Conflict om monetair beleid; Bankpresident van Rusland legt functie neer

MOSKOU, 2 JUNI. De president van de Russische centrale bank, Georgi Matjoekin, is gisteren afgetreden. Volgens Matjoekin is het onmogelijk verder te werken wegens gebrek aan steun van het parlement.

De leiding van de centrale bank ligt al enkele weken overhoop met het parlement, dat het monetaire beleid te strak vindt. Matjoekin en zijn plaatsvervanger, Vladimir Rasskasov, maakten hun al aangekondigde ontslag bekend, nadat zij in het parlement verantwoording hadden afgelegd voor hun beleid.

Vorige week ontstond een crisissituatie toen de centrale bank besloot de rente op kredieten te verhogen van vijftig tot tachtig procent, nog altijd veel minder dan de inflatie, om de enorme schulden van overheden en staatsbedrijven te verminderen. Onderlinge leveranties worden vaak niet betaald, waardoor de schulden steeds verder oplopen. Betalingen zijn ook moeilijk afdwingbaar door het ontbreken van een adequate (faillissements)wetgeving. De renteverhoging door de centrale bank was in overeenstemming met het krap-geldbeleid van de regering van president Jeltsin. Het parlement, dat juridisch het gezag heeft over de bank, eiste echter dat de maatregel ongedaan werd gemaakt.

Matjoekin en Rasskasov hadden half april tijdens het congres van Volksafgevaardigden al gedreigd met aftreden. Hun daadwerkelijke vertrek is een flinke tegenslag voor de regering. Het gevaar dreigt nu dat het parlement vervangers benoemt die de monetaire teugels gaan vieren, waardoor het economische beleid van de president Jeltsin op losse schroeven zou komen te staan.

Vice-premier Jegor Gaidar, architect van de economische hervorming, waarschuwde gisteren het parlement voor de verleiding “afschuwelijke maatregelen” te nemen, waaronder een verlaging van de rente en de btw. Gaidar onderstreepte dat zijn regering het privatiseringsprogramma zal doorzetten, ondanks verzet uit het parlement. Vorige week hield het parlement nog twee belangrijke wetten tegen over privatisering en faillissement.

Rusland werd juist gisteren, als zevende voormalige Sovjet-republiek, officieel lid van het IMF door ondertekening van de vereiste documenten. De rijke industrielanden hebben in totaal 24 miljard dollar aan steun toegezegd voor dit jaar. Dat geld komt echter pas vrij na goedkeuring door het IMF van het hervormingsprogramma. Volgens bronnen bij het fonds is onlangs een IMF-team teleurgesteld uit Moskou teruggekeerd, omdat het tempo van de economische hervorming vanwege publieke ontevredenheid wordt teruggeschroefd.

De Russische geldpersen draaien intussen op volle toeren. In juli komt voor 142 miljard roebel - een roebel is op de vrije markt circa 2 cent waard - in omloop. Dat is ruim anderhalf keer zoveel als in heel 1991. Vanaf augustus komt maandelijks 270 tot 280 miljard roebel aan nieuw geld in circulatie. Het nieuwe geld is nodig, omdat door het tekort aan bankbiljetten salarissen en pensioenen niet kunnen worden uitbetaald. De reële geldhoeveelheid groeit niet of nauwelijks, omdat roebels door de inflatie steeds minder waard zijn. Anders dan in normaal functionerende economieën is de groeiende geldhoeveelheid daarom geen motor voor inflatie. (Reuter, AFP, DPA)