Bolkestein gaat met islamieten praten over schijnproblemen

Enkele dagen geleden heeft de Islamitische Raad Nederland via de pers de VVD-voorman Bolkestein uitgenodigd tot een gesprek in verband met zijn uitlatingen over de islam en de islamitische gemeenschap in Nederland. Bolkestein die een “robuust en open debat” over de minderheden nastreeft, heeft op de jaarlijkse ledenvergadering van zijn partij op 23 mei de uitnodiging aanvaard om met de voltallige Raad een dialoog aan te gaan. De VVD-leider zei geen bezwaar te hebben tegen het ritueel slachten en tegen de lijkbezorging volgens islamitische rites. Daarentegen waren de besnijdenis van meisjes en de polygame gezinshereniging volgens hem uit den boze.

Met zijn uitlatingen trapt Bolkestein nog steeds open deuren in. De twee thema's die volgens hem voor moslims in Nederland niet kunnen, zijn ofwel niet islamitisch van origine ofwel niet door moslims aangekaart. Een dialoog hierover is dan ook weinig zinvol. De argumenten en tegenargumenten in een dergelijke dialoog zijn niet gebaseerd op de realiteit maar voornamelijk op fictieve basis.

De besnijdenis van meisjes kwam en komt in de overgrote meerderheid van de islamitische landen niet of nauwelijks voor. In de landen waar het nog wel voorkomt, vooral op het platteland van Afrika, is het bij de wet verboden. Gezaghebbende islamitische schriftgeleerden zoals Shaltout stellen dan ook dat er geen religieuze, sociale of medische gronden bestaan die de besnijdenis van meisjes rechtvaardigen of noodzakelijk maken.

Met de polygame gezinshereniging ligt de zaak enigszins gecompliceerder. De aanleiding tot Bolkesteins uitlatingen hierover is de discussie in het Europese Hof dat zich moet uitspreken over een zaak van polygamie. Artikel 8 van het Europese verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden stipuleert namelijk het recht van ieder individu op het leven in gezinsverband.

De islam kent een geconditioneerd polygaam huwelijkssysteem: het is de man toegestaan met maximaal vier vrouwen tegelijkertijd gehuwd te zijn, mits hij deze vrouwen in alle opzichten gelijkwaardig behandelt. Deze conditionering vormde voor een aantal islamitische landen de grondslag om bij de codificatie van de Sharia (het religieuze recht) maatregelen ter belemmering van polygamie in te voeren. Deze varieerden van de eis van toestemming van de rechtbank, zoals in Syrië en Egypte, tot een absoluut verbod, zoals in Tunesië en Turkije. Ook krachtens het Marokkaanse Personeel Statuut van 1957 kan een vrouw wier echtgenoot besluit een tweede huwelijk aan te gaan, dit aan de rechtbank voorleggen. Artikel 30 stelt voorts dat het polygame huwelijk verboden is, als onrecht jegens de echtgenote wordt gevreesd. Een andere vorm van belemmering van polygamie is het recht van de vrouw om in het huwelijkscontract te laten opnemen dat de man geen tweede echtgenote zal nemen dan na voorafgaande toestemming van zijn vrouw.

Dit is in Indonesië algemeen gebruikelijk en ook in Marokko bij de wet toegestaan. In andere islamitische landen komt deze bepaling ook veelvuldig in de huwelijkscontracten voor. In de praktijk leiden deze maatregelen, de enigszins verbeterde positie van de vrouw en het feit dat een polygaam huwelijk zware financiële lasten meebrengt, tot het betrekkelijk zeldzaam voorkomen van dit type huwelijk.

