Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politie, recht en criminaliteit

GIOVANNI FALCONE (1939 - 1992); "Gewoon een dienaar van de staat'

ROME, 25 MEI. Giovanni Falcone was het levende bewijs dat de mafia niet onoverwinnelijk is. Niemand anders heeft met zoveel inzet en scherpzinnigheid en met zoveel succes de strijd aangebonden tegen de mafia. Hij was een symbool, een mythe bijna, een voorbeeld voor al degenen die geloven in morele en politieke vernieuwing in Italië.

“De mafia is een geheel van mensen, en net als alle mensen heeft zij een begin en een einde”, zei Falcone. “De mafia is niet onverslaanbaar.”

Het zou het motto van zijn leven kunnen zijn. Falcone kreeg als rechter in Palermo als eerste een peetvader van de mafia aan het praten. In Rome was hij als adviseur van minister van justitie Martelli verantwoordelijk voor een succesvolle koerswending in de strijd tegen de mafia. En Falcone was de belangrijkste kandidaat voor de nieuwe post van "super-procureur tegen de mafia', die leiding moet geven aan een afdeling van het openbaar ministerie die zich uitsluitend met de mafia zou bezighouden.

Falcone heeft mensen hoop en vertrouwen gegeven en daadwerkelijk laten zien dat de strijd tegen de mafia met succes kan worden gevoerd. Daarom stond hij al jarenlang bovenaan de dodenlijst van de mafia. “Ik weet dat ik een rekening met de mafia heb openstaan”, zei Falcone. “De mafia is als een panter. Snel bewegend, wild, en met het geheugen van een olifant. De mafia vergeet nooit.”

Hij werd voortdurende bedreigd. Twee keer is een aanslag op Falcone op het laatste moment verijdeld. Daarom was hij misschien wel de zwaarst-bewaakte man van Italië. De prijs die Falcone moest betalen voor zijn missie was een bijna onmenselijk leven. De huizen en kantoren waar hij woonde en werkte, veranderden in bunkers. Zijn "huis' in Rome waren twee kamers in een politie-kazerne. Altijd was er een groep lijfwachten om hem heen, met de mitrailleur in de aanslag. Als hij met vrienden wilde eten, werd heel het restaurant ontruimd. Als hij naar het graf van zijn moeder wilde, moest iedereen van het kerkhof. Hij nam steeds een andere route, reisde steeds op een andere tijd, in andere auto's.

Eigenlijk was er maar een uitzondering, en die is hem fataal geworden. Als het werk het toeliet, ging hij zaterdags naar Palermo. Naar zijn vrouw Francesca, die daar rechter was, naar zijn geboorte-eiland, dat hij ondanks alles diep beminde.

“Nec tecum nec sine te vivere possum”, antwoordde Falcone als hem over Sicilië werd gevraagd - ik kan niet met en niet zonder je leven. “Het is een groot probleem om van een land en van mensen te houden die je tegelijkertijd verafschuwt, om je gelijk en verschillend te voelen”, zei hij. “Met dit probleem zitten we allemaal als Sicilianen. Het is heel wat moeilijker Siciliaan te zijn dan Milanees. Misschien doe ik daarom dit werk. Want de mafia is niet Sicilië en de Siciliaan is geen mafioos.”

Falcone heeft in vraaggesprekken vaak gezegd dat hij heeft leren leven met de dreigementen. “Je krijgt een flinke dosis fatalisme. Ik ben een Siciliaan. Voor mij is het leven evenveel waard als een knoop aan mijn jasje. Je bent een man of je bent het niet. Ik denk niet aan de dood.”

Volgens Falcone was een van de geheimen van zijn succes dat hij ook uit Palermo komt. Hij werd in 1939 geboren in de volkswijk bij de Piazza della Rivoluzione. “Ik heb geleerd te denken zoals zij”, zei hij. “Iedere keer als het erom gaat een zet van de mafia te voorspellen, herhaal ik bij mezelf: Wat zou ik doen als ik mafioos was.”

