vorige maand bereikte de Oekraïne met andere GOS-staten een overeenkomst over de onderlinge verdeling van de in het CFE-verdrag aan de voormalige Sovjet-Unie toegestane plafonds voor militair materieel. Ingevolge deze afspraak mag de Oekraïne beschikken over 4080 tanks, 5050 gevechtsvoertuigen, 4040 stuks artillerie, 1090 gevechtsvliegtuigen en 330 aanvalshelikopters. Dit betekent dat de Oekraïne na Rusland de grootste land- en luchtmacht in Europa heeft.

Anders dan in Kiev zijn het in Moskou vooral de onderlinge economische betrekkingen en het in stand houden van open grenzen die hoog op de politieke agenda staan. Maar ook de gedachte dat Kiev in het buitenland zal liggen is vrijwel onverteerbaar. Impliciet speelt uiteraard mee dat zonder het Oekraïense economische en militaire potentieel Rusland nauwelijks nog de rol van supermogendheid kan opeisen. De nauwe onderlinge economische banden tussen de voormalige Sovjet-republieken, gebaseerd op een systeem van wederzijdse afhankelijkheden, zijn vooral voor de Russische Federatie van groot belang. Nog belangrijker dan de onderlinge economische betrekkingen is voor Moskou echter "het probleem' van de strategische nucleaire wapensystemen in de Oekraïne. Nadat vorige maand de laatste tactisch nucleaire wapens uit de Oekraïne naar Rusland zijn getransporteerd, resteert nog een niet onaanzienlijk aantal strategische wapensystemen. Het gaat hier om 130 (totaal 780 kernkoppen) SS-19 raketten, 46 (totaal 460 kernkoppen) SS-24 raketten en 21 bommenwerpers (totaal 168 kernwapens). Dit arsenaal overtreft zelfs in ruime mate dat van Frankrijk en Groot-Brittannië samen. Wat is nu het probleem voor Moskou? Zoals bekend is de Oekraïne onlangs in Lissabon toegetreden tot het START-verdrag. Het heeft daarbij de verplichting op zich genomen zo spoedig mogelijk tot het non-proliferatie-verdrag (NPV) toe te treden en binnen zeven jaar alle aanwezige nucleaire wapens te vernietigen. Bovendien zijn deze strategische wapens alleen inzetbaar via een beslissing van Moskou, dat er de operationele controle over heeft. Herhaaldelijk valt echter de Russische vrees te beluisteren dat de Oekraïne het proces van ontmanteling zal traineren. Een hooggeplaatst militair sluit zelfs niet uit dat de Oekraïne binnen één à twee jaar over de technische mogelijkheden beschikt om deze wapens zelfstandig in te zetten.

Los van de strategische strijdkrachten die onder centraal commando van het GOS blijven, heeft als laatste van de voormalige Sovjet-republieken Rusland op 7 mei de oprichting van een nationale krijgsmacht aangekondigd. In de praktijk betekent dit dat de Russische federatie het grootste deel van de voormalige Sovjet-strijdkrachten overneemt.

Een belangrijk probleem voor het terugtrekken van deze eenheden is het gebrek aan huisvesting in Rusland. Naar verwachting zal de sterkte van de Russische strijdkrachten in de toekomst tussen de 1,2 en 1,5 miljoen man bedragen. In ieder geval zal in 1995 de Russische krijgsmacht met 700.000 man gereduceerd zijn. De sociale problematiek die hiermee gepaard zal gaan is echter vrijwel onoplosbaar.

In dit verband is evenals in de Oekrane ook in Moskou het militair industrieel complex een belangrijk obstakel op de weg naar hervormingen. Volgens recente gegevens is het in de voormalige Sovjet-Unie verantwoordelijk voor 40 procent van het bruto-nationaal produkt, zorgt voor 50 procent van de industriële produktie en verschaft werk aan zo'n 5 miljoen man. Naar schatting is nog eens zo'n 7 miljoen man indirect van het militair industrieel complex afhankelijk.

Het is duidelijk dat de militaire problemen tussen beide landen vooral politiek, economisch en sociaal van aard zijn. Niettemin blijkt dat compromissen tussen beide landen mogelijk zijn. Zowel in Kiev als in Moskou erkent men fouten te hebben gemaakt, zoals bijvoorbeeld in de "oorlog der decreten'. Ook voor de Zwarte Zee-vloot bleek afgelopen week een voorlopig compromis mogelijk. Na maandenlang touwtrekken is overeengekomen dat deze vloot niet meer onder het centrale commando van het GOS zal staan. De afspraak tussen Rusland en de Oekraïne deze vloot in onderling overleg te zullen verdelen, is een belangrijke stap op de weg naar een oplossing van de militaire problemen.

Het dringendst is een oplossing voor de resterende kernwapens in de Oekraïne. Te denken valt aan het verwijderen van de kernkoppen van de raketten en deze onder het veiligheidsregime van het START-verdrag in afwachting van de vernietiging op Russisch grondgebied op te slaan.