Italië kan politieke sanering niet op lange baan schuiven; Iedere Italiaan moet zich bekwamen in de kunst van het regelen en ritselen; De corruptie raakt alle partijen, zoals het schandaal in Milaan laat zien

Italië is weer terug bij af, in de Europese ziekenboeg. Midden jaren tachtig leek de voormalige "zieke man van Europa' te zijn genezen, maar nu is de crisis volkomen. Mafia en corruptie, politiek gehakketak en dreigend financieel bankroet zijn de trefwoorden voor het Italië van nu. Zelfs het voetbal biedt geen troost meer: Torino en Sampdoria verloren hun Europese finale, en in Zweden mag het land niet eens meedoen.

Als jullie niet oppassen, komen straks de generaals, zo waarschuwde columnist Gianpaolo Pansa de politieke partijen, voordat zij, gedwongen door de moord op mafiabestrijder Falcone, een einde maakten aan het schimmenspel bij de verkiezing van een president. Het was de latijnse hyperbool van iemand die consequent over "het regime' schrijft. Maar ook de nieuwe president, Oscar Luigi Scalfaro, heeft een jaar geleden een duidelijke waarschuwing gegeven. “Dit is geen land voor een staatsgreep”, zei hij. “Maar de parlementaire democratie kan ook sterven door verstikking.”

Het sombergrijze beeld contrasteert scherp met de feestelijke kleuren van ruim vijf jaar geleden. Het terrorisme was bedwongen, op een stuiptrekking na. Mafiosi werden met honderden tegelijk de cel in gestuurd. Bettino Craxi had het vier jaar uitgehouden als premier, een nieuw, hoopvol record: misschien was het nu eindelijk afgelopen met de zinloze herhaling van politieke crises.

De economie maakte een grote bloei door waarvan Gianni Agnelli (Fiat), Carlo De Benedetti (Olivetti), Silvio Berlusconi (tv en Milan) en Raul Gardini (Ferruzzi) de verpersoonlijking waren. The Economist zette hen op de omslag als de vier condottieri, de aanvoerders van het leger van Italiaanse ondernemers die zich opmaakten voor de verovering van Europa. Italië groeide sneller dan andere EG-landen en in een paar jaar werd Milaan en omgeving één van de rijkste gebieden van Europa.

Hoe kan dat, zo'n contrast in vijf jaar tijd? Waardoor zijn de modekoningen Valentino en Armani als symbolen van Italië vervangen door anonieme mafiosi die 's lands belangrijkste mafiabestrijder vermoorden, door politici met handboeien om die voor miljoenen gulden smeergeld hebben aangenomen? Er is veel misgegaan in de afgelopen jaren, maar één van de oorzaken van het scherpe constrast is de eenzijdige belichting van vijf jaar terug.

Zo is er teveel gekeken naar de vijfde plaats op de ranglijst van industrielanden. Italië had Groot-Brittannië ingehaald en zou jacht gaan het maken op de vierde plaats van Frankrijk. Maar opnieuw blijkt hoe bedrieglijk de cijfers kunnen zijn. De inhaalmanoeuvre was vooral het gevolg van een truc die door de toenmalige socialistische premier Bettino Craxi was bedacht: bij de vaststelling van het bruto nationaal produkt werd een schatting van de produktie in de ondergrondse economie opgeteld. Een paar jaar lang hebben Londen en Rome daarna haasje-over gedaan in de statistieken, afhankelijk van de opmeter en de meetmethode, al lijkt die vijfde plaats van Italië door de Britse terugval nu wel zeker.

De totale produktie zegt weinig over de situatie in het land. De Wereldbank zette Italië vorig jaar op een zestiende plaats van de ranglijst "inkomen per hoofd van de bevolking'. En op de VN-lijst voor kwaliteit van het leven staat Italië achttiende.Dat het land op die andere ranglijsten zo sterk duikelt, laat zien dat Italië een oude erfenis meesjouwt die door de onmiskenbare economische groei midden jaren tachtig wat in de schaduw bleef.

Misschien komt de vertekening van vijf jaar geleden ook door de romantische blik waarmee velen kijken naar Italië, een land dat uit bijna al zijn poriën schoonheid en levensvreugde ademt, een land waar het leven nog felle emoties kent, een land dat vaak meer leeft met zijn hart dan met zijn verstand. Met zo'n roze bril op is de neiging groot om de politieke en maatschappelijke problemen onder te brengen bij de folklore die het land zo aantrekkelijk maakt. Alsof alle Italianen graag in de rij staan en een beetje mafioos zijn.

