Moelijke teksten, makkelijke vragen

Ach die oude foto's! Elke keer als ik ze in deze krant tegen kom, doen ze me altijd denken aan een familie-album. Daar passen deze foto's perfect... Maar in een krant? Waarom? Het antwoord moet simpel zijn. De plaatsing van zo'n ”prehistorische' foto dient als beloning voor een moeite die we hebben genomen. Het is zo lang geleden dat we zelfs de herinneringen afdoen door onze schouders op te halen: we kunnen de primitieve examens van vroeger niet in het rijtje plaatsen van de veel belangrijker toetsen die we op latere leeftijd moesten doorstaan.

Het imperium waarin ik mijn examen Russisch moest afleggen, mondeling en schriftelijk, is uiteengevallen en bestaat alleen nog in mijn herinneringen. Maar toch toont iemand in een volstrekt ander land belangstelling voor de dag ergens in mei (of juni) 1963, toen ik gekleed in mijn vaders colbert met een vooroorlogse das naar de school nummer vier (zo heette mijn school toen) ging om de ”ekzamenarsionnaja kommisija' van mijn kennis omtrent mijn eigen moedertaal te overtuigen.

Maar waarom studeren Nederlanders Russisch? Om met vakantie naar Rusland te kunnen gaan? Om zichzelf in staat te stellen een roman van Tolstoj of Dostojevski in het Russisch te lezen? Om een gesprekje met een Rus te voeren die op een blauwe maandag in Nederland verzeild raakt? Of hopen ze zaken in Rusland te kunnen doen? Waarom studeert iemand Russisch? Weinigen van mijn studenten in Leiden konden een rationeel antwoord op die vraag geven.

En toch denk ik dat ik ze eigenlijk wel begrijp. Het Russisch wordt gezien als een studie van een alternatieve levenswijze. Russen schijnen de meeste liefde te bewaren voor tegenovergestelde begrippen zoals haat/liefde, waarheid/leugens. Zelden komt men zo'n gepolariseerd volk tegen. En er zit weinig tussen de polen, een grote leemte, geen breed scala van beschermende gradaties, nuances van betekenissen. Het is alles of niets, zwart of wit. Ook hebben de Russen een talent om uit twee tegenovergestelde begrippen iets nieuws te toveren: haatliefde, waarheidleugens.

Misschien gebeurt dit juist onder invloed van het Russisch, een synthetische taal. Het Nederlands, bijvoorbeeld, is analytisch. De woordorde binnen een zin speelt in vele gevallen de rol van de naamval. Juist dit soort anomalieën fungeren als een trekpleister voor degenen die de bekendste Oost-Slavische taal meester willen worden. Hun aantal is echter gering. Het Russisch wordt in Nederland aan maar drie dagscholen gedoceerd. Het aantal avondscholen met belangstelling voor mijn moedertaal is veel groter - twintig.

Het grootste probleem voor de native speaker, en als zodanig was ik vijftien jaar geleden aangesteld, blijft de magische aantrekkingskracht van je moedertaal in den vreemde. Je bent tevreden als een leerling aan wie je wat kwijt wil, je begrijpt. Daarbij spelen de grammaticale regels voor mij zo'n ondergeschikte rol dat de Nederlandse collegae er onrustig van worden. Ik wil mijn leerlingen veel vergeven, als ze maar interesse hebben in het Russisch.

Ik vond persoonlijk de vijf teksten die aan de HAVO-leerlingen dit jaar werden voorgelegd vrij moeilijk. Men nam de eerste tekst, waarin werd verteld hoe de vertegenwoordigers van het departement van cultuur van de Moskouse staatsraad een schilderij hebben verwijderd vanwege het vrouwelijke naakt. De kunstschilder Arkadij Petrov heeft er alsnog een broek opgeschilderd; dat mocht echter niet baten.

Het schilderij werd geweerd van de persoonlijke tentoonstelling van de arme Petrov. Hoewel, zo arm is Petrov niet gebleven, want zijn schilderij werd door Amerikanen via de ”exportsalon' gekocht. Wat een ”exportsalon' is, moet u mij niet vragen. Dat weet ik niet. Dezelfde kunstschilder heeft op een andere tentoonstelling een schilderij geëxposeerd waarop drie meisjes geportretteerd stonden, samen met de ”grootste vriend der kinderen, kameraad Stalin'. Ook dit schilderij werd vrij snel verwijderd, want het viel uit de toon van de expositie.

Ik volgde nauwlettend de ontwikkelingen rond de partijpolitiek ten opzichte van kunst, maar om een verband te leggen tussen het verwijderen van de twee schilderijen en de politiek moet men een uitvoerig college geven van minstens twee uur. Anders lopen de scholieren het risico een zeer vaag beeld van tekst nummer 1 te krijgen.

Ook tekst nummer 3 lijkt me een tikkeltje uit de mode te zijn, want daarin wordt het gedrag van Leonid V. Sjarin, de eerste secretaris van het plaatselijke partijcomité van de stad B. behandeld. De tekst wemelt van details die schreeuwen om een specialistische uitleg aangaande bijvoorbeeld de functie van de eerste partijsecretaris in een provinciestad. Waarom heeft de man zo veel macht? Hoe is Sjarins machtspositie ten opzichte van de plaatselijke bevolking veranderd in verband met de perestrojka van Gorbatsjov? Waarom moeten we over de secretaris praten van een partij die nu wettelijk in Rusland verboden is en, last but not least; is Leonid V. Sjarin soms een Amerikaan? Want geen Rus kan alleen maar Leonid V. Sjarin heten.

Natuurlijk, de samenstellers laten de meest moeilijke vragen links liggen. De HAVO-scholieren moeten alleen in grote lijnen tonen dat ze de meest eenvoudige vragen die betrekking hebben op de tekst, kunnen beantwoorden. Waarom dan niet een veel eenvoudigere tekst kiezen en wat meer gecompliceerde vragen stellen? Maar misschien hebben de samenstellers van de examenteksten de HAVO-leerlingen willen voorbereiden op het lezen van een Russisch blad of magazine? Dit is me niet geheel duidelijk. En hoewel ik vind dat de teksten vrij goed waren bewerkt en vereenvoudigd, blijf ik bij mijn standpunt dat de gekozen teksten te moeilijk waren en vaak echt nodeloos gecompliceerd.

Niettemin, ondanks die bovengenoemde minpunten, de teksten zijn vrij informatief. Het geeft stof tot discussie. In het Russisch of in het Nederlands, dat doet er niet toe. Het belangrijkste lijkt me dat er van communicatie sprake kan zijn.