KARL CARSTENS (1914-1992); Rechts maar fair

BONN, 1 JUNI. Karl Carstens, de vijfde president van de Duitse Bondsrepubliek, is zaterdag, 77 jaar oud, aan een hartaanval overleden. Hij was onder meer ook fractieleider van de CDU in de Bondsdag (1973-'76), en voorzitter van de Bondsdag (1976-'79). Zijn matige gezondheid dwong hem in 1984, na vijf jaar, tot aftreden als bondspresident. Donderdag is in Bonn zijn staatsbegrafenis.

Carstens werd in 1914 in Bremen geboren, in hetzelfde jaar dat zijn vader, een leraar, als soldaat sneuvelde. Onder moeilijke financiële omstandigheden studeerde hij rechten in Hamburg, Frankfurt, Königsberg (het huidige Kaliningrad) en Dijon. In 1937 trad hij toe tot de NSDAP, waarin hij niet actief was. In de Tweede Wereldoorlog diende Carstens bij de luchtafweer. Na de oorlog verklaarde hij dat hij lid van Hitlers partij was geworden, omdat hij anders zijn studie niet had kunnen afmaken.

In de eerste na-oorlogse jaren lag Carstens' politieke voorkeur bij de SPD. In Bonn, waar hij de stad-staat Bremen vertegenwoordigde, werd hij echter - in 1955 - tot de CDU bekeerd door kanselier Konrad Adenauer. In 1960 werd hij onder Adenauer staatssecretaris van buitenlandse zaken, en zes jaar later, nadat in Bonn de grote coalitie van CDU/CSU en SPD (kabinet-Kiesinger, 1966- "69) is gevormd, verhuisde hij naar Defensie.

In 1969, bij het aantreden van het kabinet van Willy Brandt (SPD/FDP), werd Carstens gewoon hoogleraar in Keulen, een periode die hij later “een van de gelukkigste van mijn leven” zou noemen. Dat hoogleraarschap duurde maar drie jaar. In 1972 liet hij zich “alleen uit plichtsbesef” door partijvrienden overhalen zich kandidaat te stellen voor de Bondsdag. Een jaar later al werd hij daar fractieleider van de oppositionele CDU, als voorganger van Helmut Kohl. Carstens moest toen leiding geven aan het felle maar vruchteloze CDU-verzet tegen de "Ostpolitik' van de centrum-linkse coalitie. In 1976 werd hij als Bondsdag-voorzitter gekozen, weer drie jaar later werd niet SPD-kandidate Annemarie Rengers maar Carstens bondspresident.

Vooral de SPD had in 1979 moeite met het bondspresidentschap van het vroegere NSDAP-lid Carstens. Willy Brandt, in 1974 als kanselier door zijn partijgenoot Helmut Schmidt opgevolgd, noemde Carstens openlijk “rechts en ongeschikt als integratiefiguur”. Dat oordeel veranderde door de bedaard-onpartijdige manier waarmee het “hanseatisch-stijve” staatshoofd zijn functie vervulde, ook toen najaar 1982 de FDP haar "Wende' maakte en de SPD als coalitiepartner wenste te ruilen voor de CDU/CSU.

Twee jaar later weigerde Carstens wegens zijn slechte gezondheid een tweede periode als bondspresident. De SPD'er Johannes Rau, premier in Noordrijn-Westfalen, zei toen: “Ik heb hem (in 1979) niet gekozen, maar ik ben onder de indruk geraakt van zijn fairness, ik had hem graag voor nog eens vijf jaar als staatshoofd gehad.”