Een stad uit het jaar 12; De fascistische architectuur van Sabaudia

Over het verbond tussen communisme en modernisme in de Sovjet-Unie van de jaren twintig doet niemand moeilijk. Zelfs na het definitieve faillisement van het marxisme geeft dit het Russische constructivisme nog steeds iets extra heroïsch'. Maar bijna een halve eeuw na de oorlog is het samengaan van fascisme en modernistische architectuur nog steeds niet geaccepteerd. Bernard Hulsman bezocht het onder Mussolini door Italiaanse Rationalisten gebouwde stadje Sabaudia. “In tegenstelling tot zoveel andere nieuwe steden en nieuwbouwwijken uit deze eeuw is het geen verbanningsoord. Het is geen straf om hier te verblijven.”

door Bernard Hulsman

“De gebouwen vullen zich met voorgevoelens, de hoeken verbergen geheimen.” Zo omschreef de Grieks-Italiaanse schilder Giorgio de Chirico (1888-1978) in 1920 zijn "metafysische' schilderijen van geheimzinnig lege straten en pleinen, waarop arcades, torens en standbeelden hun lange, zware schaduwen werpen. De anonieme fotograaf die veertien jaar later het toen pas voltooide Italiaanse stadje Sabaudia vastlegde, moet het werk van De Chirico hebben gekend. Hij heeft geduldig gewacht tot de hoekige Sabaudiaanse gebouwen hun schaduwen net zo dreigend op de pleinen wierpen als die op de "metafysische' schilderijen. Het lijkt zelfs alsof de fotograaf de schilder heeft willen verbeteren: terwijl in De Chirico's steden in de verte vaak nog een paar silhouetten van mensen zijn te zien, zijn de pleinen in Sabaudia volkomen verlaten.

Toch was Sabaudia bedoeld voor mensen. Het was een van de vijf steden voor de nieuwe bewoners van de Agro Pontino, het landbouwgebied niet ver ten zuiden van Rome dat tot eind jaren twintig uit moerassen bestond. De drooglegging van de Pontijnse moerassen was een van de "grote werken' van het fascistische regime. De New York Times plaatste het in 1934 in dezelfde categorie als de Nederlandse Zuiderzeewerken en de aanleg van het Panama-kanaal. Zelf vergeleken de fascisten zich liever met Julius Caesar die niet verder was gekomen dan het maken van plannen voor de demping van deze bron van malaria of met Paus Leo X die het zelfs met de hulp van Leonardo da Vinci niet was gelukt.

Zoals het hoort in een fascistisch land, werd het nieuwe landbouwgebied strikt hiërarchisch ingericht. Onderaan stonden de 4000 boerderijen, daarboven de zeventien door kaarsrechte wegen met elkaar verbonden "borghi', kleine centra met een school, een kapel en een apotheek. De steden Aprilia, Pomezia, Pontinia en Sabaudia vormden de op een na bovenste laag van de Pontijnse piramide. De top was de hoofdstad Littoria, genoemd naar de lictor, de gerechtsdienaar die in het oude Rome de magistraten vergezelde en de pijlenbundel (fasces) met bijl (securis), het symbool van gezag, droeg.

Hoe gevoelig de hiërarchische verhoudingen lagen, werd duidelijk toen de stadhuistoren van Sabaudia een paar meter hoger bleek te worden dan die van het in 1932 ingewijde Littoria. Hoewel het hoogteverschil voor niemand zichtbaar was - Sabaudia ligt een kilometer of dertig van Littoria - protesteerde het stadsbestuur van de Pontijnse hoofdstad tegen de Sabaudiaanse hoogmoed. Mussolini, die de bouw van de nieuwe steden op de voet volgde, moest persoonlijk zijn goedkeuring geven aan de toren om aan het gekrakeel een einde te maken.

Parasieten

Volgens de oorspronkelijke plannen zouden de moerassteden klein blijven. Net als de Russische constructivisten beschouwden de fascistische architecten de grote stad als een uitwas van de negentiende eeuw. Metropolen waren de parasieten van het land en de bewoners leidden er een ongezond en kunstmatig leven. “Steden mogen niet uitgroeien tot enorme en absurde gesloten mechanismen, omgeven door onbewoonde landschappen”, schreef Marcello Piacentini, de architectuurpaus onder Mussolini en aanhanger van een sober classicisme. “De toekomst vereist de verspreiding van de metropool over kleine, gespecialiseerde centra voor industrie, cultuur, onderwijs en landbouw. De nieuwe centra moeten open en gedecentraliseerd zijn en rationeel opgebouwd. (-) Snelle vervoersmiddelen maken het de moderne mens mogelijk om zijn leven in twee delen te splitsen: culturele en sociale activiteiten in de stad en wonen op het platteland.”

Littoria en Sabaudia werden dan ook niet gepresenteerd als steden. “Littoria en Sabaudia zijn landelijke centra, onlosmakelijk verbonden met het omringende gebied en de produktieve grond”, beweerde Luigi Piccinato, een van de architecten die Sabaudia ontwierpen. “Ze kunnen niet los staan van de omgeving. Ze leven niet van maar voor het gewonnen land.”

