"Alleen Hongarije ligt nog voor

PHILIP DIMITROV, premier van Bulgarije, brengt dezer dagen een bezoek aan Nederland. Het heeft lang geduurd voordat de hervormingen in Bulgarije op gang kwamen. Maar nu gaat het snel. “Inderdaad, wij behoren nu tot de koplopers.”

DEN HAAG, 2 JUNI. “We hebben met één-nul gewonnen”, zegt Philip Dimitrov, premier van Bulgarije. “U spreekt van een regeringscrisis, vorige week. Het was geen regeringscrisis. Het was een poging er een te forceren. Bulgarije staat voor een cruciale periode. Er liggen veel nieuwe wetten, die nu moeten worden geïmplementeerd. Er ligt een basis. En de tegenstanders van de regering wilden de trends meten, hun kracht meten. Volgens mij hebben we gewonnen. Volgens mij hebben we de moeilijkste tijd gehad.”

Het is de vraag. De Bulgaarse politiek is al anderhalf jaar onrustig. Bijna permanent liggen de regerende Unie van Democratische Krachten (SDS), de oppositionele ex-communisten en de vakbonden met elkaar overhoop: veel boze woorden, in Sofia, veel dreigementen, veel oproepen af te treden. Maar Dimitrov is optimistisch. Heel lang, zegt hij, is er in Bulgarije niets gebeurd, wat hervormingen betreft. De eerste vrije verkiezingen na de val van het socialisme resulteerden in een zege voor de ex-communisten: een jaar ging verloren. Vervolgens trad het kabinet van Dimitar Popov aan. Het was geen succes, de ex-communisten waren nog altijd in de meerderheid. “Van mei vorig jaar tot december heeft het parlement wetten aangenomen die niet uitvoerbaar waren, omdat de basis voor de uitvoering ontbrak. Monopolies werden ontbonden, maar kleine eenheden sloten zich onmiddellijk weer aaneen tot nieuwe, informele monopolies. Er werden wetten aangenomen die de bedoeling hadden een markt-infrastructuur te scheppen maar het tegendeel deden. Er werd chaos geschapen. Chaos waarin de populisten de wind in de zeilen hadden.”

Het veranderde pas na de verkiezingen van oktober vorig jaar, toen de ex-communisten eindelijk uit de macht werden verdreven. Ze veroverden altijd nog 106 zetels in het parlement, maar de SDS was met 110 zetels net iets sterker. SDS-leider Dimitrov werd premier van een minderheidskabinet.

Het leven is er sindsdien niet simpeler op geworden, zegt Dimitrov. “Nog tot maart van dit jaar waren er stakingsdreigingen, werden er eisen gesteld die niet konden worden gehonoreerd. De regering heeft herhaaldelijk op het randje gebalanceerd. Maar we zijn er nu uit.”

Er is veel verzet tegen de hervormingen, zo geeft hij toe. Er is een brede coalitie van verzet, een coalitie die getalsmatig niet veel voorstelt, maar die wel veel macht heeft.

De ex-communisten, zegt hij, vormen de intellectuele leiders van dat verzet. “Van hen hadden we meer redelijkheid verwacht. We hadden verwacht dat ze zich bij de onvermijdelijkheid van de hervormingen zouden neerleggen. Maar dat is niet gebeurd. Ze gebruiken hun laatste mogelijkheden. Maar ze hebben geen toekomst. Binnenkort zijn er geen mogelijkheden meer, dan wordt de landbouwgrond aan de boeren teruggegeven, wordt het staatsbezit geprivatiseerd. Dan zijn ze uitgepraat.”

Natuurlijk: ze zijn nog sterk, zegt Dimitrov, ze kunnen veel activisten mobiliseren, veel parlementariërs, veel mensen uit de oude nomenklatoera die de staatsbedrijven leegroven en de buit onderbrengen in nieuwe privé-bedrijven. “Maar binnenkort hebben ze geen politieke prikkels meer om het ons lastig te maken.”

Een andere bron van verzet tegen de hervormingen is de leiding van de vakbonden, zegt Philip Dimitrov. “Daar zitten ambitieuze mensen, mensen die ooit hebben moeten kiezen tussen een carrière in de politiek en een in de vakbond, die nu voelen de verkeerde keus te hebben gemaakt en die bang zijn hun macht te verliezen.” En ten slotte, zegt hij, zijn er de mensen uit de vroegere geheime diensten, mensen die altijd al een hoop verstand hebben gehad van big deals, van zakendoen, van de waarde van informatie.

In combinatie kunnen die krachten de hervormingen saboteren. “Maar we hebben onze vijanden geïdentificeerd. De ex-communisten hebben na de val van het oude regime twee wegen bewandeld: die van het nationalisme en die van de mafia.” De eerste methode werkte niet en aan de tweede doen wij nu iets, zegt Dimitrov. “Makkelijk is het niet. De combinatie maakt het moeilijk hen te bestrijden. Ze zijn niet met zovelen. Maar ze hebben veel kracht.”

In het parlement is Dimitrov aangewezen op de Partij van Rechten en Vrijheden (DPS) van Ahmed Dogan, de partij van de Turkse minderheid, die 24 zetels heeft en dus op de wip zit. Dimitrov is best te spreken over de samenwerking met Dogan en zijn partij, we hebben dezelfde doeleinden, zegt hij, gewoonlijk werken we goed samen. “Het gevaar is dat een kleine partij in zo'n positie altijd de verleiding voelt te kijken hoe sterk ze is en wat ze zich kan veroorloven. We hebben daar nog weinig last van gehad.” Hij lacht: “Bij ons begrijpt iedereen zijn waarde.”

Internationaal bestaat veel waardering voor de Bulgaarse hervormingen. Ondanks ernstige tegenslagen, zoals het wegvallen van de Oosteuropese en de Sovjet-markt en de voor Bulgarije desastreuze Golfoorlog, hervormt Bulgarije, stilletjes, klein maar dapper. Woordvoerders van het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank zijn gewoonlijk vol lof voor de prestaties van de Bulgaren. Veel tijd is verloren gegaan. De wet op de verdeling van de landbouwgrond van februari vorig jaar was onwerkzaam en moest dit jaar worden aangepast, als gevolg waarvan pas nu een begin wordt gemaakt met de vorming van een nieuwe klasse van privé-boeren; de privatiseringswet is pas in april van kracht geworden. Maar, zo zeggen IMF en Wereldbank, Bulgarije behoort desondanks tot de koplopers van Oost-Europa waar het de hervormingen betreft.

Dimitrov: “De Hongaren liggen op ons voor. De Polen? De Polen niet meer. De Polen hebben hun politieke stabiliteit verloren laten gaan en toegegeven aan eisen vanuit de bevolking. Ze hebben 29 partijen in het parlement - dat ruïneert elke hervorming, dat is een fout die wij nooit zullen maken. De Tsjechoslowaken? De basis is anders, het startpunt lag anders, maar we zitten in hun buurt.”

Ons grote probleem, zegt Philip Dimitrov, ligt in de achterstand die we hebben opgelopen bij de verdeling van privé-bezit. “Daar werken we heel hard aan. Er is een privatiseringswet. Die is efficiënt gebleken. We scheppen nu privé-bezit. We scheppen een basis van mensen met eigendom en economische kracht”, zegt hij. “Het gaat snel.” En, na een korte pauze: “Ik ben het wel eens met IMF en Wereldbank, ja, wij behoren bij de koplopers.”