Invoering heffingen voorbarig, zegt NCW

DEN HAAG, 1 JUNI. Het Nederlands Christelijk Werkgeversverbond vindt dat het kabinet te vroeg heeft besloten tot het invoeren van milieuheffingen op grondwater en afval. Volgens het NCW moet eerst een onderzoek worden gedaan naar de lastenverdeling en de gevolgen voor de economische structuur.

Het kabinet besloot onlangs volgend jaar belasting op grondwater en afval te heffen. Een gevolg daarvan is dat de heffing op brandstof, die per 1 juli omhoog gaat, volgend jaar niet verder hoeft te stijgen.

Directeur economische zaken dr. F.B. Lempers van het NCW zei vanochtend op een bijeenkomst van zijn organisatie te vrezen voor een cumulatie van negatieve effecten bij enkele bedrijven, als ze straks heffingen voor zowel brandstof, afval als grondwater moeten betalen. Ook vroeg hij zich af of het Nederlandse belastingsysteem zo niet te veel gaat afwijken van dat in omringende landen.

Het NCW is tegen invoering van een regulerende energieheffing (verhoging van de energieprijs, met als compensatie verlaging van de belasting op arbeid) alleen in Nederland, ook als het om de zogenoemde kleinverbruikersvariant gaat. Bij deze variant worden grote bedrijven ontzien. Volgens het NCW leidt dat tot een verstoring van de concurrentieverhouding tussen kleinere en grotere bedrijven. Dat “zal maatschappelijk moeilijk aanvaardbaar zijn”, zei Lempers.

Bovendien kan een heffing op energie volgens het NCW een spiraal van hogere prijzen en hogere lonen tot gevolg hebben. Dat de vakcentrales FNV en CNV onlangs hebben laten weten hogere energieprijzen die door lagere belastingen worden gecompenseerd, niet in de looneisen te zullen doorberekenen, wekt bij de werkgeversorganisatie geen vertrouwen. De gang van zaken bij de invoering van prikkels ter bestrijding van het ziekteverzuim heeft volgens Lempers aangetoond dat dit soort toezeggingen van vakcentrales geen garantie biedt. “De vakbonden gaan op het terrein van de CAO-onderhandelingen hun eigen weg en hebben geen boodschap aan wensen van de vakcentrale.”

Het NCW ziet wel “op beperkte schaal” een basis voor de verdere invoering van een systeem van verhandelbare emissierechten. Lempers denkt dat zo'n handel in milieuvergunningen in vergelijking met overheidsregels en heffingen dynamischer is en meer marktconform werkt. Ervaringen in de VS hebben volgens de NCW-directeur wel geleerd dat als de politiek zich veelvuldig met het systeem bemoeit geen efficiënt werkende markt in emissierechten ontstaat.