Littoria zou met 20.000 inwoners de grootste stad worden, maar Sabaudia, genoemd naar het toenmalige Italiaanse koningshuis Savoye en bedoeld voor niet meer dan 5000 inwoners, baarde het meeste opzien. Ontworpen door vier jonge vertegenwoordigers van het rationalisme, de Italiaanse variant van het Nieuwe Bouwen, gold de stad in de jaren dertig als de modernste van Italië. Het classicisme, dat de monumentale pleinen in Littoria beheerste, ontbrak in Sabaudia: alle gebouwen - het stadhuis, het "casa del fascio', de kerk, het hotel, de kazernes, scholen en woningen - waren er opgebouwd uit sobere, meest rechthoekige vormen.

Te modern

Voor veel conservatieve fascisten was Sabaudia te modern. “We hebben genoeg van Sabaudia”, riep de afgevaardige Atillio Teruzzi in 1934 woedend uit in het parlement. “Het is bolsjevisme en marxisme. Het is Duitse en communistische troep.” Maar Mussolini nodigde de vier ontwerpers uit in zijn paleis en stelde ze gerust. “Ik wil niet dat u denkt dat wat in het parlement is gezegd mijn mening over het onderwerp weergeeft”, zei hij. “Ik vind Sabaudia prachtig. Zo moet een stad er in het fascistische tijdperk uitzien. Ik wil ondubbelzinnig duidelijk maken dat ik vóór moderne architectuur ben, vóór een architectuur van onze tijd.”

Mussolini's bescherming maakt voor velen het Italiaanse rationalisme nog steeds verdacht. Over het verbond tussen communisme en modernisme in de Sovjet-Unie van de jaren twintig doet niemand moeilijk, integendeel, zelfs na het definitieve faillisement van het marxisme geeft dit het Russisch constructivisme nog steeds iets extra heroïsch'. Maar wie denkt dat bijna een halve eeuw na de oorlog het samengaan van fascisme en modernistische architectuur wel is geaccepteerd, vergist zich. Dat bleek weer eens bij de lezing die de Italiaanse architectuurhistorica Maristella Casciato een paar maanden geleden gaf op het Berlage Instituut in Amsterdam. De strekking van haar betoog was dat Italiaanse achitectuur in de periode 1927-1960 geen breuk kende. En natuurlijk was de eerste vraag die haar werd gesteld weer hoe het toch mogelijk was dat in Nazi-Duitsland de modernistische architectuur werd verboden en in Italië bijna tot staatsarchitectuur werd verheven. Casciato gaf een weinig overtuigend antwoord: de wortels van de moderne Italiaanse architectuur lagen in de negentiende eeuw en die had niets met fascisme te maken. Herman Hertzberger, voorzitter van het Berlage-instituut, kwam met een andere verklaring. Hij bekende dat hij tot een paar jaar geleden nooit kennis had willen nemen van het werk van Giuseppe Terragni, de belangrijkste vertegenwoordiger van het rationalisme, omdat hij fascist was. Maar, zo had hij ontdekt, eigenlijk wilde Terragni hetzelfde als de socialisten, in wezen was hij een "socialistische fascist'. En dus kon hij nu met een gerust geweten naar het werk van Terragni kijken.

Hertzbergers dialectische redenering is oud. Al in 1953 betoogde Giulia Veronesi dat het werk van de Italiaanse rationalisten een stil protest was tegen het fascisme. Het is een onhoudbare stelling. Terragni bij voorbeeld werd al in 1928 lid van de fascistische partij, vier jaar voordat het lidmaatschap verplicht werd gesteld voor architecten. Andere rationalisten, zoals Adalberto Libera, waren nog eerder lid geworden en allemaal rechtvaardigden ze hun ontwerpen met fascistische leerstellingen. De eenvoudige verklaring van Ernesto Rogers, die onder Mussolini zijn carrière als architect begon, is dan ook nog steeds de beste: “We baseerden ons ongeveer op de volgende redenering: fascisme is een revolutie, modernisme is revolutionair, dus moet dit de architectuur van het fascisme zijn.”

Schaamte

Voor de huidige bewoners van Sabaudia zelf is de fascistische oorsprong van hun woonplaats niet iets om zich voor te schamen. Het Piazza della Rivoluzione is weliswaar omgedoopt tot Piazza del Popolo en de overwinningsengel in bas-reliëf op de gevel van het stadhuis heeft haar pijlenbundel met bijl moeten inleveren, maar verder zijn de sporen van het fascisme niet uitgewist. Op de speciaal voor Sabaudia ontworpen betonnen lantaarnpalen prijken nog wel de fasces en de inscriptie XII - als goede revolutionairen hadden de fascisten de neiging om de jaartelling opnieuw te laten beginnen in het jaar van hun machtsgreep. In de toren van het stadhuis staat nog steeds de tekst gebeiteld die zegt dat dit land onder "capo del governo' Benito Mussolini uit duizenden jaren lethargie werd gewekt en dat Sabaudia in 253 dagen werd gebouwd. En wie goed kijkt naar het mozaïek boven de ingang van de kerk, ziet op de achtergrond een man met een dik, kaal hoofd wantrouwig naar de maagd Maria op de voorgrond kijken.

