Boerenstand

J.L. Heldring stelt in zijn column "Van een heel andere orde' (NRC Handelsblad, 22 mei) dat de teleurstellende economische ontwikkeling van Oost-Europa sinds de val van het communistisch regime te wijten is aan het ontbreken van "enige notie' van markteconomie, banken en effectenbeurzen en aan de afwezigheid van accountants en betrouwbare statistieken.

Dat is typisch randstedelijk gedacht. De basis van het voorspoedige herstel van Nederland na de oorlog was het bestaan van een in wezen onaangetaste boerenstand. Al spoedig na het vertrek van de Duitse "rovers' was er voor iedereen weer eten genoeg, en de produktiviteit op het land steeg snel.

In Oost-Europa daarentegen heeft het marxisme de boerenstand, en daarmee de landbouw, verwoest; een zelfstandige boerenstand-op-eigen-grond paste niet in de ideologie van de revolutie van het proletariaat. Het zijn ten slotte de lege winkels geweest die de val van het communisme hebben teweeggebracht. De herinrichting van de landbouw op basis van eigen grondbezit is voor de voormalige communistische landen - vooral die op het grondgebied van de Sovjet-Unie - een absolute prioriteit; de indruk bestaat dat dit onvoldoende wordt ingezien.

Een snel proces kan dit niet zijn - de winkels zijn nog steeds leeg. Een vergelijking met het herstel van Nederland of Duitsland na de Tweede Wereldoorlog is misleidend; de situatie van Oost-Europa is inderdaad "van een heel andere orde'.