Bestuur weerspreekt kritiek op Van Duijn

AMSTERDAM, 1 JUNI. Het bestuur van de milieupartij in de Amsterdamse gemeenteraad Groen Amsterdam ontkent dat fractievoorzitter R. van Duijn de initiatiefnemer is geweest achter het opzeggen van het vertrouwen in het Groene-raadslid M. Witte. Volgens het bestuur heeft het juist “grote moeite gekost de heer van Duijn over te halen zich achter ons besluit te stellen”.

Vorige week vrijdag eiste het bestuur dat de milieuactiviste Witte haar zetel ter beschikking zou stellen omdat haar standpunten niet “groen” genoeg zouden zijn. Witte, die samen met Van Duijn een tweemansfractie vormt, weigert haar zetel ter beschikking te stellen. Volgens haar is de zaak terug te voeren op een persoonlijk conflict met Van Duijn. “Ik heb het lang geprobeerd, maar met die man valt niet te werken”, zo stelde Witte, nadat ze met “verbazing” had kennis genomen van de brief waarin haar de wacht werd aangezegd. Witte wordt in haar kritiek op het functioneren van Van Duijn gesteund door fractiemedewerker J. Bennik. Volgens hem is het “solistische en dictatoriale optreden” van Van Duijn aanleiding tot grote wrevel binnen de partij.

In een vanochtend uitgegeven persbericht stelt het bestuur dat de persoonlijke opmerkingen van Witte en Bennik geheel voor eigen rekening zijn. Het bestuur zou op eigen kracht besloten hebben het vertrouwen in Witte op te zeggen. Het raadslid zou niet “hard” genoeg oppositie voeren, waardoor ze niet “echt” politiek bedreef. De druppel die de emmer deed overlopen was haar opstelling bij de ondertekening van het zogeheten klimaatverbond. De gemeenteraad zou zich hiermee vastleggen op een aanzienlijke beperking van de uitstoot van giftige stoffen. Witte zou het verbond zien als een “intentieverklaring”, terwijl het partijbestuur het een “inspanningsverplichting” noemt.