De verkiezingen van begin april hebben laten zien hoe groot de onvrede is. De drie partijen die sinds de oorlog het politieke panorama hebben bepaald, christen-democraten, socialisten en (ex)communisten, leden alle drie verlies. In Milaan gaan mensen vrijwillig in de rij staan, om hun verhaal over smeergeld en corruptie in de politiek te kunnen vertellen aan een rechter die wil luisteren.

Het idee van een "nieuw' Italië was vooral gebaseerd op de ingrijpende en pijnlijke sanering die begin jaren tachtig in het bedrijfsleven is doorgevoerd en daarna zijn vruchten begon af te werpen. Een vergelijkbare politieke sanering is uitgebleven. En nu komen de oude, wat vergeten problemen weer in alle hevigheid naar voren: mafia, niet-functionerende overheid, corruptie, politieke partijen die geobsedeerd zijn door hun onderlinge stratego en niet reageren op wat er in het land gebeurt.

Het probleem is niet dat de Italiaanse regering iets verkeerd doet, het probleem is dat de Italiaanse regering niets doet, zei een medewerker van het Amerikaanse bureau Moody's Investor Services toen zijn bureau vorig jaar besloot de kredietwaardigheid van Italië te verlagen.

Nergens blijkt dit zo duidelijk als bij het begrotingstekort. Ondanks allerlei prachtige intentieverklaringen is er de afgelopen vier jaar geen serieuze actie ondernomen om dat terug te brengen, of op zijn minst de stijging ervan tot staan te brengen.

Het is geen toeval dat de christen-democraat Giulio Andreotti het grootste deel van die periode premier is geweest. Zijn politieke carriere is gebaseerd op de overtuiging dat de tijd de meeste problemen oplost.

De hele samenleving is doordrenkt van deze opstelling. Het is een cliché, maar iedere Italiaan moet om te overleven zich bekwamen in de arte d'arrangiarsi, de kunst van regelen en ritselen. Afspraken kan je afzeggen, regels zijn relatief, en deadlines zijn nooit dwingend. Als je als journalist een parkeerbon krijgt, laat je de persclub even bellen. Een minister bij wie de autotelefoon dreigt te worden afgesloten omdat de rekening al een jaar niet is betaald? Eén telefoontje lost alles op. Over prijzen kan je, moet je onderhandelen, niet alleen op de markt, maar ook bij de dokter.

Andreotti's opstelling heeft lang vruchten afgeworpen. Maar nu heeft Italië iets anders nodig. Er zijn veel mensen die roepen om daadkracht: zo'n beetje alle werkgevers, de Italiaanse bank, de scheidende minister van schatkist Carli, en zij hebben de pers en een overgrote meerderheid van de kiezers achter zich.

Afgezien van het feit dat in een Latijnse cultuur woorden belangrijker zijn dan daden, intentieverklaringen meer tellen dan het eigenlijk handelen, schrikken veel politici terug voor de gevraagde daadkracht tegen corruptie, mafia en begrotingstekort. Voor velen zou dat betekenen dat zij zichzelf of hun vrienden de strop moeten omhangen.

De corruptie raakt alle partijen, zoals het schandaal in Milaan laat zien. De mafia heeft haar greep op de politiek versterkt en kan vaak een onderzoek dwarsbomen - als telefoontjes niet helpen, is er altijd de kogel of een bom. En een serieuze aanpak van het begrotingstekort zou een radicale verandering betekenen van de relatie tussen partijen, staat en burger, een einde van de partitocratie waarin de partijen de dienst uitmaken.

In zijn inaugurale rede zei de kersverse president Oscar Luigi Scalfaro dat politici moeten leren de staat te dienen, niet zich ervan te bedienen voor eigen voordeel. Dat laatste is precies wat al decennia lang gebeurt. In de jaren vijftig begonnen de christen-democraten hun macht veilig te stellen door hun rol in de staatssector van de economie te vergroten. Overheidsdiensten, staatsbanken en staatsbedrijven werden tot eigen voordeel van de partij gebruikt, waarbij politiek nut belangrijker was dan efficiëntie.

Hoeveel macht deze sottogoverno biedt, blijkt uit het feit dat ruim veertig procent van de economie in handen is van de staat. Eén van de belangrijkste strategieën van Craxi in de jaren tachtig was dan ook de christen-democraten met hun eigen wapens te lijf te gaan en zich in deze sottogoverno in te vechten. De socialisten wilden een deel van die macht, en gebruikten haar op dezelfde manier: voor zichzelf. De kleinste van de drie staatsholdings, de Efim, staat al jaren op instorten, met schulden die groter zijn dan de omzet. Maar de holding wordt niet opgedoekt omdat zij een bolwerk is van de socialisten.

