In Frankrijk is succes nog steeds een vies woord

Frankrijk heeft de mond vol van opwaartse mobiliteit. Maar niets in Frankrijk heeft minder succes dan succes. De Fransen moeten wel - gegeven de vastgeroeste gecentraliseerde instanties en een traditie van staatscontrole op vele zaken, inclusief de economie - wantrouwig staan tegenover iedereen die bovenmatig succes heeft, vooral bij het vergaren van geld. Temeer als hij, zoals in het geval van de onconventionele ondernemer en oud-minister van stadsaangelegenheden Bernard Tapie, zijn succes niet te danken heeft aan een carrière over de geëigende paden.

Succes is mooi, maar het moet worden verdiend en tot stand komen na een lange studie aan een van de grandes écoles die het wondermiddel vormen van de Franse meritocratie. Iemand die door de kieren van het systeem kruipt wordt niet geacht in zoveel zaken zoveel succes te boeken - zakendoen, voetbal, politiek - als Tapie.

De vraag of Tapie schuldig is aan de misdrijven waarvoor hij is aangeklaagd - verduistering en knoeien met de boeken tijdens de verkoop van een bedrijf aan Toshiba in 1985 - moet door de rechtbank worden beantwoord. De aanklacht, die Tapie ertoe heeft gebracht uit het kabinet van premier Bérégovoy te stappen, is gebaseerd op een conflict tussen Tapie en een voormalige zakenpartner, Georges Tranchant, die toevallig parlementslid voor de gaullisten en een politiek tegenstander van Tapie is.

Ironisch genoeg hebben de beschuldigingen niet de "schandaalpotentie' van zijn andere activiteiten, zijn optreden op de beurs en zijn voorzitterschap van de voetbalclub Olympique Marseille. De ruzie gaat ook veel minder ver dan de andere corruptieschandelen waarmee de socialistische regering wordt geconfronteerd.

Niettemin was Tapies val bijna voorspelbaar. Tapie, opgegroeid in de "rode gordel', de gemeenten ten noorden en oosten van Parijs die lang door de communisten zijn gedomineerd, genoot niet de klassieke opleiding die zoveel van zijn socialistische collega's hebben gehad. De opleiding die hij wel kreeg, die van een veredelde elektriciën, hoorde duidelijk bij de werkende klasse.

Hij is waarschijnlijk ook de enige minister die tijdens de jaren zestig zijn sporen in de rock 'n roll heeft verdiend. Toen schreef hij zijn naam "Tapy' en componeerde en zong hij potentiële hits als "Ik geloof niet meer in meisjes' en "Snel, een borrel!'. Opnieuw, duidelijk populair voor zover sprake is van cultuur, en zonder dat anarchistische trekje dat hem mogelijk tot favoriet van minister van cultuur Jack Lang had kunnen maken.

Zijn schamele carrière als rock-ster ten spijt, vergaarde Tapie zich uiteindelijk een naam en een fortuin door circa veertig noodlijdende bedrijven op te kopen en te saneren, bedrijven van allerlei aard, van het kasteel van een Afrikaanse dictator tot Adidas en de batterijfabrikant Wonder. Onderwijl haalde hij Olympique Marseille uit de goot en maakte hij er een kampioensploeg van, zich en passant een plaatsje verschaffend in het pantheon van 's lands sportweldoeners.

Zijn politieke succes in de streek rondom Marseille was voor een deel gebaseerd op zijn populariteit als redder van mislukte bedrijven en als sportimpresario. Hoewel Tapie geen lid is van een politieke partij, was hij lid van Mitterrands coalitie en stemde hij socialistisch. Als de Ross Perot van de Franse politiek ontfutselde hij met zijn campagne de rechts-extremistische Jean-Marie le Pen bij de verkiezingen in maart heel wat stemmen. Het lijdt geen twijfel dat Frankrijks zakensjoemelaar Nummer 1 tevens Frankrijks succesvolste bestrijder was van het Front National.

Ondanks Tapie's aanvankelijke succes bij zowel het publiek als de media, is hij toch het doelwit geworden van een golf van laster en wantrouwen van alle kanten. Waar anderen het bewijs van zakelijk succes zouden ontwaren, zag het rechtse dagblad Le Figaro zijn “intellectuele zwakheid” en schilderde het hem af als een arglistige maar verleidelijke antichrist met “de kaken van een vleeseter”. Het centrum-linkse blad Le Monde stelde zich wat terughoudender op, maar toonde zich toch verontwaardigd door de benoeming van een vulgaire kapitalist op een hoogverheven ministeriële post. En veel van zijn tegenstanders aan beide kanten van het politieke spectrum blijven overtuigd dat zijn zakelijk succes te danken is geweest aan oneerlijke politieke invloed of, erger nog, aan achterbaks gedoe.

We moeten afwachten wat in het onderzoek naar de ingewikkelde financiën van Tapie komt bovendrijven. Maar één ding is zeker: veel van de luchtdoelraketten die op hem worden afgevuurd hebben weinig van doen met politieke deugdzaamheid; belangenconflicten gelden immers in Frankrijk pas sinds kort als zondig. Wel leggen die luchtdoelraketten een politieke kieskeurigheid bloot in een land dat zijn neus lang heeft opgehaald voor zaken die met de goot te maken hebben. Ondanks Frankrijks naoorlogse economische succes, is winst nog steeds een vies woord. Het is prima rijk te zijn, maar je wordt niet geacht het met winst te worden.

Natuurlijk doet Tapie's van de straat meegebrachte vechtlust hem geen goed. Ook het schrijven van een boek met de titel "Gagner!' (Winnen!) was een fout, hoeveel goeds daar ook verder in staat. Zijn grootste zonde echter, zowel in het zakenleven als in de politiek, was te worden gewantrouwd door iedereen - als ondernemer door de socialisten en als socialist door de conservatieve zakenlieden. Een centrum-rechtse politicus ging te keer over “het dubieuze huwelijk tussen politiek en geld” in Tapies zaken. Het ging niet om een belangenconflict, aangezien hij uit zowel Adidas als Bernard Tapie Finance was gestapt. Het ging om zijn belangstelling en talent voor twee zogenaamd tegenstrijdige activiteiten: het bekleden van een openbaar ambt en het verdienen van geld.

Gezien Bérégovoy's uitgesproken voornemen het zonder twijfel vuile socialistische regime schoon te wassen, kan een in staat van beschuldiging gestelde minister niets anders doen dan aftreden. Met zijn ontslag verliest de regering een veelbelovende minister, die heeft bewezen zich in te zetten voor de problemen van de steden. Ze verliest ook een man die heeft gevochten tegen het racisme en de angst, grotere bedreigingen voor Frankrijk dan de veronderstelde bedreiging van de kant van de immigranten.

Ten slotte verliest ze een verfrissend en in het openbaar bestuur waar dan ook veel te weinig voorkomend fenomeen: een politicus die geen natuurlijke achterban heeft omdat hij overal zijn sporen heeft verdiend, in elke klasse, in het zakenleven en in de politiek. Tapie's onafhankelijkheid was even aantrekkelijk als ze gevaarlijk was. Eens te meer blijken de ernstigste feilen tegelijkertijd de beste waarden te zijn.

© The Wall Street Journal/ NRC Handelsblad