Criminaliteit

In het artikel "Turkse criminelen, bruut, hard en meedogenloos' (NRC Handelsblad, 23 mei), geschreven door Hans Moll en Rob Schoof, voeren twee officieren van justitie het woord. Mr. van der Hoeven en mr. Moraal pleiten voor een antropologische aanpak om greep te krijgen op de criminaliteit van Turken.

De heren laten zich in het artikel ronduit beledigend uit over de Turkse bevolkingsgroep. De volgende uitlating “Maar met gevangenisstraffen verander je een cultuur niet” suggereert bijvoorbeeld dat criminaliteit ingesloten zit in de Turkse cultuur.

De uitspraak van Van der Hoeven “Zodra je Turkse mensen binnenhaalt, met alle respect overigens, loop je het risico dat je corruptie binnenhaalt. Wegens de vanzelfsprekendheid waarmee mensen uit dat soort landen voor een paar honderd gulden bereid zijn iemand te helpen”, zit boordevol vooroordelen.

Van der Hoeven beticht een hele bevolkingsgroep van corruptie zonder daarvoor bewijs te leveren. Vooral van iemand met een hoge functie in de rechterlijke macht, is zo'n uitspraak laakbaar. Ik vraag me af in hoeverre iemand die dit soort vooroordelen heeft in staat is om objectief te handelen. Welke nadelige gevolgen ondervindt een Turkse verdachte van het feit dat een officier van justitie met wie hij te maken heeft, vooroordelen heeft.

Het beeld dat Van der Hoeven schetst van Turken is erg gekleurd. Waarschijnlijk omdat hij als officier van justitie alleen met criminele Turken en Turken die verdacht worden van crimineel gedrag, te maken heeft.

Het overgrote deel van de Turkse bevolking, dat niet crimineel is, onttrekt zich aan zijn gezichtsveld. Het is echter te betreuren dat een professioneel iemand er niet in slaagt om zijn beelden te relativeren.