Aandeelhouders Vendex in geweer

ROTTERDAM, 1 JUNI. "Beurs zet nu je deuren maar vast open / want Vendex komt er langzaam maar zeker aan / Beurs, wie wil een aandeel van ons kopen / op weg naar honderdvijftig jaar bestaan.'

Uit volle borst zong de vierde generatie Vrooms, Dreesmannen, Peeks, Barges en Vehmeijers deze tekst in een cabaret, dat werd opgevoerd op een feestelijke reünie van de familie-aandeelhouders van Vendex International in het najaar van 1987, ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van de onderneming.

Zo beschrijft Jeroen Terlingen de feestelijkheid in zijn pas verschenen boek: Anton Dreesmann. Moed, macht en miljoenen. Dat optimisme over een spoedige beursintroductie van het familie-concern leek destijds gerechtvaardigd. De vreugde werd nog eens versterkt doordat Vendex in dat zelfde jaar het dividend aan de aandeelhouders flink had opgetrokken, van 66 miljoen tot 80 miljoen gulden.

Sinds dat jaar hebben de aandeelhouders elk jaar - met uitzondering van 1991 - samen 80 miljoen gulden dividend ontvangen. Dat komt neer op 200.000 gulden per aandeelhouder. Dat wil zeggen: gemiddeld, want van de oprichtersfamilie Dreesmann is bij voorbeeld bekend dat ze naar verhouding verreweg de meeste aandelen in handen heeft. Niet alle aandeelhouders zijn van dat dividend onder de indruk. Het grootste deel gaat naar de fiscus, zo klagen ze tegen elkaar.

De teleurstelling was nog veel groter toen vorig jaar maar een kwart van het oorspronkelijke dividend werd uitgekeerd. Formeel gebeurde dat om de weg vrij te maken voor een loonoffer van de werknemers bij de verlieslijdende warenhuisdochter Vroom & Dreesmann. In werkelijkheid zat er niet meer in het vat - anders had Vendex namelijk bijna zijn volledige winst van het boekjaar 1989-'90 (90 miljoen gulden) aan zijn kapitaalverschaffers moeten uitkeren.

Een gewone aandeelhouder zou bij tegenvallend dividend zijn commissionair opdracht geven de aandelen te verkopen. Dat geldt niet voor aandeelhouders van een niet-beursgenoteerde onderneming als Vendex, waar bovendien de afspraak bestaat dat aandelen zonder toestemming van de commissarissen niet mogen worden verkocht buiten de families die ze in handen hebben.

Het feit dat de aandeelhouders hun aandelen moeilijk kwijtraken, vergroot de noodzaak om grip te krijgen op het beleid van de onderneming. In die zin hebben de aandeelhouders van Vendex een strategisch belang, in tegenstelling aandeelhouders die alleen een financieel belang hebben. De houders van een strategisch belang kunnen alleen bewerkstelligen dat hun kapitaal rendeert, door ervoor te zorgen dat het bestuur bij zijn beslissingen rekening houdt met de aandeelhouders.

Uit de brief van de aandeelhouderscommissie van Vendex aan de aandeelhouders, die zaterdag is uitgelekt, blijkt hoe strijdvaardig de kapitaalverschaffers van Vendex zich opstellen. Ze lokt de directie uit de tent door van haar te verlangen dat ze openheid geeft over haar toekomstplannen en vooral hoe ze denkt die financieel te kunnen verwezenlijken.

De commissie is zelf van mening, blijkens de brief, dat alle vijf de kernonderdelen van Vendex - V&D, supermarkten, speciaalzaken, uitzendbureaus en onderhoudsdiensten - ten opzichte van hun concurrenten een plaats op de eerste rang moeten hebben. Lukt dat niet, dan hebben ze (binnen Vendex) geen toekomst meer, aldus de commissie.

Om alle vijf de kernonderdelen “uit te bouwen tot zelfstandige en succesvolle activiteiten op Europees niveau”, is veel geld nodig. Dat dit geld er ook is, daarvan heeft de directie de aandeelhouderscommissie niet kunnen overtuigen, aldus de brief, waarin de commissie de balans opmaakt van de besprekingen die afgelopen jaar met de directie zijn gevoerd.

De aandeelhouderscommissie betwijfelt “of individuele kernonderdelen voldoende kritische massa en een dominerend marktaandeel hebben op de gebieden waarop ze actief zijn”. Bezorgd schrijft de commissie: “We hebben de laatste jaren zowel een concentratietendens als ook een expansief beleid van enige grote Europese partijen kunnen bespeuren op de diverse marktgebieden waar ook Vendex actief is”. Als voorbeelden noemt ze de sectoren food (supermarkten) en diensten.

Op de binnenlandse markt kunnen daar V&D en de uitzendbureaus aan toegevoegd worden. V&D is het enige warenhuis in Nederland dat verlies maakt (vorig jaar 62 miljoen gulden) en waar de omzet vorig jaar pas op de plaats heeft gemaakt (de omzet van de Hema steeg 1 procent en die van de Bijenkorf 9 procent). De uitzendbureaus van de Vedior-groep zijn weliswaar nummer twee in Nederland, maar het marktaandeel van nummer één, Randstad, is twee keer zo groot (33 procent).

De directie van Vendex ontkent dat er plannen zijn om kernactiviteiten af te stoten. Wil de directie in plaats daarvan expansie van de kernactiviteiten? Dan zal ze daarvoor ergens het geld vandaan moeten halen. De gezondmaking van de niet-kernactiviteiten kon helemaal worden betaald uit de opbrengst van de verkoop van het belang in Dillard's. Maar waar haalt Vendex opnieuw zo snel zo'n kaskoe vandaan?

Als dat geld er niet komt, sluit de aandeelhouderscommissie niet uit dat delen van het kernbedrijf moeten worden afgestoten of ondergebracht in allianties met andere ondernemingen. Door bij de andere aandeelhouders die suggestie te wekken, zet de commissie de directie hoe dan ook onder druk. Waarschijnlijk hoopt ze daarmee te bereiken dat de directie sneller tot handelen overgaat dan destijds toen V&D in de versukkeling raakte.

De sanering van V&D heeft de aandeelhouders vorig jaar een hoop geld gekost. Ze kunnen het niet gebruiken dat nog meer kernactiviteiten in het slop raken. Want hoe langer het duurt voordat de rentabiliteit van Vendex is opgevijzeld, hoe langert het duurt voordat het hele concern, of delen ervan naar de beurs kunnen worden gebracht.