Ontwerp van James Turrell voor een gewelf van lucht en licht in Den Haag; Hedendaags panorama in een duinpan

Tentoonstelling: James Turrell. Plan in de Haagse Duinen. T/m 11 juni in de Scheveningse Haven, Dr. Lelykade 64, Den Haag. Open: di-vr 11-17u, za-zo 13-17u.

“This is it,” zegt de Amerikaanse kunstenaar James Turrell. Na een warme, vermoeiende tocht door de Haagse duinen hebben we een plek gevonden die uitermate geschikt is voor de uitvoering van zijn project. Hij is in Nederland op uitnodiging van het Haags Centrum voor Beeldende Kunst Stroom en de IFLA conferentie (International Federation of Landscape Architecture) die onlangs in Den Haag werd gehouden. Vorig jaar nam Lily van Ginneken, directeur van Stroom, het initiatief om Turrell te vragen voor Den Haag een project te ontwerpen.

Turrell is een praktisch ingesteld man: tijdens de inspectie van de duinpan constateert hij tevreden dat de plek vanaf het pad gemakkelijk toegankelijk gemaakt kan worden. En tegen de medewerker van het Hoogheemraadschap Delfland, beheerder van het duingebied, zegt hij dat als het project zou worden uitgevoerd, meteen het probleem is opgelost van de jongens die, zoals we zagen, illegaal het terrein betreden door over het prikkeldraad te klimmen.

Na zijn eerste bezoek aan de duinen reageerde Turrell direct enthousiast met een schetsontwerp dat veel overeenkomst vertoont met het Roden Crater project in Arizona, Turrells levenswerk. In deze vulkaankrater is hij al jaren bezig een situatie te creëren om licht en ruimte te ervaren. Nadat Turrell, een ervaren piloot, in de jaren 1974-75 vele verkenningsvluchten had uitgevoerd boven the Painted Desert, viel zijn oog op Roden Crater in de buurt van Flagstaff. “Een bescheiden vulkaan”, zegt de kunstenaar, met een lengte van ruim drie kilometer en een hoogte van 380 meter. De krater zelf heeft een middellijn van circa 390 meter en is 47 meter diep.

Op een luchtfoto of tekening lijkt het hanteerbaar, zegt hij, maar het eerste grondverzet met bulldozers om de rand te egaliseren en cirkelvormig te maken, heeft al een miljoen dollar gekost. Tot er nieuwe sponsors gevonden zijn ligt het werk stil, maar tegen het jaar 2000 hoopt Turrell dat er in de vulkaan een stelsel van gangen en kamers is gegraven, waarin men het licht telkens op een andere manier kan waarnemen. Liggend in het midden van de krater ervaart de bezoeker de lucht boven hem als een magistraal hemelgewelf. Volgens mensen die er geweest zijn is dit op elk uur van de dag en in elk jaargetijde een unieke, onvergetelijke sensatie.

Iets dergelijks wil Turrell, zij het op veel kleinere schaal, ook in het Westduinpark in Den Haag tot stand brengen. Op een tentoonstelling over zijn ontwerp aan de Scheveningse Haven geven twee maquettes en enkele tekeningen daarvan een indruk. Aan weerszijde is een smalle gang met een trap waardoor men de komvormige ruimte tussen de duinen betreedt. Hier staat een eenvoudig stenen object waarop men kan gaan liggen. Al zijn het licht en de atmosferische omstandigheden aan de Noordzeekunst heel anders dan in de desert van Arizona, toch heeft de bezoeker volgens Turrell dezelfde ervaring: de lucht kromt zich als een gewelf boven hem. Tegelijkertijd krijgt hij het gevoel dat hij zich losmaakt van de aarde, alsof de kom in de ruimte zweeft.

James Turrell, geboren in Los Angeles in 1943, heeft een bijzondere band met Nederland. Zijn eerste Europese solotentoonstelling vond in 1976 plaats in het Amsterdamse Stedelijk Museum. Wie die expositie toen heeft gezien, herinnert zich de hallucinerende, met kunstlicht gevulde ruimtes. Soms raakte men zo gedesorienteerd in een "mist' van licht dat men op de tast zijn weg verder moest zoeken.

“Mijn werk gaat meer over wat jij ziet dan wat ik zie, al komt het voort uit wat ik zie,” zegt Turrell. Het gaat in zijn werk om perceptie, het zien als een persoonlijke, fysieke ervaring. Maar ook het grensgebied tussen wat je waarneemt en wat je al dagdromend denkt dat je ziet, is belangrijk: de verbinding tussen externe en interne werkelijkheid. Naar aanleiding van de Irish Sky Garden, een project in de buurt van Cork waaraan Turrell werkt, heeft hij eens gezegd dat zijn werk weliswaar een spirituele ervaring teweeg kan brengen, maar dat hij elk verband met religie afwijst. Wanneer je een kathedraal binnengaat krijgt je dat gevoel ook door de ruimte en het licht dat door de ramen naar binnen stroomt, niet door de woorden van een priester.

Na de wandeling door de duinen brengt Turrell een bezoek aan Panorama Mesdag. Hier is hij niet zozeer geïnteresseerd in de geschilderde voorstelling van Scheveningen aan het einde van de vorige eeuw, als wel in het panorama als een "instrument' om zonder focus te zien: alles op de schildering is even belangrijk, niets heeft een symbolische betekenis. Bij de uitgang koopt hij een kaart met een technische tekening van het panorama.

Uit de combinatie van praktische, technische kennis - Turrell is behalve kunstenaar ook vlieginstructeur en restaurator van oude vliegtuigen - met zo'n ongrijpbaar materiaal als licht, zijn intrigerende kunstwerken voortgekomen. Wanneer het initiatief van Stroom een vervolg krijgt en het plan van Turrell wordt uitgevoerd, zou Den Haag een hedendaags panorama rijker zijn. Voorlopig is het nog zeer de vraag of het ooit zover komt. Want tussen droom en daad staan wetten, praktische bezwaren en onwillige sponsors in de weg.

Foto: Piloot en kunstenaar James Turrell met kind (foto NRC Handelsblad/Chris de Jongh)