Een eenzame kindervriend

Met bewonderenswaardige kalmte zit Jules Hofsteeder voor de Utrechtse politierechter. Hij weet de ogen van enkele tientallen muisstille scholieren in zijn rug. Ze zijn op excursie bij de arrondissementsrechtbank, uitgerekend op deze middag dat hij, Hofsteeder, een van de vernederendste uren van zijn leven moet doormaken. En dat is niet het enige: twee meter achter hem zit ook de moeder van het meisje dat hij over een periode van anderhalf jaar seksueel zou hebben misbruikt toen ze zeven, acht jaar was.

Hofsteeder is een ongeveer 40-jarige man, in zijn uitmonstering (ribfluwelen broek, trui, schoudertas) het vleesgeworden clichébeeld van de welzijnswereld waarin hij altijd gewerkt heeft. Eerst in kinderdagtehuizen, nu in de buurthuizensector. In januari 1990 leerde hij Carola Veenstra kennen, het dochtertje van een alleenstaande moeder. Ze woonden bij hem in de straat. De moeder was blij dat de vrijgezel Hofsteeder de zorg voor haar nogal chaotische gezinnetje wilde delen.

Hofsteeder bracht de drie kinderen soms naar school of ziekenhuis, en als dat zo uitkwam, konden ze ook bij hem logeren. Tijdens die logeerpartijtjes zou Hofsteeder in de omgang met Carola over de schreef zijn gegaan.

“Strelen over rug, vagina, borst, billen, kussen op of in de directe omgeving van de vagina, vingers in de vagina”, leest de officier van justitie, mr. P. Frielink, voor.

“Klopt dat?” vraagt de rechter, mevrouw mr. R. Meertens.

“Gedeeltelijk wel”, zegt Hofsteeder. “Over rug, billen.”

“Borst?”

“Ja. Maar zeker niet het strelen van de vagina of erin gaan.”

“Wel in de buurt?”

“Het houdt op met een kus op de venusheuvel.”

“Niet naar binnen geweest?”

“Nee.”

In de buurt had de omgang van Carola met Hofsteeder al eerder bevreemding gewekt. Hij liep steeds achter haar aan en overlaadde haar met cadeautjes. Op een dag verzette Carola zich luidkeels toen hij haar zijn huis binnenhaalde. De gealarmeerde politie praatte vervolgens met moeder, dochter en Hofsteeder.

Het was of er een beerput open ging. De moeder onthulde dat Carola vroeger ook al door haar vader misbruikt was. Carola praatte over de omgang met de buurman. Ze vond hem lief, maar de vingers in haar vagina deden haar pijn. Hofsteeder ontkende die bijzonderheid tegenover de politie, maar hij gaf toe dat hij soms iets te ver was gegaan.

De rechter wil weten of Hofsteeder van de incest wist toen hij zijn intieme omgang met het meisje begon. “Na een paar maanden begon ik het te vermoeden”, geeft hij toe. “Ik dacht: zelfs al heeft ze pornobladen gezien, dan nog kan ze dit niet allemaal weten.”

“Dat u juist bij dit kind de grenzen gaat overschrijden”, zegt de rechter.

“Ik was het contact aan het afbouwen, ook vanwege dit vermoeden”, zegt Hofsteeder. “De dingen die u noemt, zijn het eerste half jaar gebeurd. Hoe meer ik voor Carola ging voelen, hoe meer ik heb afgebouwd. Ik heb afspraken met haar gemaakt: dit wel, dit niet. Ik wilde over tien jaar nòg met haar omgaan. Dat kan niet als je een intieme relatie aangaat.”

“Dacht u echt dat u afspraken kon maken met een meisje van die leeftijd?” vraagt de officier.

“Het waren mededelingen van mij: alléén slapen, alléén in bad.”

“U heeft tegen de politie gezegd: ik houd van haar”, zegt de rechter.

“Ze was ergens het kind dat ik graag had willen hebben.” Als Hofsteeder dit zegt, valt zijn stem bijna weg - de enige keer. Dan: “Ze vond het goed wat ik bij haar deed, het strelen van de billen en zo. Ze vroeg wekelijks of ze bij mij mocht slapen. Dat doet ze niet als het haar pijn deed. Zij was initiatiefneemster.”

“Ze kreeg uitstapjes en ijsco's”, zegt de rechter.

“Wordt daarmee ook dat slapen bij mij verklaard?” vraagt Hofsteeder, bijna opstandig.

“Dat is allemaal moeilijk in te schatten bij zo'n kind”, meent de rechter.

Hofsteeder is een eenzaam man, al jarenlang aarzelend tussen zijn seksuele gevoelens voor kinderen en voor vrouwen. “Ik heb pedofiele gevoelens”, zegt hij, “maar ik ben geen pedofiel. Ik bedoel daarmee dat ik ook heterogevoelens heb.”

Hij vertelt dat hij er niet in slaagt contacten met volwassenen te onderhouden. In de buurt waar hij vroeger woonde, had men hem als kindervriend min of meer geaccepteerd. “Ik zei tegen die ouders: ik heb pedofiele gevoelens, maar je kinderen lopen geen gevaar.”

“Wat bedoelt u dan met gevaar?”, vraagt de rechter.

“Dat ik niet per se overga tot strelingen van buik en billen.”

“Denkt u dat het schadelijk is voor kinderen?”

Hij knikt.

“Carola heeft gezegd dat ze zich schuldig voelt”, zegt de rechter. “Ik vind dat triest.”

“Ik ook.”

De officier eist zes maanden gevangenisstraf waarvan drie maanden voorwaardelijk. “Een verschrikkelijk zware eis”, vindt de advocaat, mevrouw mr. M. Hilhorst. Zij bestrijdt dat haar cliënt het meisje inwendig heeft betast. “Heeft ze de handelingen van haar vader niet geprojecteerd op mijn cliënt?” Zij pleit voor dienstverlening in plaats van onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

De rechter komt haar gedeeltelijk tegemoet. “Ik acht het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen, behalve de laatste zinsnede over vingers in de vagina.” En verder: “De wetgever beschermt kinderen omdat ze nog niet zelf een keuze kunnen maken. Die bescherming heeft u met uw volle verstand doorbroken.”

Ze veroordeelt Hofsteeder tot zes maanden gevangenisstraf waarvan vier maanden voorwaardelijk. De twee maanden onvoorwaardelijk worden omgezet in tachtig uur dienstverlening. “Gaat u in beroep of doet u afstand?” vraagt ze.

Hofsteeder aarzelt. Dan zegt hij koppig: “Ik heb er bezwaar tegen dat u een gedeelte van de beschuldiging handhaaft: het strelen van de vagina.”

“Wilt u dat verder met uw advocaat bespreken”, zegt de rechter.

Advocaat en cliënt verlaten druk pratend het gebouw - achter de moeder. En Carola? Die zit inmiddels met haar jongere zusje en broertje in een kindertehuis.

De namen van de verdachten en getuigen in deze rubriek zijn om redenen van privacy gefingeerd.