Aartsbisschop Johannes Brom: "Het vlees is beter dan de benen'

Soms wil je een artikel alleen al om de kop schrijven. Zo ook nu: Zwarte missen in het Bezuidenhout zal er staan. Het begon met de ontdekking dat er in de Haagse buurt waar ik woon een winkel in heiligenbeelden was gekomen. Het viel des te meer op nu dit soort zaken uitgestorven leek. En dan dat bordje aan de gevel: “Ned. katholieke kerk, niet rooms, wel katholiek. Elke zaterdagavond om zeven uur h. mis in de kapel”.

Navraag maakt duidelijk dat het een filiaal is van de oud-rooms-katholieke kerk, niet te verwarren met de oud-katholieke kerk. Het heeft er alles van dat hier een priester een eigen zaak is begonnen.

Pastoors van nabijgelegen kerken, zowel van katholieke als van oud-katholieke snit, hebben er hun gelovigen al op attent gemaakt dat de man "niet van ons' is en dat zij niets met hem te maken willen hebben. “Elke publiciteit is schadelijk, van mij krijgt u niets te horen”, zegt pastoor Hendriks van de (rooms-katholieke) Boskantkerk dan ook. Slechts aan zijn gezichtsuitdrukking is af te lezen hoe hij erover denkt - weinig goeds. Eerder was de oud-rooms-katholieke kerk binnen zijn parochiegrenzen gevestigd, in de binnenstad, vlak naast café De dolle kabouter. Een garage was daar tot kapel ingericht. Het gaat hier dus om wat in het spraakgebruik heet een valse priester. Maar wat heet vals? Vals is een priester alleen in de ogen van andere, concurrerende genootschappen en het begrip priester is niet wettelijk beschermd. Het verschil lijkt nog het meest op dat tussen een jager en een stroper: de eerste heeft een papiertje in zijn rechterborstzak.

Verdere informatie maakt duidelijk dat de priester die de winkel en de kapel beheert Johannes Brom heet. En volgens een van mijn geestelijke zegslieden zou zijn opleiding niet verder strekken dan lagere school en een cursus glazenwassen.

De oud-roomse kerk is enige tijd aan de Weteringkade gevestigd geweest. Ook daar was een kapel. Die was, zo bleek de politie, voor een deel ingericht met paramenten van de kapel van de nabijgelegen katholieke begraafplaats aan de Binckhorst. Daar werden op zekere dag kruizen, een wijwatervat en kazuifels (goudbestikte overgooiers voor de ceremoniële dienst) vermist. Ze werden in het kerkje van Brom teruggevonden en de prelaat moest enige tijd de bak in.

Johannes Brom troont in zijn winkel aan de Theresiastraat temidden van tientallen Maria's, Christussen, Antoniussen en engelen. Voor de rest bestaat de voorraad uit andere religiosa: kaarsen, kandelaars, wierook, devotielichtjes, wenskaarten met bijbelteksten en rozenkransen. Hij is gekleed in burgergrijs met een shawltje om de nek. Is hij wel priester? “Aartsbisschop”, is het korte antwoord. “Ik ben in 1971 tot priester gewijd door de rooms-katholieke Duitse bisschop monseigneur Thiesen, die door Rome uit zijn ambt is gezet en toen tot onze kerk is toegetreden. Later ben ik aartsbisschop geworden.”

Maar behalve aartsbisschop is hij vooral ook brandverzekeringsexpert geweest. Hij had een werelds beroep nodig om de kost te verdienen, de winkel brengt te weinig op. Hij overhandigt me het boekje Welke kerk is dat? van dr. Nepveu. Daarin zijn vijf regels gewijd aan de kerk van aartsbisschop Brom. De kerk heeft 1.000 volgelingen en zij is ontstaan als reactie op het centralistische beleid van Rome, heet het.

Is dat het enige bezwaar tegen de katholieke kerk?

Brom: “Wat mijzelf betreft kwam er nog iets bij: ik heb korte tijd voor katholiek priester gestudeerd maar algauw wist ik dat het niets voor mij was. Ik vond het vlees beter dan de benen.” En hij knikt naar zijn vrouwelijke partner, die naast hem staat.

Brom wijst het celibaat dus af? “Inderdaad. Christus heeft gezegd: gaat en vermenigvuldigt u. Maar daar hebben de priesters zelf zich niet aan gehouden. Ze gingen alleen na of anderen wel genoeg kinderen kregen. Tenminste: officieel hielden ze zich er niet aan. Want hoeveel priesters hebben niet een kind lopen?”

Als de zaak van de gestolen paramenten ter sprake komt, draait monseigneur er niet omheen. “Ik had toen een opvangcentrum voor criminele jongeren, die nergens anders meer terecht konden. Een zware tijd waarbij we met drugs, alcoholverslaving en zelfs met zelfmoord te maken kregen. Een van die jongens heeft mij die spullen geleverd. Ik ben veroordeeld voor heling en kreeg een lichte straf: vijf maanden.”

Pastoor Spaans van de oud-katholieke kerk in Dordrecht is kerkhistoricus en weet veel van het fenomeen afvalligen. “U weet toch dat de rooms-katholieke kerk van ons is afgescheiden?” En hij vertelt van de episcopi vagantes, de zwerfbisschoppen, uit hun ambt gezette of afgedwaalde rooms-katholieke bisschoppen die volgens de kerkelijke wetten van Rome bepaalde bevoegdheden niet kunnen worden ontnomen. Brom is door zo'n bisschop gewijd.

Van "zwarte missen' is echter geen sprake, legt pastoor Spaans uit. Want daar komt de duivel aan te pas, dan praat je over een satanskerk, en dat is hier niet aan de orde. Ook wanneer we "zwart' wensen te verstaan als onwettig gaat dit maar gedeeltelijk op. Uit hun ambt gezette rooms-katholieke bisschoppen zoals mgr. Thiese er een was houden ook in die status hun bevoegdheden. Volgens de kerkelijke wetten van Rome zijn sacramentele handelingen van een figuur als Brom dan ook niet wettig maar wel geldig.

Mijn gedroomde kop lost in het niets op. “Kapot gecheckt”, zoals dat onder journalisten heet. Ik heb al een nieuwe kop in gedachten: Geen zwarte missen in het Bezuidenhout.

Foto Roel Rozenburg: Kaarsen uit de winkel van "aartsbisschop' Brom