Anders dan de fascisten hadden bedoeld zijn de moerrassteden niet klein gebleven. Littoria, na de oorlog omgedoopt tot het neutrale Latina, is een industriestad van 100.000 inwoners geworden en Sabaudia, door het Lago di Paola gescheiden van de duinen, is uitgegroeid tot een badplaats van 20.000 inwoners. Maar de gele, witte en terracottakleurige gebouwen uit de jaren dertig, waarvan er vele na het vijftigjarige bestaan in 1984 opnieuw zijn geschilderd, zijn nauwelijks veranderd.

Wie nu, bijna zestig jaar na de plechtige inwijding, door het centrum van Sabaudia wandelt, kan moeilijk begrijpen waarom Sabaudia ooit als "Duitse troep' werd betiteld. De appartementenblokken staan niet opgesteld in stroken, zoals volgens rechtzinnige modernisten zou moeten, maar vormen heuse straten.

De plattegrond van Sabaudia lijkt op die van een Romeinse kolonie: net als tweeduizend jaar geleden is het centrale plein aangelegd op de plek waar de twee belangrijkste wegen elkaar kruisen. Het stadhuis, de kerk en het voormalige casa del fascio hebben torens die het stadje een Middeleeuws silhouet geven en net als in het oude Bologna zijn de belangrijkste straten op de begane grond voorzien van zuilengangen. Niet één gebouw heeft een modernistische glaswand of zelfs maar een strookraam, alle vensters hebben traditionele vormen en afmetingen, wat overigens heel verstandig is gezien de zomerse hitte in Sabaudia. En in afwijking van de modernistische leer zijn de stedelijke functies niet gescheiden. De openbare gebouwen zijn niet ondergebracht in één speciale wijk, maar door de stad verspreid en op de begane grond van de woningblokken zijn ruimtes gereserveerd voor winkels, bedrijfjes, restaurants en barretjes.

Italianissima

Geen wonder dat het Italiaanse rationalisme niet modern genoeg was in de ogen van Le Corbusier. “Het is oppervlakkig, alleen de verschijning is modern. Het is modern formalisme, de grote revolutie in de architectuur vindt hier niet plaats”, mopperde de "architect van de eeuw' die na zijn mislukte avontuur in de Sovjet-Unie vergeefs bij Mussolini in het gevlei probeerde te komen en zelfs een studie voor een nieuwe Pontijnse stad maakte. Natuurlijk had Le Corbusier gelijk: ondanks het "moderne' uiterlijk was Sabaudia "italianissima', zoals Piacentini in 1934 al tevreden vaststelde. Maar een bezwaar is dit niet. Juist de combinatie van modernisme en traditionalisme, zo typerend voor het rationalisme, maakt Sabaudia aantrekkelijk. In tegenstelling tot zoveel andere nieuwe steden en nieuwbouwwijken uit deze eeuw is het stadje geen verbanningsoord. Het is geen straf om er te verblijven.

Het kan dan ook niet anders of de conservatieve fascisten hebben indertijd Sabaudia niet bezocht, maar zich door de "metafysische' foto's van de anonieme fotograaf de stuipen op het lijf laten jagen. Tegenwoordig zijn die nauwelijks meer te maken. Niet alleen lopen er voortdurend overal mensen rond, maar bovendien zijn op de vroeger zo lege pleinen perkjes aangelegd en bankjes en bomen neergezet.

De geest van De Chirico is bijna verdreven uit Sabaudia. Toch zijn er nog hoeken waar geheimen achter schuilgaan. Achter een ervan ligt het postkantoor, het zonderlingste gebouw van Sabaudia. Misschien is het niet op een prominente plek aan een van de pleinen neergezet omdat het niet is ontworpen door een van de vier architecten van Sabaudia, maar door Angiolo Mazzoni, de huisarchitect van de Italiaanse posterijen en spoorwegen. Hij heeft zijn kleine, verborgen meesterwerk bedekt met azuurblauwe tegeltjes. Een halve meter voor de eigenlijke ramen plaatste hij curieuze metalen roosters, een verwijzing naar de horren die eens nodig waren in dit gebied om de muskieten buiten te houden. Mussolini heeft ze blijkbaar over het hoofd gezien, want soortgelijke roosters die Mazzoni in zijn postkantoor in Littoria had gebruikt, werden al na een jaar op last van de duce verwijderd: de malaria was immers bedwongen en een herinnering eraan was niet gewenst. Maar het vreemdst aan het kantoor is nog de reusachtige trap, even nutteloos als de toren van het stadhuis en met een even sterk "metafysisch' effect. Zelfs De Chirico had zo'n trap niet kunnen verzinnen.