Chileense auteur en cult-filmer Alejandro Jodorowsky op bezoek in Nederland; Het verleden is net een springende kangoeroe

De Chileense auteur Alejandro Jodorowsky (1929) is vooral bekend als cult-filmer. Hij was onlangs in Nederland. Een interview met de man die stelt: "Weg met genies, leve het nijlpaard'.

De films El Topo en The holy mountain van de Chileen Alejandro Jodorowsky worden nog steeds met regelmaat in filmhuizen vertoond. Zijn laatste film Santa Sangre over een sekte die een gemutileerd meisje verafgoodt, draaide vorig jaar liefst twee maanden in Nederland. Jodorowsky is samen met Topor en Arrabal de oprichter van het "panisme', een uitvloeisel van het surrealisme eind jaren zestig.

Dierentemmer, tarot-lezer, scriptwriter, schrijver van stripverhalen - Jodorowsky is een van de belangrijkste figuren van de Chileense film en literatuur. Hij is gevreesd om zijn gedurfde en nietsontziende uitspraken, maar functioneert in Parijs als een bekende en gewaardeerde goeroe.

Op woensdag leest hij de tarot in een klein café in het centrum van de stad. Er is een wachtlijst en een half uur na aanvang is het café afgeladen. Houdt Jodorowsky zijn wekelijkse lezing, dan loopt de zaal ook helemaal vol. Mensen zitten in de gangen en zelfs op het podium. Als hij begint, moeten de aanwezigen hun pinken om die van hun buurman of buurvrouw slaan en op aanzwellende toon "ummmm' roepen.

Ik las dat u schrijvers als Salgari en Verne al gelezen had toen u negen jaar was.

“Van Verne weet ik het niet meer, maar Salgari zeker. Ik ben begonnen met lezen toen ik vijf was. Het eerste boek dat ik las was "El jorobado' ("de bultenaar') van Enrique Laguerre en het werd mijn bijbel. Ik draag dat boek al meer dan zestig jaar met me mee. In die tijd zag ik ook de film "De gebochelde van Notre-Dame'. Nu haal ik roman en film door elkaar. In de een ging het om een mooie man die geestelijk een monster was, de andere was een echte bultenaar maar met een mooie geest. Ik voelde me toen al aangetrokken door de schoonheid van het monsterlijke, en door de schoonheid vermomd als iets monsterlijks.”

Wat is uw idee van het verleden?

“Dat van de mensheid kan ik me goed voorstellen, dat van mijzelf nog niet - ik ben er mee bezig. Mijn volgende roman gaat erover. Maar het verleden is niet reëel, het verleden is net een springende kangoeroe. Ik geloof niet in de evolutie en ook niet in de Big Bang. De mens is altijd geweest zoals hij nu is. Ik geloof niet in fases of veranderingen in de natuur. Dat zijn allemaal sprookjes, net als de kennis zelf.”

Als u uw leven als een literair genre moest omschrijven, hoe zou u dat doen?

“Mijn leven zou een panisch werk zijn, natuurlijk. In het "panische' lopen alle genres door elkaar: poëtisch, humoristisch, episch, grof en vulgair, pornografisch, stijlloos. Ik geloof niet in stijl. Mijn genre is een mix van alles. Ik zou het leuk vinden als men van mij zei dat ik een barbaar ben, net zoals Céline. Ik heb een hekel aan academische schrijvers, aan schrijvers die prijzen krijgen, die president of minister willen worden.”

U schrijft: "Weg met genies, leve het nijlpaard!'

“Niezen is snel. Het nijlpaard is zwaar. Er is een tegenstelling tussen het niezen en het nijlpaard.”

U stelt vast dat mensen praten zonder te weten waar hun woorden vandaan komen.

“Klopt. Weet je dat we "Dios' zeggen en denken aan één God, terwijl het woord eigenlijk meervoudig is? Lacan zei: eerst praat ik, dan denk ik. Woorden bestaan in de wereld. Wij worden gebruikt door woorden wanneer ze met elkaar communiceren.”

Poëzie is een val, schrijft u.

“Het schrijven van poëzie is een val, denk ik. Poëzie moet een daad zijn, zonder doel.”

U bent bezorgd over het eerste woord?

“Ik heb een roman geschreven - ik weet nog niet of ik die roman zal publiceren - over een man die een roman schrijft. Hij werkt er jaren aan en is een paar jaar bezig met correcties en zo. Uiteindelijk publiceert hij een boek van duizend blanco pagina's met op één van de pagina's één woord: krokodil. Alle wegen leiden naar één woord en elk woord kan het eerste zijn. Mystici zeggen dat er ook een laatste woord is. Wie dat woord kent, kent het universum en dus alle talen. Mensen zouden ook met woorden kunnen doden. Maar denkt eraan dat men zegt dat het woord hond niet bijt. Ik denk dat het eerste woord "merci' was.”

"Santa sangre' was uw laatste film.

“Ik heb intussen nog een andere film gemaakt die nog niet uit is, met Omar Shariff en Peter O'Toole. Een film om de filmindustrie te leren kennen. Hij gaat over een rijke familie. Een excentrieke oom gaat en laat al zijn geld aan een neefje na, dat dan verdwijnt. De neef begint ondergronds te leven en wordt beschermd door een dief die een paleis voor hem laat bouwen, ook ondergronds. Het neefje gaat dood in een gevecht en reïncarneert in een hond. Simpel.”