Prachtig spel in een onevenwichtig concert van cellist Yo-Yo Ma

Concert: Yo-Yo Ma (cello) en Jeffrey Kahane (piano). Programma: Bernstein, sonate; Prokofjev, Sonate op.119; Gershwin, Drie preludes; Beethoven, Sonate op.69. Gehoord: 31/5, Grote Zaal van Concertgebouw, Amsterdam.

Gisteravond besloot cellist Yo-Yo Ma, samen met zijn begeleider Jeffrey Kahane, de serie "Grote solisten' in het Concertgebouw. Volgend seizoen heeft Yo-Yo Ma een serie voor zichzelf. Hij kreeg Carte blanche om met musici naar keuze een aantal wensconcerten samen te stellen. Zo speelt hij de ene avond ondermeer een concert van Bartòk met het Rotterdams Philharmonisch Orkest en een paar dagen later Haydn samen met The Amsterdam Baroque. Als solist geeft hij een integrale uitvoering van de solo-suites van Bach, maar hij is ook te horen in wereldpremières van ondermeer werken van Previn en Horsthuis. Yo-Yo Ma heeft zowel barokcellist Jaap ter Linden uitgenodigd, als (jazz)improvisator Ernst Reijsiger. Hij verzorgt een (inmiddels uitverkochte) masterclass en een jeugdconcert.

Dat Yo-Yo Ma een eigenzinnig musicus is, bleek ook uit de programmering van het concert gisteravond. Voor de pauze speelde hij Bernstein en Prokofjev, erna Gershwin en Beethoven. Het concert kwam wat moeizaam op gang. De Cellosonate van Bernstein is een door Ma zelf bewerkte versie van de sonate voor klarinet en piano, een vroeg werk van de componist. Het is weinig toegankelijke, nogal slappe muziek, met onopvallende thema's en nergens een verrassende wending. De muziek kabbelt voort en het is voor mij onbegrijpelijk dat Ma energie heeft gestoken in het bewerken van juist dit stuk.

In vergelijking met Bernstein klinkt de Cellosonate van Prokofjev ineens als een muzikaal luilekkerland: grillig, bij vlagen zeer lyrisch en met een fraaie wisselwerking tussen piano en cello. Als duo kwamen Yo-Yo Ma en Jeffrey Kahane hier het best uit de verf, al bleef hun spel soms te veel steken in uiterlijke muzikale gebaren. De samenwerking maakte veel goed: met zichtbaar plezier gaven ze de noten aan elkaar door, ze namen risico's en legden het accent op het contrast, wat de spanning in de uitvoering ten goede kwam. Ma's groffe, zagerige slotnoot was een van de mooiste klanken van het hele concert.

Na de pauze klonken de bewerkingen van Gershwin te veel als een toegift. Of de cello werkelijk iets toevoegde aan de oorspronkelijk alleen voor piano geschreven muziek, is de vraag. Gelukkig volgde daarna de prachtige Derde cellosonate van Beethoven. Hier was Yo-Yo Ma op zijn best. Helaas viel deze keer de samenwerking met Jeffrey Kahane juist tegen. Prokofjev was redelijk bestand tegen het nadrukkelijke, geserreerde spel van Kahane, maar Beethoven liet zich er een beetje door inpakken. Yo-Yo Ma, die juist zocht naar rust en geleidelijkheid werd kwam door Kahane's forse geluid enigszins in de verdrukking.