Olympische uitzending gewaarborgd na zege Spa-regatta; De revanche van Neeleman

MEDEMBLIK, 1 JUNI. Zeiler Mark Neeleman zat er gistermiddag in Medemblik heel wat meer ontspannen bij dan vier jaar geleden. Lachend liep de 33-jarige Reeuwijker door de zaal waar bondscoach Jeroen Pels met toestemming van olympisch chef de mission André Bolhuis ook het Star-team Neeleman/Schrier voor de Spelen had aangewezen. De eindoverwinning in de Spa-regatta had de laatste onzekerheid weggenomen.

Neeleman boekte op het IJsselmeer de enige Nederlandse eindzege. Net als in 1988. Maar toen kon er na afloop ondanks de hoofdprijs in de Finnjollen geen lachje bij hem af. Verbeten hield hij zijn gehoor op de kade toen voor dat hij toch minstens nog een extra kans verdiende om naar de olympische wedstrijden in Korea te worden afgevaardigd. Die kans kreeg hij van bondscoach Van der Aat niet. Diens keus voor Roy Heiner wilde Neeleman in de weken die volgden tot voor de rechtbank uitvechten. Selectie-afspraken zouden zijn geschonden. Tot een zitting is het nooit gekomen omdat Neeleman in een gesprek met het NOC duidelijk werd dat hij juridisch geen been had om op te staan.

Nu is Neeleman weer terug. Samen met zijn rivaal van toen, de nu in de Soling-klasse varende Heiner, werd hij gisteren aan de olympische zeilploeg voor Barcelona toegevoegd. De Spa-regatta was voor beide klassen de laatste selectie en Neeleman en Heiner bleven ieder op hun terrein zonder concurrentie. Omdat ook de tweeling Benny en Jan Kouwenhoven in de 470-klasse met lof slaagde voor het herexamen vormbehoud dat het NOC hun had opgelegd, is die olympische equipe al tot recordomvang gegroeid. In de acht van de tien olympische klassen is Nederland vertegenwoordigd. Waarbij overigens wel moet worden aangetekend dat het olympisch zeilprogramma dit keer ook met twee specifieke vrouwenklassen (de Europe en Lechner) is uitgebreid. Voor een negende boot, de 470-vrouwen, staat de deur nog op een kier. Wilma Kramer en Henneke Stavenuiter krijgen van 12 tot 17 juni op EK bij Nieuwpoort een laatste kans.

Het worden de derde Spelen voor Neeleman. In Tallin (1980) en Long Beach (1984) was hij er in de Finn ook al bij. Hij presteerde er met een achtste en negende plaats niet opvallend. Toch is Neeleman niet louter dankzij die staat van dienst de meest in het oog springende zeiler van de Nederlandse ploeg. Hij is, evenals zijn een jaar jongere Loosdrechtse bemanning, bijna een buitenbeentje in de ploeg. De andere leden zijn min of meer full-time zeilers, Neeleman en Schrier doen het zeilen er bij voor hun plezier. “Als we zouden moeten kiezen tussen werk en zeilen is het met het zeilen op dit niveau gedaan”, zeggen zij onomwonden. Wat overigens niet wegneemt dat als Neeleman en Schrier eenmaal varen hun inzet bijna aan het fanatisme grenst.

De "tobber' Neeleman heeft nauwelijks de tijd zich zorgen te maken om het zeilen. En als hij het dan al eens doet is er zijn qua karakter tegenpool Schrier die hem snel op het andere been zet. “We zien wel”, is zijn motto. “Ik denk dat dat goed werkt, ook op de kant”, zegt Neeleman. Hij kende Schrier maar oppvervlakkig toen hij hem in 1990 tegen het lijf liep en het plannetje voor de Star, een oude liefde, werd gemaakt.

Over het waarom van de nieuwe start als topzeiler na de deceptie van 1988 is Neeleman duidelijk. “Ik vind zeilen een leuk spelletje. Een soort ziekte.” Neeleman en Schrier zijn over hun snelle opmars niet verwonderd. “We konden allebei zeilen. We wisten wat er te koop was.”

Deed Neelemans die ervaring alleen in een boot op, Schrier voer in het verleden in meermansboten als de Javelin, FD en Soling en was ook enige tijd bemanning bij Fred Imhoff, nog altijd een naam in de nationale en internationale zeilwereld. Neeleman en Schrier varen in een boot die zij twee jaar geleden van een relatief onbekende Spanjaard kochtend. Het is een van de oudste schepen in de Star-top. “We hebben hem op nummer gekocht. In die reeks zaten, zo wisten we uit uitslagen, meerdere goede boten. Hij is eind 87 in Italië gebouwd.”