Het probleem van het begrotingstekort is niet dat van een uit de hand gelopen verzorgingsstaat met diepe kussens waaruit de burger niet meer kan opstaan. Integendeel, de Italiaanse staat laat zijn onderdanen op harde banken zitten: onderwijs, gezondheidszorg, spoorwegen en post, justitie liggen duidelijk beneden Normaal Brussels Peil.

Het probleem is dat de politieke partijen het staatsapparaat voor zichzelf gebruiken, en de rekening doorspelen naar de belastingbetaler en de volgende generatie. Twintig jaar Mussolini en 45 jaar christen-democratisch bewind hebben een gewoonte geschapen.

Natuurlijk hebben veel Italianen geprofiteerd van het systeem. Soms was dat noodgedwongen: een Romeins gemeenteraadslid moet zijn werk doen voor 1200 gulden per maand, en als dan de norm is dat iedereen wat smeergeld aanneemt, waarom hij dan niet? Anderen zijn alleen maar nog rijker geworden. Onder de ondernemers die nu klagen dat ze steekpenningen hebben moeten betalen, zitten velen die de extra kosten dubbel en dwars hebben doorberekend aan de staat.

Maar voor velen gaan de lasten zwaarder wegen dan de baten, anderen kunnen eindelijk hun woede kwijt. Ondernemers hebben jarenlang geprofiteerd van een afwezige staat die de overtreding van fiscale, arbeidsrechtelijke en milieuregels niet zag of tegen een kleine vergoeding niet wilde zien. Maar nu moeten zij de EG-meetlat gaan hanteren, en dan blijkt hoe hoog de kosten zijn van die niet-functionerende overheid, die veel oude problemen ongeremd heeft laten doorgroeien.

Onder de bevolking neemt de onvrede toe. De explosie van de Lega Nord en het succes van andere nieuwe protestpartijen heeft laten zien hoeveel woede er naar boven komt als er een uitlaatklep is. De "oude' partijen vormden en vormen vaak nog steeds een toegangspoort tot gunsten en privileges die alleen zij kunnen uitdelen - dat een burger ergens recht op heeft is een notie die nauwelijks bestaat in Italië. Mede onder invloed van de vele buitenlandse invasies is de overheid lang beschouwd als een vijand, waartegen je je met list en bedrog moet verdedigen. Met een stem op de protestpartijen zijn veel kiezers een nieuwe weg ingeslagen: niet meer proberen de overheid te ontglippen, maar haar proberen te hervormen.

Mafia, corruptie, politieke verstarring en begrotingstekort voeren alle naar hetzelfde probleem: de politieke onwil om er iets tegen te doen. Natuurlijk, het begrotingstekort is niet de enige oorzaak van de huidige economische problemen; de bedrijven hebben hun winsten onvoldoende gebruikt voor technologische vernieuwing, voor internationale expansie. Natuurlijk, de mafia is een zo complex, in zichzelf besloten, diep-geworteld en gewelddadige fenomeen dat zij niet in een jaar is te verslaan, en waarschijnlijk ook niet in tien jaar. Maar het dolce far niente van de politiek past niet meer.

Is er nog hoop? De eerste vijftien rondes van de presidentsverkiezingen hebben laten zien hoe sterk de weerstand tegen verandering is. Er was een brute mafiamoord voor nodig om te partijen ervan te doordringen dat het zo niet langer kan - de kiezers hadden begin april hetzelfde duidfelijk gemaakt, maar die boodschap was al weer vergeten.

De verkiezing van Scalfaro is een stap in de goede richting. Het laat zien dat ook binnen de "oude' partijen een reservoir is van mensen die geen genoegen nemen met de degeneratie van de Italiaanse politiek, die macht en moraal weer met elkaar willen verzoenen. Zijn aantreden biedt uitzicht op een verbond dat door de bestaande partijen heen loopt. Alleen zo is er kans op politieke vernieuwing, want de proteststem is nu nog te diffuus om een beslissend gewicht in de schaal te leggen.

De echte test of Italië een nieuwe weg inslaat, is de komende kabinetsformatie. Dan moet blijken of de dominerende politieke partijen, de christen-democraten en socialisten, bereid zijn het bittere medicijn te nemen dat vrijwel alle artsen voorschrijven. Als ze dat niet doen, betekent dat een lang ziekbed. Italië kan de politieke sanering die de eerdere economische sanering moet aanvullen, niet langer uitstellen.