Drinkwaterheffing heeft geen invloed op waterverbruik

Een milieuheffing op drinkwater zal niet leiden tot een lager verbruik en zorgt niet voor een schoner milieu. Op 1 januari 1993 worden nieuwe milieuheffingen van kracht. Ministers Kok van financiën en Alders van milieubeheer hebben afgelopen week een wetsvoorstel voor advies naar de Raad van State gestuurd. De nieuwe heffing drukt vooral op de prijs van leidingwater, maar de opbrengst ervan komt niet het milieu ten goede. Alders en Kok stellen heffingen voor op de winning van grondwater, afval, bestrijdingsmiddelen en nutriënten in kunstmest en veevoer.

De totale opbrengst van de nieuwe heffingen wordt geschat op ruim 1 miljard gulden per jaar, waarvan circa achthonderd miljoen komt uit de heffing op grondwater. Dit bedrag komt ten goede aan de schatkist en deze heffing is dus een gewone belasting.

Waarom een heffing op grondwater dat door waterleidingbedrijven, industrie en landbouw wordt opgepompt? Het grote probleem van grondwateronttrekking is de verdroging, een te sterke daling van de grondwaterstand. In Nederland wordt jaarlijks circa achthonderd miljoen kubieke meter grondwater onttrokken aan de bodem voor de drinkwatervoorziening; zeventig procent van het leidingwater komt uit grondwater.

Met de grondwaterheffing wil Alders het gebruik van grondwater terugdringen en de verdroging van natuurgebieden verminderen. Dat lijkt logisch maar dat is het niet. Want het gebruik van drinkwater door huishoudens zal nauwelijks lager worden door de voorgestelde heffing. Drinkwater uit grondwater is namelijk ontzettend goedkoop: ongeveer één gulden per kubieke meter, per duizend liter dus. De Nederlander gebruikt gemiddeld per dag circa 125 liter drinkwater (in 1970 was dat 97 liter), waarvan slechts drie liter voor consumptie.

Die 125 liter kost per dag ongeveer één dubbeltje. Stel nu dat drinkwater uit grondwater door de voorgestelde heffing twee keer zo duur wordt. Genoemd wordt namelijk een heffingbedrag van een gulden per m³. Het is onwaarschijnlijk dat het gebruik daardoor zal dalen. Dat geldt zelfs voor het gebruik van leidingwater voor bijvoorbeeld het wassen van auto's. Dat kost nu ook één dubbeltje en met heffing twee: het is geen serieuze drempel, zelfs niet als de heffing tien gulden per kubieke meter zou zijn: dan nog kost het wassen van de auto slechts één gulden. Dat dit geen loze beweringen zijn, blijkt uit het volgende.

In het Westen van ons land is het drinkwater nu al twee keer zo duur als in het Oosten, omdat in het Westen oppervlaktewater uit Rijn en Maas wordt gebruikt. Oppervlaktewater moet uitgebreid worden gezuiverd en is daarom duurder. Welnu, het gebruik van leidingwater is in het Westen niet lager.

De voorgestelde heffing op grondwater zal daarom de verdroging niet wezenlijk verminderen. Een commissie die onlangs het ministerie van verkeer en waterstaat adviseerde, komt overigens tot dezelfde conclusie.

De winning hoeft in principe geen nadelige gevolgen te hebben omdat door neerslag wordt aangevuld. Het gebruik van grondwater is de laatste twintig jaar echter sterk toegenomen door de gestegen produktie in de industrie en de intensivering in de landbouw. Beregening is in de landbouw populair geworden. Bovendien wordt ten gunste van de landbouw regenwater snel afgevoerd in voor- en najaar, vooral om het land voor zware machines berijdbaar te houden.

Maar ook het huishoudelijk gebruik is sterk gestegen, waarschijnlijk door toegenomen persoonlijke hygiëne (ligbaden, dagelijks douchen, vaker wassen van kleren), auto wassen en vaker tuinen sproeien. Door dit alles is sinds 1950 de grondwaterstand in het oosten van Nederland met 20 tot 35 cm gedaald.

Volgens het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne (RIVM) zal het grondwaterverbruik bovendien tot 2010 nog stijgen met 25 tot 40 procent.

De verlaging van de grondwaterstand heeft vooral gevolgen voor de natuur. Planten en dieren die afhankelijk zijn van een hoge grondwaterstand, verdwijnen. Het sterkst aangetast zijn natuurgebieden als duinvalleien, venen, vochtige en natte heiden, broekbossen en natte graslanden. Uit een uitgebreid onderzoek blijkt dat 73 procent van 475 onderzochte natuurgebieden in ons land matig of sterk verdroogd zijn.

Als Alders de verdroging serieus wil bestrijden, moet hij de opbrengst van de heffing direct gebruiken voor waterbesparing. Dat kan door individuele bemetering (veel huizen hebben nog steeds geen eigen watermeter), zodat mensen zelf zien wat ze verbruiken. Verder valt te denken aan subsidies op waterbesparende apparaten (stortbakken met spoelonderbreker, efficiënte douchekoppen). De opbrengst van de heffing die nu is voorgesteld, wordt daar helemaal niet voor gebruikt. Die gaat rechtstreeks naar de schatkist.

Er valt Alders wat betreft het grondwater meer te verwijten. Het beleid van VROM dat de vervuiling daarvan moet keren bestaat uit doelstellingen zonder concrete maatregelen. En die maatregelen zijn er niet omdat de overheid geen geld vrijmaakt. De overheid wil niet voor die kosten van vervuiling opdraaien: wegens het principe "de vervuiler betaalt'.

Een voorbeeld. Volgens de drinkwaternorm mag drinkwater maximaal 50 milligram nitraat per liter bevatten. Op de zandgronden in Nederland bevat het ondiepe grondwater op dit moment al 100 tot 200 milligram nitraat per liter. De overheid kondigde al jaren geleden maatregelen aan om de stikstofuitspoeling te verminderen. Tot op heden zonder resultaat omdat de landbouw niet het slachtoffer wil worden van een lagere gewasopbrengst en de overheid de extra kosten niet wil vergoeden. Daarvoor zou de opbrengst van een grondwaterheffing gebruikt kunnen worden.

Compensatie geeft de overheid wel aan boeren in zogeheten grondwaterbeschermingsgebieden. Rondom pompstations waar grondwater wordt gewonnen zijn extra maatregelen van kracht. Omdat die maatregelen ondernemers in de beschermingsgebieden onevenredig benadelen krijgen zij wel een schadevergoeding. Een heffing op grondwater is prima op voorwaarde dat de opbrengst wordt besteed aan het terugdringen van verdroging en aan het beschermen van de grondwaterkwaliteit. Juist een minister van milieubeheer moet zich daarvoor inspannen.