Nederlandse obligatiemarkt beleeft rustige week

ROTTERDAM, 1 JUNI. De Nederlandse obligatiemarkt heeft als gevolg van feestdagen een rustige week achter de rug met geringe omzetten.

Het effectieve rendement op de 10-jaars "benchmark' bleef liggen op 8,28 procent, maar de 10-jaars "spread' met Duitsland nam wel af tot 35 basispunten. Op de geldmarkt was meer animo waar te nemen, wat onder meer werd veroorzaakt door de Agent van Financiën, waardoor de geldmarktrente wel opliep. De Staat was vorige week op de geldmarkt actief, nadat zij de week ervoor 10 miljard gulden via de nieuwe staatslening en 1,3 miljard via schatkistpromessen tegen 8,91 tot 9,08 procent had binnengehaald. Van het bedrag van de nieuwste staatslening zullen 1,3 miljard voor de schatkistpromessen en 1,4 miljard voor aflossingen worden aangewend. Daarnaast stond in de Voorjaarsnota dat de Staat dit jaar 47,4 miljard nodig zal hebben in plaats van 45,4 miljard waarop in eerste instantie werd gerekend. Van dit bedrag zal het grootste gedeelte (26,7 miljard) worden gebruikt voor herfinanciering van de staatsschuld, terwijl 20,7 miljard nodig is om het financieringstekort te dekken.

Vorige week werd ook bekend dat de invloed van de Britse beurs voor Nederlandse obligaties lijkt af te nemen, gezien het jaarverslag van de Amsterdamse effectenbeurs, waarin stond vermeld dat de omzet via Londen in maart nog maar 48 procent bedroeg van de omzet via Amsterdam, terwijl dit cijfer voor 1991 uitkwam op 89,7 procent. De berichten over de Nederlandse economie waren gemengd. Aan de ene kant werden positieve cijfers over de groei van 3,4 procent in het eerste kwartaal en de bedrijvigheid bekend, aan de andere kant was de werkloosheid licht toegenomen, het aantal ingehuurde uitzendkrachten afgenomen en was ook de uitvoer in maart gedaald. Zeker de afgenomen vraag naar uitzendkrachten is een goede indicatie van de economie, daar bij een afzwakkende economie in eerste instantie minder tijdelijke krachten worden ingehuurd. Het inflatiecijfer in Duitsland komt in mei voorlopig op 4,5 procent tegen de top van 4,8 procent in maart. De inflatie in Duitsland zal verder blijven afnemen, zeker omdat per 1 juli enkele inflatieverhogende maatregelen uit het inflatiecijfer zullen vallen. Wel zal het "mooie' groeicijfer over het eerste kwartaal van 2,5 à 3 procent enige opwaartse druk voor de inflatie kunnen betekenen en tevens de Bundesbank doen besluiten de rentetarieven vooralsnog ongewijzigd te laten.

Internationale obligatiemarkten

Waar de Amerikaanse obligatiemarkten de laatste tijd onder invloed hebben gestaan van de mogelijke inflatoire dreigingen die uitgaan van binnenlandse economische acceleratie, kwamen de inflatoire impulsen vorige week van buiten. Omdat Saoedi-Arabië zich in OPEC-gesprekken een voorstander toonde van produktie-beperkingen, stond de olieprijs aan het begin van de week onder opwaartse druk. De obligatiehandelaren beschouwden dit als een belangrijk inflatoir gevaar en het rendement op de 10-jaars U.S. Treasury steeg 10 basispunten. Later in de week werd deze stijging weer enigszins teruggedraaid toen uit cijfers (met name BNP, geldgroei en duurzame goederen) bleek dat het economisch herstel zich nog slechts langzaam voltrekt. Het rendement op de 30-jaars Treasury steeg per saldo zes basispunten tot een niveau van 7,88 procent. De Italiaanse obligatiemarkten maakten een zware week door. Zowel de 3-maands rente als het rendement op de 10-jaars benchmark stegen 13 tot 14 basispunten. Voor de korte rente was de stijging het gevolg van verkrapping op de geldmarkt ter ondersteuning van de lire. De lange rente heeft te kampen met het feit dat de politiek niet bij machte lijkt de inflatie, het begrotingstekort en de maffia te bestrijden.

De komende week zullen de Europese obligatiemarkten hun ogen gericht houden op Denemarken, waar morgen een referendum wordt gehouden dat het verdrag van Maastricht moet ratificeren. Onzekerheid omtrent deze ratificatie heeft sinds het begin van dit jaar de spread van de Deense 10-jaars rente ten opzichte van de Duitse 10-jaars rente opgedreven tot een niveau van 85 basispunten begin vorige week. Toen dinsdag en vrijdag opiniepeilingen lieten zien dat het verdrag zou worden goedgekeurd, daalde de Deense lange rente tot 8,64 procent, waardoor de spread met Duitsland uitkwam op 72 basispunten. Als de Denen morgen "ja' zeggen tegen Europa, verwacht men dat de rentes nog verder kunnen dalen. In het geval van een negatieve uitslag, echter, zal dat niet alleen gevolgen hebben voor de Deense rentes; door een dergelijke uitslag zou het hele EMU-verdrag op losse schroeven kunnen komen te staan.

Bron: Institute for Research and Investment Services, Joint Venture Rabobank Robeco