Ria Lubbers: mijn man is drie keer met zijn werk getrouwd

ROTTERDAM, 29 MEI. Ze is lid van het nationaal bestuur van de Zonnebloem, maar wordt altijd binnengehaald als de echtgenote van Ruud Lubbers. “Dan kan ik wel onder een stoel kruipen. Bescheiden zijn totdat je erbij neervalt. Dat maakt me weleens eenzaam.”

First Lady Ria Lubbers wordt de hele dag met haar man geconfronteerd, maar ze ziet hem zelden. In het programma Alleen op de wereld van Radio Rijnmond vertelde ze gisteren dat het haar niet was opgevallen dat het spleetje tussen de tanden van haar man was verdwenen. “Dat krijg je als je elkaar maar kort ziet. Dan zijn er zoveel dingen te bespreken, dat je dit soort dingen blijkbaar gewoon vergeet. Ook omdat hij het heel geleidelijk had laten veranderen.”

Ruud Lubbers ontlopen is niet gemakkelijk. Zeker in verkiezingstijd, wanneer zijn foto “op iedere paal op de hoek” te zien is. “Ik kwam een keer hier in Kralingen de hoek om, toen zag ik op een pilaar een hele grote foto. Ik dacht: ik rij er gewoon tegenaan. Gewoon, boem. Ik was zo ver doorgedraaid omdat ik hem helemaal niet meer zag. Ik heb het maar niet gedaan, omdat men dan zou denken dat het een verkiezingsstunt was. Maar ik had er echt zo ontzettend schoon genoeg van. Het is om gek van te worden als je je eigen man overal ziet hangen, terwijl je hem zelf niet ziet.”

Wat haar het meest ergert, is het naroepen op straat, zei Ria Lubbers in het themaprogramma van de regionale omroep. “Ruud trekt zich er helemaal niets van aan. Als er achter ons geroepen wordt: "hé Lubbers!', dan krimp ik in elkaar. Afschuwelijk. Ik ga door het lint als mensen geen egards voor elkaar hebben. Als mijn man en ik samen ergens zitten, wordt er achter zijn rug gelachen. Maar ik zit toevallig wel tegenover hem aan tafel, dus ik zie het allemaal gebeuren.”

De bekendheid is voor haar steeds meer een belasting geworden, vertelde zij gisteren. “Ik word er niet arm of rijk van en ik word er zeker niet gelukkig van. Dus het is voor niks. Dat is natuurlijk in mijn leven wel zo: alles wat ik doe is voor noppes.”

Door de drukke werkzaamheden van de minister-president brengt zij lange avonden alleen thuis door. “Als mijn man om elf uur hartstikke moe thuiskomt en terecht niet aanspreekbaar is, dan knap ik ook weleens een keer goed af. Thuis is het dus niet gezellig. Het gewoon kneuterig zitten kletsen over niks, dat kan haast niet meer. Ik vind het moeilijk om 's avonds naar vrinden te gaan, omdat ik een beetje jaloers ben als ik zie dat iemand gewoon om zes uur thuiskomt. Dan denk ik: wat komt die man nou doen. Is hij ontslagen of zo? Ruud zal niet zo maar ophouden met dit werk. Hij is er drie keer mee getrouwd. Maar ik zeg niet tegen hem: joh, ik heb er zo de balen van, schei er in godsnaam mee uit. Misschien lijkt het heel erg glamourachtig, maar dan zeg ik: loop eens een weekje mee. Dan zie je al het verdriet dat eromheen hangt, de eenzaamheid. Als ik vanavond thuiskom, is er echt helemaal niemand.”