In Nederland is van islamitische zijde tot nog toe niet gepleit voor het toestaan van polygamie en dit valt ook niet te verwachten. Er bestaan echter in de praktijk van de rechtspraak wel een aantal problemen. Deze hebben vooral betrekking op de gezinshereniging van echtgenotes en kinderen uit polygame huwelijken. De Nederlandse wet erkent huwelijken van buitenlanders, voorzover gesloten in overeenstemming met de bepalingen van de nationale wetgeving van elk van beide partners. Dit geldt ook in geval van polygamie. De Nederlandse overheid stelt zich echter op het standpunt dat bij polygamie sprake is van verschillende gezinnen - zij het met één en dezelfde man - en dat slechts één vrouw en de uit haar geboren kinderen tot Nederland in het kader van de gezinshereniging kunnen worden toegelaten.

In het licht van het recht van de mens op het leven in gezinsverband, zoals vastgelegd in artikel 8 van het Europese verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, is dit standpunt volgens velen echter aanvechtbaar. Vrouw en kinderen van een ander (door Nederland op zichzelf erkend) huwelijk moeten in het land van herkomst achterbijven en blijven dus verstoken van leven in gezinsverband, als gevolg van de botsing van het Nederlandse beleid met de rechtssystemen in de landen van herkomst.

In de uitzending van Brandpunt van vorige week zondag spraken de voorzitter en secretaris van de islamitische raad hun bewondering uit voor de VVD-voorman. De bewondering betreft vooral zijn lef om bepaalde zaken over minderheden aan te kaarten. Zij spreken bovendien de verwachting uit dat zij het met hem over “vele dingen eens zullen kunnen worden”.

De uitlatingen van Bolkestein over de islamitische gemeenschap zijn van verscheidene zijden gekritiseerd. Minister D'Ancona bijvoorbeeld is van mening dat het minderhedendebat zich door de uitlatingen van Bolkestein in een bedenkelijke richting dreigt te ontwikkelen. D66 en Groen Links vinden dat hij inspeelt op ressentimenten en vooroordelen die in de Nederlandse samenleving bestaan over migranten en dat hij nu maar eens moet ophouden met zijn ongecontroleerde uitspraken over allochtonen. Ook de JOVD vond de denigrerende manier waarop Bolkestein over andere culturen spreekt en het feit dat hij zich schuldig maakt aan "onnodige bangmakerij', te ver gaan.

Waarschijnlijk onder het motto niet te willen polariseren en open te staan voor dialoog, herkauwt de raad nu echter het standpunt van de voorstanders van Bolkestein. Dit zal mogelijk tot gevolg hebben dat er een verschuiving komt van de grenzen van het toelaatbare bij het doen van negatieve uitspraken over de islamitische gemeenschap in Nederland. Voorkomen moet worden dat deze bevolkingsgroep op den duur vogelvrij wordt, doordat het vijandbeeld van de islam steeds wordt bevestigd.

Het optreden van de Raad doet vermoeden dat deze sterk onder invloed staat van het beleid van de landen van herkomst. Dit beleid is erop gericht de onafhankelijke religieuze koers die een deel van de islamitische gemeenschap in Nederland wenst te voeren, in de kiem te smoren. Het is nog maar de vraag of Nederland hiermee op de lange duur gebaat zal zijn.

Tegenover deze negatieve vooruitzichten staat echter de schrale winst dat de Raad erkenning heeft gekregen van een politieke partij. Hiermee poogt hij via een oppositiepartij een eerste stap op Nederlandse politieke bodem te zetten, nu het kabinet blijft aarzelen over de erkenning van deze raad als gesprekspartner. Maar of zo'n opportunistisch beleid vruchten zal afwerpen is in deze situatie twijfelachtig. Voor de VVD komt deze uitnodiging wellicht als een lot uit de loterij, om van haar op dit terrein verworven negatieve imago af te komen.

Ik ben niet tegen een dialoog met de VVD-voorman. Integendeel. Maar als het initiatief van zijn kant was gekomen had hij tenminste aangetoond de islamitische gemeenschap serieus te nemen.

Foto: Moskee in Eindhoven. (Foto Peter Hilz)