Basisstelsel redt sociale zekerheid

Mensen met een minimumuitkering, zoals bejaarden die uitsluitend van hun AOW moeten rondkomen, verliezen dit jaar driekwart procent van hun koopkracht.

Dat komt voor een ouder echtpaar overeen met een daling van het besteedbaar inkomen van bijna vijftien gulden per maand. Vorig jaar verminderde de koopkracht van de minima eveneens met driekwart procent, voor volgend jaar tekent zich zelfs een krimp van hun bestedingsruimte met een vol procent af. Het kabinet gaat de komende zomer nog proberen de "koopkrachtpijn' van de sociale minima in 1993 te verzachten, maar het is vooralsnog onduidelijk hoe dit doel kan worden bereikt. Het kamerdebat van eind april bracht hierover geen enkele helderheid.

De koopkracht van de sociale minima brokkelt gestaag af, omdat politici opteren voor ontkoppeling van de uitkeringen en niet voor een andere vorm van bezuiniging, bijvoorbeeld door het stelsel van sociale zekerheid te beperken tot uitkeringen op het sociaal minimum. Invoering van zo'n basis- of ministelsel, waarbij de uitkeringen van zieken, arbeidsongeschikten en werklozen worden beperkt tot een van overheidswege gegarandeerd bodembedrag, kan leiden tot een vermindering van de collectieve uitgaven met globaal acht miljard gulden. De bezuiniging bij de WAO zou uiteindelijk circa vijf miljard bedragen, bij Werkloosheidswet en Ziektewet lijkt een ombuiging van e'en, respectievelijk twee miljard gulden al binnen enkele jaren haalbaar.

Het Nijmeegse congres van de PvdA heeft het basisstelsel in maart jongstleden afgewezen. De VVD is voorstander van een ministelsel, waarbij werknemers en zelfstandigen zich - in aanvulling op het collectief georganiseerde en gefinancierde minimum - desgewenst particulier kunnen bijverzekeren van een bovenminimale uitkering. Blijkens recente berichten in de pers acht een CDA-werkgroep onder leiding van professor Kolnaar invoering van een basisstelsel alleen mogelijk bij de Ziektewet. De werkgroep toont zich beducht dat het bovenminimale risico van arbeidsongeschiktheid of werkloosheid niet of onvoldoende kan worden gedekt bij particuliere verzekeraars. Omdat het rapport nog niet beschikbaar is, volsta ik met de opmerking dat de bedoelde gebreken van de verzekeringsmarkt door aanvullende overheidsvoorschriften grotendeels zijn te ondervangen.

Tegenstanders beklemtonen voorts dat invoering van een basisstelsel slechts zal leiden tot een beperkte daling van de loonkosten. Tegenover een maximaal haalbare vermindering van de collectieve lasten met acht miljard gulden zouden de sociale partners mogelijk voor zes miljard collectieve aanvullende verzekeringen afsluiten. Om dit te verhinderen, zou de overheid dat moeten verbieden. Deze aanbeveling staat inderdaad haaks op de heersende overtuiging dat de overheid afstand moet bewaren tot het overleg over de arbeidsvoorwaarden. Werkgevers en werknemers kunnen echter samen afspraken maken die schadelijk zijn voor de nationale economie. In dit geval is overheidsingrijpen gewenst, ja geboden.

Een zojuist gepubliceerde studie van het Centraal Planbureau laat zien dat invoering van een basisstelsel op langere termijn zeer gunstige gevolgen heeft. Het CPB houdt niet alleen rekening met een bezuiniging bij WAO en WW van zes miljard gulden. Dat is enkel boekhouden. Wanneer daarenboven ook rekening wordt gehouden met gedragsreacties en samenhangen in de economie, levert het basisstelsel op termijn een bezuiniging van 25 tot 30 miljard gulden op (in guldens van nu).

Bij de exercitie is aangenomen dat na de overgang op het nieuwe stelsel geen enkele bovenwettelijke aanvulling van de basisuitkeringen ten laste van de loonruimte plaatsvindt. Dit leidt (na pakweg een kwart eeuw) tot een vijf procent hogere produktie, terwijl de werkgelegenheid met zeven procent extra groeit. Een belangrijke gedragsreactie wordt bij de WAO verwacht: de verlaging van de WAO-uitkering doet het beroep op de regeling met dertien procent slinken, waardoor het arbeidsaanbod navenant toeneemt. Werklozen krijgen een sterke prikkel om eerder een baan te aanvaarden, omdat hun uitkering direct zakt tot zeventig procent van het minimumloon (aangevuld met dertig procent toeslag voor kostwinners). Het ruimere aanbod zet de prijs van arbeid onder druk. Ook de forse daling van de premiedruk op de looninkomens leidt tot gematigde looneisen. De loonmatiging heeft de bekende gunstige gevolgen voor de economische ontwikkeling.

Aan de modelberekeningen van het Planbureau kleven diverse onzekerheden, juist omdat lang niet alles bekend is over de gedragsreacties die voor de uitkomsten zo belangrijk zijn. Omvang en richting van de gesimuleerde effecten zijn echter onmiskenbaar. Zij rechtvaardigen, zo nodig, een overheidsingreep in het arbeidsvoorwaardenoverleg.

Het basisstelsel en de daardoor uitgelokte gedragsreacties maken namelijk op termijn een extra daling van het collectieve-lastenpeil mogelijk met maar liefst 5,6 procent van het nationaal inkomen. Dat komt overeen met een bezuiniging van ruim 25 miljard gulden. Een groot deel van deze ruimte is nodig voor lastenverlichting. De beschikbare ruimte kan daarnaast deels worden gebruikt om de koppeling van alle minimumuitkeringen aan de cao-lonen veiliger te stellen. Om beide redenen verdient de studie van het Planbureau meer aandacht dan er tot nu toe aan is besteed. Een snelle overstap op het basisstelsel betekent de redding van ons ernstig ondermijnde sociale-zekerheidsgebouw.