Holland Festival presenteert drie zwijgende films met virtuoze begeleiding; Brute schoonheid van sporen en wissels

Programma: "L'image Fantastique' - Hoogtepunten uit de Franse zwijgende cinema met live muziek o.l.v. Adrian Johnston. In: Amsterdam, Tuschinski-theater. La roue. Regie: Abel Gance. Te zien: 2/6. Ménilmontant. Regie: Dimitri Kirsanoff. Le voyage imaginaire. Regie: René Clair. Te zien: 3/6. Cinq minutes de cinéma pur. Regie: Henri Chomette. Au bonheur des dames. Regie: Julien Duvivier. Te zien: 3/6.

Wie eenmaal een "zwijgende film' zag, begeleid door "levende' muziek, weet het: een zwijgende film is helemaal niet zwijgend. Zo'n "zwijgende film', gemaakt eer de geluidsband werd uitgevonden, spreekt duizend talen. Niet met woorden, maar met beelden, en hoe zwart, wit en grijs die beelden ook zijn, ze drukken zich des te kleurrijker uit, naarmate de muziek inventiever reageert.

Het Nederlands Filmmuseum heeft zich de laatste jaren lofwaardig ingezet om de zwijgende filmkunst optimaal tot haar recht te laten komen, door die zwijgende films zo mogelijk consequent te programmeren met een klein orkest, of op zijn minst met een pianist. In het kader van het Holland Festival organiseert men nu in de weelderige, authentieke sfeer van de Amsterdamse Tuschinski-bioscoop drie voorstellingen, waar niet alleen unieke films te zien zullen zijn, maar bovendien kennis kan worden gemaakt met de filmmuziek-virtuoos Adrian Johnston uit Schotland.

Johnston legt zich sinds 1984 toe op de compositie en uitvoering van muziek voor zwijgende films, waarbij hij zich bedient van een verbluffende variëteit aan instrumenten - vaak solo, soms, ook in Amsterdam, met steun van een klein ensemble. Zijn composities komen improviserend tot stand, zoveel mogelijk in reactie op filmstijl en verhaalverloop. Worden er op het doek danspassen gemaakt dan spreekt het vanzelf dat er niet alleen een deun in het juiste ritme te horen is, maar dat het danswijsje ook spoort met de stemming van de partners en hun lotgevallen.

Er worden sterk uiteenlopende films gepresenteerd, van het zware romantisch-realisme van La roue tot de luchtige charme van Au bonheur des dames (Julien Duvivier, 1929) en de kluchtige fantasie-wereld (met inventieve special effects) van Le voyage imaginaire (René Clair, 1925). Door Johnstons hang naar muzikale versmelting met de films, zal elke voorstelling spectaculair zijn, maar nooit hetzelfde.

La roue (1920) van de Franse Filmmeester Abel Gance is de meest klassieke van het rijtje: een meeslepende film vol aandacht voor de brute schoonheid van treinen, sporen, en wissels, als robuust kader voor een tedere tragedie. Gance was een held in het combineren van uiterste stemmingen. Tegenover een onbarmhartig weergegeven treinongeluk toont hij twee aandoenlijk samen slapende kinderen, met tussen hun blootgewoelde voetjes een loom stoeiend poesje en hondje. En nog wordt hij niet larmoyant.

De meest interessante film is wellicht (het volledig tussen-titelloze!) Ménilmontant (1924) van Dimitri Kirsanoff, een Rus die na de Revolutie van 1917 via Berlijn uitweek naar Parijs. Ménilmontant (de titel verwijst naar een Parijse sloppenbuurt) is in principe het onvervalste melodrama van twee in het ongeluk gestorte zusters. Door toedoen van dezelfde slechte man raken beiden van het rechte pad, om elkaar in een louche steeg terug te vinden: de een met een onwettige baby op de arm, de ander als een opgedirkte prostituée.

Maar de film is meer dan een mooi geacteerde tranen-geschiedenis. Aan alles is te zien hoe Kirsanoff in beelden dacht, hoeveel oog hij had voor de poëzie van het visuele detail. Zo is er een ongeëvenaarde verleidingsscène, waarvoor Kirsanoff zijn camera telkens even concentreerde op de leugenachtig-lieve hand van een mooie man die de bovenarm drukt van een onervaren, even verliefde als angstige, jonge vrouw. Of het contact op een bankje in het park tussen de hongerige jonge moeder en een haveloze man die zijn stuk brood met haar deelt. Of de harde, elkaar rap volgende beelden van een moord, die een vrouw de dood laat vinden door een woedend gehanteerde bijl. Niet het bloed schokt, dat is nauwelijks te zien, maar het geweld dat Kirsanoff in zijn fotografie wist te leggen. Zulke momenten maken Ménilmontant tot een even avangardistisch als emotioneel experiment van de eerste orde.

Foto: Melodrama in een Parijse sloppenbuurt: Ménilmontant (1924) van Dimitri Kirsanoff