Belastingopbrengst vorig jaar 11 procent hoger

ROTTERDAM, 1 JUNI. De belastingopbrengst was vorig jaar met 151,6 miljard gulden ruim 11 procent hoger dan in 1990. Deze "meevaller' is voornamelijk veroorzaakt door de gewijzigde regeling voor het betalen per primacheque, die erop neerkomt dat ondernemers belastingen eerder dan voorheen moeten afdragen aan de belastingdienst.

De afdrachten van de loon- en inkomstenbelasting over december zijn bijvoorbeeld ook daadwerkelijk op de laatste werkdag van 1991 op de bankrekening van de Belastingdienst bijgeschreven. Dit leverde minister Kok (financiën) in 1991 een "belastingvoordeel' op van ruim 6 miljard gulden.

De loonbelasting (een voorheffing op de inkomstenbelasting) leverde vorig jaar 57,5 miljard gulden op, bijna 8,5 miljard gulden meer dan in 1990. De gewijzigde betaling van de primacheque is met name verantwoordelijk voor deze stijging. Verder werd in 1991 nog de loonbelasting geïnd van twee maanden van 1990. Deze vertraging was het gevolg van de belasting-operatie Oort.

De loonbelasting leverde vorig jaar bijna 40 procent van de totale belastingopbrengsten. De omzetbelasting (BTW) was goed voor bijna 40 miljard gulden op (27 procent van totale belastingopbrengsten) en de vennootschapsbelasting bracht 18,6 miljard gulden op (13 procent). De accijnzen op onder meer olie, tabak, alcohol, suiker en frisdranken, leverde in 1991 in totaal 10,3 miljard gulden op (7 procent).

Uit het vanmiddag gepubliceerde jaarverslag 1991 van de Belastingdienst, waaraan deze gegevens zijn ontleend, blijkt verder dat de achterstand bij de invordering van de belastingen vorig jaar is afgenomen tot 14,1 miljard gulden. In 1990 nam de achterstand af van 15,1 tot 14,3 miljard gulden.

Het aantal bezwaarschriften bij de vennootschapsbelasting beliep vorig jaar 11.000, evenveel als in 1990.