Harnoncourt regisseert Don Giovanni vanuit de orkestbak

Voorstelling: Don Giovanni van W.A. Mozart door de Nederlandse Opera en het Kon. Concertgebouworkest o.l.v. Nikolaus Harnoncourt. Met William Shimell, Johann Tilli, Eva Mei, Hans Peter Blochwitz, Eva Jenis, Gilles Cachemaille, Roberto Scaltriti en Anna Steiger. Decor: Götz Loepelmann; kostuums: Joachim Herzog; regie: Alfred Kirchner. Gezien: 1/6 Muziektheater Amsterdam. Herhalingen: 4, 6, 9, 11, 14, 17, 19, 21/6 (alle uitverkocht).

De eerste uitvoering van een reeks enerverende voorstellingen van Mozarts Don Giovanni met in de bak van het Amsterdamse Muziektheater het wereldberoemde Concertgebouworkest onder leiding van de gedreven Nikolaus Harnoncourt - het was gisteravond op de openingsdag van het Holland Festival toch geen festivalvoorstelling. Directeur Jan van Vlijmen had de reprise van de vier jaar geleden met veel gejuich ontvangen Don Giovanni - ooit door hemzelf als intendant van de Nederlandse Opera op stapel gezet - afgekeurd als onderdeel van zijn Holland Festival.

Niettemin zag het publiek de voorstelling wel als een unicum en alle nog beschikbare losse kaarten werden een maand geleden in recordtijd uitverkocht. Voor wie tot de gelukkigen met kaart behoort is het daarom deze maand dubbel feest. Hoewel de cast op titelrolvertolker William Shimell en Hans Peter Blochwitz (Don Ottavio) volledig vernieuwd is, blijkt de voorstelling wat zingen en acteren betreft nog steeds aan hoge eisen te voldoen en is de (op de Commendatore van Johan Tilli na) over de hele linie jeugdig aandoende bezetting zelfs nog wat evenwichtiger geworden.

Jammer is natuurlijk wel dat onze landgenote Charlotte Margiono aan het begin van de repetitietijd wegens allergie van medewerking afzag: ik was zeer benieuwd geweest naar haar vertolking van Elvira, met haar verspilde en redeloze haat/liefde voor Don Giovanni een van de bijzonderste operapersonages.

Wat volledig intact is gebleven is de vurige Spaanse opvoeringsstijl van deze produktie in de regie van Alfred Kirchner. De stad Sevilla is dan wel niet letterlijk te zien in de driekantige decorelementen, de rosse verzengende hitte van de zinnen straalt zozeer van de rood doorlopen voorstelling af dat het hellevuur aan het slot daarbij tot witte rook verbleekt. Slechts één soort van rood ontbreekt: van schaamrood is Don Giovanni vrij. Laf is hij niet en dat maakt hem voor altijd sympathiek.

De uitvoering is er hier meer dan ooit een van de uitersten die besloten liggen in de ondertitel: dramma giocoso - een vrolijk drama. Veel komedie is er in de uitbundige acteerstijl, die in de vreemde loopjes van Elvira en vooral bij Don Giovanni's knecht Leporello soms zelfs verwordt tot overacting. Maar de door Leporello (Gilles Cachemaille) met wellustige perfiditeit gezongen catalogus-aria Madamina is een van de hoogtepunten van de voorstelling.

De goed zingende Roberto Scaltriti en de verleidelijke Anna Steiger vormen als een naïef-knullige Masetto en een hartveroverende Zerlina een liefdespaar dat - terecht - zeker geen harmonieuze indruk maakt. Fraai wordt er ook weer gezongen door Hans Peter Blochwitz als Don Ottavio, hoewel met het kan betreuren dat ook Kirchner hem op de karakterisering van dit brave personage geen enkele smet kan laten werpen. Eva Jenis is een furieus zingende Donna Elvira en Eva Mei groeide duidelijk in haar rol van Donna Anna, met een prachtige vertolking van Crudele als bekroning.

De grootste kracht van deze produktie ligt in het brede spectrum aan emotionele intensiteit en de telkens wisselende expressie van het toneelbeeld en de muzikale uitbeelding. De recitatieven hebben hier een verbluffende theatrale werking. Vooral de vocaal en acterend zo gedetailleerde vertolking van Don Giovanni door de voortreffelijk zingende William Shimell is fascinerend en van enorme klasse. Het is ongelooflijk hoe snel en wendbaar hij zich uit netelige situaties redt, hoe hij in zijn verovering van Zerlina met zoete pianissmi de handeling vrijwel stil zet, om even later de mislukking met een overrompelende bravoure-aria te maskeren.

In de orkestbak is Nikolaus Harnoncourt de motor van de voorstelling, het Concertgebouworkest speelt met hoorbaar plezier en gemak onder hoogspanning. Harnoncourts interpretatie van Mozarts muziek is hoogstpersoonlijk en nog vrijer geworden: zo hoorde ik een hier vleugje Monteverdi en daar een tikje Bach. Ik denk zelfs dat de Matthäus Passion met zijn sterke afwisseling en contrasten model heeft gestaan voor de hier per recitatief en per aria zo variërende keuze voor stemming, sfeer, klankkleur, tempo, frasering en ritmiek.

Zó bijzonder is dat allemaal, in details en in zijn geheel, dat wat hier hoorbaar gebeurt van nog hogere orde lijkt dan het visuele deel van de voorstelling: Harnoncourt maakt de dirigent tot de ware muzikale regisseur.