KAMPIOEN MET DE DROEVE HANGSNOR

Tegenslagen liepen lange tijd als een rode draad door de carrière van de nu 38-jarige Nigel Mansell. De Formule I-coureur met de droeve hangsnor kwam ze telkens te boven. Na een prima start van het seizoen probeerde hij gisteren zijn geluk in de raceroulette van Monaco.

Dit jaar is een einde gekomen aan de pechreeks van Nigel Mansell. Vijfmaal achtereen zegevierde hij met de superieure Williams-Renault, waarmee hij een nieuw record vestigde. In de straten van Monte Carlo, waar gisteren het halve eeuwfeest van de meest krankzinnige race uit de Formule I-serie werd gevierd, incasseerde hij zijn eerste tegenslag. Mansell begon succesvol en stevent regelrecht af op de wereldtitel die hem enkele jaren terug wreed werd afgenomen toen hij in Adelaide bij 300 kilometer per uur een klapband kreeg.

Door zijn formidabele wagenbeheersing en een overdosis geluk beperkte de Brit de schade, maar hij kon fluiten naar de titel. Ook al staan zijn capaciteiten van doorzetter buiten kijf, het ontbreekt hem aan charisma. Hij ontbeert de koele stijl van Stirling Moss, de immense precisie van Jim Clark, de fenomenale beheersing van Juan Manuel Fangio of de berekende stijl van een Lauda of een Prost. De Braziliaanse komeet Ayrton Senna stuurt in een geheel andere dimensie. Bij herhaling wees hij erop dat hij werd voortgestuwd door de goddelijke voorzienigheid. Niets van dat alles bij Mansell, enigszins de anti-held, die aan zijn verblijf bij Ferrari de bijnaam I Leone, de leeuw, overhield. Hij dwong zijn succes af door keihard werken, met persoonlijke opofferingen. Het etiket geboren coureur, als zoiets al bestaat, past niet bij hem.

Vergeten is het gesappel uit zijn beginjaren, toen hij ten koste van alles coureur wilde worden. Hij brak zijn rug na een ongeluk met een Formule Ford, welk rijden hij bekostigde met allerlei baantjes. Hij had het voordeel dat zijn vrouw Rosanne, met wie hij op 18-jarige leeftijd trouwde, begrip had voor zijn passie. Om een stapje hoger te komen op de autosportladder, zegde hij zijn baan op bij Lucas Aerospace en verkocht zijn huis. Na drie weken in de keiharde Formule III, brak Nigel zijn nek. Het was de somberste periode in zijn leven. De artsen zeiden dat hij blij mocht zijn dat hij niet was verlamd, maar racen kon hij voorgoed vergeten. Dat was dertien jaar geleden. Hij kreeg niet iedere dag bezoek van zijn vrouw want ze moest werken om de huishuur te kunnen betalen. De betrekking was nogal ver van het ziekenhuis.

Een jaar later debuteerde hij in de hoogste divisie voor het team Lotus dat werd geleid door Colin Chapman. De geniale constructeur zat wat krap in zijn talent en kon een ambitieuze Brit best gebruiken. Het debuut in Oostenrijk werd een nachtmerrie. In de cockpit gemorste benzine leverde Nigel brandblaren op. Na de dood van Chapman in 1982 takelde Lotus snel af, maar Mansell die zijn vroegere patroon vereerde, bleef de renstal nog twee jaar trouw. Zijn eerste vier jaren bij Williams bracht hem niet de gehoopte titel ondanks de overheersing met de Honda-motoren. Het waren de jaren waarin zijn karakter van eerlijkheid en openheid enkele gevoelige klappen kreeg. Teamgenoot Piquet schilderde de Brit af als een sufferd die nergens voor deugde en die ook nog eens een oerlelijke vrouw had. Die ijzige sfeer kwam nooit meer goed. En er was het beroemde incident van Francorchamps nadat Senna en Mansell elkaar raakten. Nigel haalde na terugkeer in de pits zijn gram door Senna op zijn gezicht te slaan. Het dr. Nigel, mr. Mansellsyndroom was geboren. In de achterklap van het rennerskwartier werd zijn gedrag toegeschreven aan drugs, een beschuldiging die nooit hard werd gemaakt.

Vijf jaar geleden was de klapband van het seizoen ervoor vergeten. Het ging perfect maar na een trainingsongeluk miste hij de laatste twee wedstrijden. Aartsrivaal Piquet behaalde zijn derde titel. In 1988 raakte Williams de Honda-motoren kwijt aan McLaren en ging men verder met de matige Judd-motor. Nigel maakte zich weinig geliefd bij de aan een rolstoel gekluisterde stalbaas Frank Williams door openlijk te praten over zijn aanstaande overgang naar Ferrari. Hij raakte er in 1989 en 1990 verzeild in een traditioneel wespennest van intriges. Het zoveelste conflict met een teamgenoot volgde, nu met Prost. De Fransman zette de Scuderia naar zijn hand. Na de race in Engeland zorgde Mansell halverwege het jaar voor opschudding door impulsief te melden dat hij aan het einde van het jaar wilde ophouden. Hij was het gezeur zat en sloeg de frustraties van zich af in zijn geliefde golfsport. In het najaar lokte Williams hem terug met twee klinkende voorstellen. Hij werd eerste man en de Renault-V10-motor was veelbelovend.

De motivatie keerde terug, maar ook de spreekwoordelijke pech. Verleden jaar won hij vier races, maar in Canada strandde hij in het zicht van de finish. In Portugal vergaloppeerde het team zich door Nigel weg te laten rijden terwijl een achterwiel nog niet was vastgezet. Het leverde komische taferelen op voor de buitenwacht. Met een nog betere motor, met een gemeen geurende superbenzine die meer motorvermogen genereert, met een perfect werkende actieve vering (de rijhoogte is altijd gelijk) en een goede voorbereiding in de winter, heeft Mansell alles om de hoogste eer te behalen. Hij verhuisde naar Florida met zijn gezin (de Mansells hebben drie kinderen), trainde af in het milde klimaat en begon vijf kilo lichter aan het nieuwe jaar.

Na zijn vijf overwinningen op rij wilde De Leeuw afrekenen met zijn eerdere pech in Monaco. Vooraf relativeerde hij zijn overmacht. “Als het goed gaat duurt de race maar vijf seconden. Binnen die tijd moet ik als kopman de eerste bocht door. Daarna is het bekeken. Inhalen is hier bijna onmogelijk.” Het eerste deel van zijn woorden kwam uit. Ayrton Senna verdreef de andere Williams-Renault van Ricardo Patrese en lag tweede. Het leek niets uit te maken. Mansell liep weg. Zou het jacht in de haven van een van zijn sponsors, de Charisma A geluk brengen? Het lot besliste anders. Enkele ronden voor de finish kreeg hij een lekke band. Na de bandenwissel nam Senna de leiding. Binnen de kortste keren zat Mansell op de hielen van de Braziliaan, maar er voorbijkomen was onmogelijk. Senna hield professioneel af en won zijn vijfde Grand Prix van Monaco. Mansell kwam gesloopt aan de finish. Hij kon zijn pech nauwelijks bevatten. “Ik had de race onder controle en nu dit.” De man die van zijn pechreeks was bevrijd, moest zwichten in de meest onberekenbare Grand Prix van het seizoen.

Foto: Nigel Mansell ontbeert de koele stijl van Stirling Moss of de immense precisie van Jim Clark. (Foto Reuter)