De doorbraak in zijn carrière kwam eind jaren zeventig, toen hij naar Palermo werd overgeplaatst. Hij kreeg al snel de mafiazaken onder zijn hoede waaraan collega's zich niet waagden. De mafia reageerde in 1983 met een bomaanslag op een superieur van Falcone die op precies dezelfde manier is vermoord als Falcone nu. Die liet zich niet afschrikken en bedacht een nieuw spelletje met zijn collega's: ze schreven hun eigen necrologieën zoals die zouden worden afgedrukt in de Giornale di Sicilia, een krant die niet wil weten dat de mafia bestaat.

Het grote succes van de mafiabestrijders kwam in 1986/87, toen in Palermo de maxi-processen tegen honderden mafiosi tegelijk werden gehouden. Giovanni Falcone was de geestelijke vader van deze processen. Bijna alle bewijzen en getuigenverklaring waren uiteindelijk terug te voeren op de informatie van Tommaso Buscetta, een peetvader die door Falcone werd overgehaald om mee te werken met de justitie.

Buscetta was de eerste van een reeks pentiti, spijtoptanten, die met Falcone zijn gaan samenwerken. Het was de grote detailkennis van Falcone die hen naar hem dreef, maar ook zijn opstelling. “Ik ben steeds erg voorzichtig geweest in mijn contacten met de mafia”, zei hij. “Ik heb steeds een autoritaire of arrogante opstelling vermeden.”

Een van de belangrijkste ideeën die Falcone heeft ontwikkeld, is dat de mafia een centraal geleide organisatie is. Er is een cupola, een overkoepelend orgaan met de belangrijkste peetvaders, dat de belangrijkste besluiten neemt. Daarom heeft hij er steeds voor gepleit het justitiële onderzoek naar de mafia beter te coördineren. Alleen zo komen dwarsverbanden aan het licht die anders verborgen blijven.

Falcone was ook de eerste mafiabestrijder die serieus onderzoek begon te doen naar de financiële macht van de mafia, naar de operaties om de enorme winsten van de drugshandel wit te wassen. Ik hoef geen extra agenten, ik heb mensen nodig die een balans kunnen lezen en met een computer overweg kunnen, zei hij. Maar het succes van Falcone was sommige collega's een doorn in het oog. Zijn gedrevenheid stak vaak schril af bij de passieve opstelling van andere rechters. In de zomer van 1988 werd er een lastercampagne tegen hem gevoerd: Falcone zou pentiti hebben aangemoedigd hun mafia-tegenstanders te vermoorden. Onlangs is rechter Di Pisa uit Palermo daarvoor veroordeeld. Het is een van de Siciliaanse paradoxen dat dezelfde Di Pisa mocht blijven werken en nu bezig is met het onderzoek naar de aanslag op Falcone.

Een jaar later, in de zomer van 1989, werd een aanslag tegen Falcone op het laatste moment verijdeld. Bij een vakantiehuis werden, tussen de rotsblokken, tientallen staven dynamiet gevonden. Toen Falcone op uitnodiging van minister van justitie Martelli naar het ministerie in Rome kwam, werd er gezegd dat Falcone bang was geworden.

Het tegendeel bleek waar. Voor het eerst werd er iets zichtbaar van een anti-mafiacampagne in Rome. Martelli en zijn collega Scotti, van Binnenlandse Zaken, namen een reeks maatregelen die de mafia effectief onder druk zetten. Falcone was weg uit Palermo, maar hij bleek in Rome een nog geduchtere vijand. Martelli wilde hem benoemen tot super-procureur tegen de mafia, om Falcone in heel Italië de justitiële onderzoeken tegen de mafia te laten coördineren. Het zou hem nog gevaarlijker hebben gemaakt voor de mafia.

Het tekent de stijl van Falcone dat hij zich nooit heeft laten meeslepen door de lastercampagnes tegen hem. Hij heeft zich nooit laten verleiden tot boze uitvallen terug. Giovanni Falcone was een bescheiden, vriendelijke man, die zich noodgedwongen terughoudend opstelde en weinig mensen voor honderd procent vertrouwde. Hij heeft nooit het heldendom gezocht voor zichzelf. Het leven heeft me een missie gegeven die ik moet vervullen, zei hij vaak. “Ik ben geen Robin Hood, noch een kamikaze. Ik ben gewoon een dienaar van de staat.”