Blue Moon

Buiten golft het dorre landschap, maar binnen ruist Moon River uit het plafond van de bus.

Ergens ver weg zijn honderd mannen van middelbare leeftijd die hun leven in nietsdoen slijten. Af en toe worden ze bij elkaar geroepen. Ze gaan dan in een opnamestudio op sofa's liggen, ze zetten hun viool aan de kin en ze proberen of ze As time goes by nog langzamer kunnen spelen dan de vorige keer. Steeds als ze tot stilstand dreigen te komen snelt een piano te hulp. Zij neemt de melodie over, een klarinet doet het ook nog een keer voor en daar zijn de violen weer.

Nu verheft een treurige trompet zijn stem. Het lijkt wel of zij op een schip speelt dat in de mist naar de ingang van de haven zoekt. Eigenlijk weet zij al dat het niet zal lukken en dat zij altijd in de verte door zal moeten spelen. Ook de saxofoons zijn de wanhoop nabij, maar de violen sussen: A kiss is just a kiss en in weemoedige berusting drijft de song naar een verre einder.

Daar komen nieuwe flarden aanwaaien. Ze komen van heel ver en zoeken naar een mooi begin. Vlak voordat ze elkaar vinden is het doodstil, dan breekt Blue Moon door de wolken. Alles wordt vederlicht en de bus kiest het luchtruim. De woorden zijn vergeten, er is alleen nog maar melodie. We landen in een dwarrelend pizzicato.

Na een betoverende One Note Samba en een slepend Someone to watch over me maken een paar schrille dissonanten in Smoke gets in your eyes aan alle illusies een eind.

In de studio staren de violisten nu de dood in de ogen. Een gebogen gestalte komt binnen. Hij zet een verchroomde mondharmonica aan zijn bleke lippen en blaast een huiveringwekkend akkoord. Nog eenmaal zetten de violen zich in beweging. Over the rainbow, houden ze zichzelf voor, daar is een wereld van lichte, zorgeloze schoonheid.

Buiten smelt het asfalt, binnen de muziek.