Dressuurpaard vraagt gevoel, niet kracht

De opmars van de internationale dressuursport is niet meer te stuiten. Voorheen in dressuur onbetekende landen, zoals Engeland, Italië, Japan en de Verenigde Staten brengen nu ineens een ongekend potentieel aan ruiters en paarden aan de start. Ruiters die zich in dit Olympische jaar bijna allemaal in het traditionele dressuurland Duitsland van een toptrainer verzekerd hebben en die hun paarden voornamelijk in Nederland en Duitsland gekocht hebben. Ook Nederland doet hard mee aan het verwerven van een sterke positie temidden van dit oprukkende, internationale dressuurgeweld.

In het kasteelpark van het Belgische Schoten is het afgelopen weekeinde tijdens internationale dressuurwedstrijden duidelijkheid gekomen rond de afvaardiging van het Nederlandse dressuurteam naar de Olympische Spelen. Drie amazones waren al voor de Spelen genomineerd: Anky van Grunsven, Ellen Bontje en Tineke Bartels. Het drietal voldeed overtuigend aan de eis van vormbehoud, die het NOC aan hun nominatie had gesteld. Alledrie reden zij scores bijeen die hun totalen van het Europees kampioenschap in september vorig jaar ruimschoots overtroffen. Om de vierde vrouw van het team kan geen weldenkend mens meer heen: dat wordt Annemarie Sanders-Keyzer.

De Zaanse amazone, Annemarie Sanders, is zelf genoegzaam bekend. Toen zij na haar succesvolle jaren met Amon drie jaar geleden Nederlands dressuurkampioene werd met de hengst Olympic Vincent werden vriend en vijand op de realiteit gedrukt: niet de onbetwiste crack Amon was uitsluitend bepalend geweest voor de goede wedstrijdresultaten, het eigen talent en gevoel van Sanders spraken een niet mis te verstaan woordje mee. Maar in de paardesport is niet alleen ruitertalent, maar ook de gezondheid van de viervoeter van vitaal belang. Zo heeft het veelbelovende voorvoegsel "Olympic' in zijn naam Vincent niet van veterinaire problemen kunnen vrijwaren.

Sanders verdween tijdelijk uit de sport, kreeg intussen een gezonde zoon en moest daarna weer een passend paard bij haar Olympische aspiraties zien te vinden. Dat vond zij eind vorig jaar in Montreux, een twaalfjarig Duits paard dat het dressuur-alfabet al van trainer Hans Rueben had geleerd. Sanders was er niet meteen van overtuigd dat zij met Montreux daadwerkelijk een opmerkelijke rentree zou maken. “De eerste paar weken kwam ik er met een kletsnatte rug van af en er is er ook menige traan gevallen. Maar mijn fout was dat ik in het begin te veel uitging van kracht. Met Montreux heb je dat juist helemaal niet nodig.”

Dat het bij Montreux niet op kracht aankomt, is maar goed ook, alleen al gezien het hoogteverschil van Montreux en zijn kleine, elegante amazone. De bruine meet maar liefst 1.82 meter. “Maar”, zegt Sanders geruststellend, “het is een verschrikkelijk lief paard, hoor. Hij doet zijn hoofd voor me naar beneden als ik met het hoofdstel aankom. Verder vraagt hij in het rijden om gevoel, niet om kracht. Het basisprincipe van de dressuursport, ontspanning en gevoel, kende ik natuurlijk allang. Toch denk je dan dat je het bij zo'n kant en klaar Grand Prix-paard ook wel eens anders kan doen. Fout dus. Het ideale van Montreux is verder zijn karakter. Het is een paard met stalen zenuwen. Tijdens het trainen, hoef ik hem alleen maar lichamelijk te ontspannen en al zijn spieren los te maken. Geestelijk is hij zo stabiel als wat. Ideaal hoor, met zo'n standvastig karakter de dressuurring binnen te rijden.”

Inmiddels heeft de combinatie Sanders-Montreux zich zowel nationaal als internationaal zo overtuigend laten zien, dat Barcelona het duo niet meer kan ontgaan.